zaterdag 24 november 2018 - Binnenland
camera closecorrect Verwijs ds2 facebook gplus nextprevshare twitter video

 

Reportage In de dorpen van de gele hesjes

‘Ons is de regering al lang vergeten. Maar het geld in onze portefeuille nog niet’

Ze zagen goedbetaalde jobs in rook opgaan, bussen en treinen verdwijnen, en intussen de rekeningen verder aandikken. De jongeren van Courcelles willen weg. ‘Maar ik kan een verhuizing niet betalen. Ik zit hier vast.’

CourcellesMet de koffer van zijn zware, veertien jaar oude dieselwagen geopend, staat Philippe Rivalan voor de Entraide St. Martin in Gouy-lez-Piéton. In een naburige supermarkt kocht hij maaltijden in conserven, flessen water, bloem, rijst en olie. Dit kleine, onopvallende gebouw, dat ook de bibliotheek huisvest, is de voedselbank van het dorp – en lang niet de enige in de regio. Morgen, vrijdag, verwachten ze hier, net zoals iedere week, 200 mensen.

‘Dat is een record in de 22 jaar dat ik dit doe en een verdubbeling in amper twee jaar tijd’, zegt bezieler Freddy Roulent (79), terwijl hij de etenswaren sorteert. ‘Er komen vooral alleenstaande ouders, zieken en werklozen. We controleren altijd of ze niet te veel verdienen. Maar nee: het gaat echt in ijltempo de verkeerde richting uit.’

Weg van de wereld

Gouy-lez-Piéton is een deel­gemeente van Courcelles en ligt op enkele kilometers van Feluy, waar donderdagavond 350 agenten ingezet werden om de rust rond het lokale benzinedepot te vrijwaren. Dit is het hartland van het protest van de gilets jaunes, de ‘gele hesjes’, tegen de opgelopen brandstofprijzen, tegen de toenemende taksen in het algemeen, en tegen de afname van de koopkracht die er in hun ogen het gevolg van is. De blokkades van kruispunten en tankstations vonden uit Frankrijk hun weg naar Wallonië (DS 21 november).

‘Om uit te gaan, neem ik soms een taxi. Dat kost 30 euro. Met mijn inkomen kan dat geen vier keer per maand. Dus zit ik meestal bij mijn ouders op de zetel’

Zo rumoerig het er rond die barricades soms aan toegaat – met toeterende vrachtwagens en slogans als ‘Pouvoir au peuple’ – zo stil, verlaten en doods is het in de dorpen waar de gilets jaunes thuis zijn. In de straten in Gouy-lez-Piéton zijn op donderdagmiddag weinig zielen te bekennen, als je de vele passerende auto’s niet meetelt. In de jaren 70, vertellen bewoners, telde Gouy acht slagerijen, nu is dat er nog slechts één. Ze werden opgeslokt door grote supermarkten in gemeenten verderop. Voormalige bakkerijen staan te huur en meubelwinkels hebben dichtgetimmerde ramen.

Van Courcelles naar Charleroi is het tien kilometer, naar La Louvière zestien, naar Brussel vijftig. Toch voelen veel inwoners zich afgesloten van de wereld. Zelfs Ludo (32), die nochtans uitkijk heeft op de stopplaats van de trein. ‘Vroeger was die er om vijf uur ’s ochtends, nu pas om zes. Hij rijdt één keer per uur naar Charleroi en één keer naar Brussel.’ Bussen zijn er ook niet veel meer. ‘Het openbaar vervoer in onze regio is geleidelijk afgebouwd.’

Leven zonder auto

Vijf jaar geleden had Gouy nog een bankkantoor, maar dat is verdwenen. Om geld af te halen, moeten de bewoners naar het volgende dorp, vier kilometer verderop. Alles is hier ver. Leven zonder auto – zegt iedereen dan ook – is onmogelijk, tenzij je eenzaam en zonder werk wil eindigen. Toch is dat wat veel jonge inwoners noodgedwongen doen.

 

Thomas (32) staat met een lange grijze jas, en daarover een geel vestje, even buiten het gewoel van de blokkades aan het lokale tankstation. Zijn linkeroog ziet er niet goed uit: troebel en wazig. Na zijn middelbare school ging hij aan de slag in de metaalsector. ‘Tot het ongeluk’, vertelt hij, en hij zijn zicht voor een groot deel kwijtraakte. ‘Ik viel terug op een ziekte-uitkering en krijg nog duizend euro per maand. Ik huurde samen met mijn lief een appartementje, maar dat lukte niet meer. We gingen uit elkaar. Ik moest weer bij mijn ouders intrekken. Mijn auto verkocht ik. De verzekering en de taksen, maar vooral de dieselprijs, werden me te veel.’

Om zijn grote hobby, basketbal, te blijven uitoefenen, roept Thomas de hulp van zijn vader in. ‘Hij brengt mij naar wedstrijden en trainingen. Bussen heb je na acht uur nog amper, dus ik ben op hem aangewezen. En dat op mijn 32ste. Als ik iets met vrienden wil doen, neem ik soms een taxi. Dat kost 30 euro. Met mijn inkomen kan dat geen vier keer per maand. Dus zit ik meestal bij mijn ouders op de zetel.’

Schapen

Als ze de kans hadden gekregen, hadden ze de streek ‘zonder geld en zonder toekomst’ al lang achtergelaten, zegt ook Michel, die samen met zijn vriend en leeftijdsgenoot protesteert. ‘Het liefst naar het buitenland. Maar ik kan een verhuizing niet betalen.’ Hij is nochtans aan het werk, in de telecomsector, ‘maar sparen zit er niet in’. ‘Na aftrek van huur en andere vaste kosten houd ik tegenwoordig weinig over. Dus zit ik hier vast. Geïsoleerd. Ik weet wel dat ze zeggen dat geld niet gelukkig maakt, maar zonder geld is het moeilijk tevreden te zijn.’

‘Wij vinden het milieu belangrijk. Maar als strijden daarvoor betekent dat alles meer geld kost, zullen de mensen dat hier niet pikken’

De mannen groeiden op en wonen in de armste provincie van het land – op het Brussels Gewest na. Een jaarinkomen in Henegouwen bedraagt gemiddeld 15.550 euro. Dat is 3.000 euro minder dan in de West-Vlaamse buurprovincie, bijna 6.000 euro minder dan in ‘rijkste’ provincie Vlaams-Brabant. In een op de vijf Henegouwse gezinnen heeft niemand werk.

De streek rond Charleroi, waar Courcelles toe behoort, is nog steeds niet hersteld van de teloorgang van de zware industrie die haar overeind hield. Twee jaar geleden nog zagen 2.200 werk­nemers bij machinebouwer Caterpillar in Gosselies – een buurgemeente van Courcelles – hun baan verdwijnen. Enkele duizenden anderen verloren hun job bij een van de toeleveringsbedrijven.

In Au Bureau, het enige café in Gouy-lez-Piéton, is wel sfeer en leven. De klokken van de nabijgelegen kerk hebben nog geen twaalf uur geslagen, maar hier drinken ze al Leffe uit het flesje. ‘Een mooi dorp hebben jullie’, zeggen we aan de zeven mannen voor de toog en de vrouw erachter. ‘Is het de eerste keer dat jullie hier komen?’ vragen ze. ‘Want dat zouden jullie anders niet zeggen.’

Courcelles ligt in het hartland van het protest tegen de opgelopen brandstofprijzen en toenemende taksen.

In het café gaat een afbeelding over de tongen, die ze allemaal op Facebook zagen passeren. Daarop staan drie dieselpompen: een grote ‘voor de ministers’, een middenmaat ‘voor de middenklasse’, een miniatuurmodel ‘voor de armen’. Volgens Jacques Sainthuile (48) is het kookpunt bereikt, waardoor ook die middenklasse ‘bereid is om de barricades te beklimmen’. ‘Dat betekent wel wat, hier in België, dat zo avers is van betogen dat ze ons in Frankrijk moutons – schapen – noemen.’

‘Maar de mensen, ils en ont ras le bol. Ze zijn het kotsbeu. Ook zij die werken, zoals ik, moeten nu de broekriem aanhalen. Alles wordt duurder: niet alleen de benzine en diesel, ook de elektriciteit en de waren in de winkel. We worden daar elke dag opnieuw mee geconfronteerd, en dat kruipt in de hoofden. Ons is de regering al lang vergeten. Maar het geld in onze portefeuille nog niet.’

‘Handen uit de mouwen’

Een discussie ontspint zich. De meerderheid van de mannen aan de toog steunt de acties van de gilets jaunes. Maar Maurice, ondernemer op doorreis uit La Louvière en de enige die geen bier maar witte wijn drinkt, gaat tegen de consensus tekeer. ‘Veel mensen in Wallonië willen niet werken’, zegt hij. ‘Waarom is er in Vlaanderen geen protest? Ik zie steeds meer Vlaamse busjes opduiken. Zij kopen hier de gronden op en worden er steenrijk mee. De mensen hier steken de handen niet uit de mouwen. In plaats van te klagen over dure diesel, kunnen ze ook in ­Saudi-Arabië in de oliesector gaan werken. Of een onderneming uit de grond stampen, die de olie per boot naar hier brengt. Dat zou de prijs pas drukken.’

 

‘Och, dat is onrealistische bullshit’, roept een man verderop aan de toog gepikeerd.

‘Maar de gilets jaunes hebben evenmin een oplossing’, zet ondernemer Maurice door. ‘Ze zijn boos, maar niet constructief.’

‘Dur, très dur’

Buiten het gewoel en de discussies, aan een tweepersoonstafeltje tegen de muur, zitten Martine Prevost (62) en Alex Lacroix (60). Tegenover elkaar, maar een koppel is het niet. ‘Ik zorg voor hem’, zegt de vrouw. ‘Hij heeft geen rijbewijs, dus ik rijd hem overal naartoe. Hij heeft weinig geld, dus kook ik eten voor hem.’

In café ‘Au bureau’ discussiëren de klanten duchtig over ‘les gilets jaunes’.

Alex zit al zeven jaar zonder werk en heeft zes kinderen. De oudsten, 38 en 32, trokken weg, naar Charleroi en naar Virton – 180 kilometer verderop, in het uiterste zuiden van Luxemburg. ‘Zij hebben het goed, maar ik kan hen toch niet vragen om een deel van hun loon aan mij te geven?’, zegt hij. ‘Maar de maand doorkomen, c’est dur. Très dur. Alle rekeningen betalen met een uitkering van duizend euro: al in de helft van de maand moet ik schrapen om de noodzakelijke inkopen te kunnen doen.’

Martine Prevost kijkt hem met een bezorgde blik aan. Toen ze eerder vandaag de blokkades van de ‘gele hesjes’ passeerde, zei ze: ‘Proficiat en doe zo verder’. ‘Als er ooit een Derde Wereldoorlog losbarst, dan zal het een sociale oorlog zijn. Ja, wij vinden het milieu ook belangrijk. Maar als strijden daarvoor betekent dat alles – van autorijden tot elektriciteit – meer geld kost, dan zullen de mensen dat hier niet pikken. De gilets jaunes zijn met te weinig om een revolutie te ontketenen. Maar als de kost van ons leven zo blijft stijgen, kan daar snel verandering in komen.’

De podcasts van
De Standaard