Bacquelaine: 'Raad van State vraagt altijd wel om aanpassingen'
Daniel Bacquelaine (MR). Foto: Photo News

De plannen van minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) voor de zware beroepen zijn discriminerend. Dat zegt de Raad van State in een advies. Bacquelaine betwist dat het om een negatief advies gaat.

Het wetsontwerp van Bacquelaine is volgens de Raad van State strijdig met het gelijkheidsbeginsel. Dat meldt De Tijd.

De instelling valt onder meer over het feit dat de manier waarop een functie in de overheids- en de privésector als zwaar wordt erkend, verschilt van de procedure bij een zelfstandige.

De Raad van State maakt zich ook zorgen over het budget voor wie vroeger mag stoppen als ze een zwaar beroep uitoefenen. Het zou kunnen dat sommige beroepen niet als zwaar worden erkend omdat er geen geld voor is, ook al zijn ze wel degelijk zwaar. Dat vindt de Raad van State discriminerend.

Ook het verschil dat gemaakt wordt tussen beroepen met een ‘belasting van mentale of emotionele aard’ en andere beroepen, kan botsen met het gelijkheidsbeginsel.

'Altijd het geval'
Volgens minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) gaat het 'helemaal niet' om een negatief advies. De Raad van State heeft gewoon een advies overgemaakt waarin de minister gevraagd wordt om enkele aanpassingen te doen, 'zoals dat altijd het geval is', klinkt het. Bovendien heeft de ministerraad al een antwoord gegeven op die verschillende opmerkingen, zegt hij.

Het advies van de Raad van State heeft geen enkele invloed op de werkzaamheden binnen de Nationale Arbeidsraad rond de zware beroepen, benadrukt Bacquelaine nog. Over de lijst met criteria is nog altijd geen akkoord. Als de gesprekken mislukken, is de regering aan zet. Over een lijst van zware beroepen in de publieke sector is wel al een ontwerpakkoord. 

Voor arbeidseconoom Stijn Baert (UA) is het advies van de Raad van State geen verrassing. 'De minister oogst wat hij gezaaid heeft', zegt hij. Volgens hem is de lijst van zware beroepen bijvoorbeeld veel te ruim. 'Vertaald naar de privésector past die onmogelijk bij de enveloppe die is vrijgemaakt om zware beroepen te compenseren.'