Werkweek stopt al na 24 uur
Foto: jimmy kets
De Belg werkt gemiddeld per week 24 uur en 1 minuut, deeltijdse jobs, vakantie- en ziektedagen meegeteld, berekende Acerta.

De hr-dienstverlener Acerta heeft de arbeidscontracten geanalyseerd van het personeel bij 40.000 werkgevers in ons land – en daarbij de contractueel vastgelegde arbeidsduur vergeleken met de effectief gepresteerde arbeidstijd. Het gaat om data uit 2017.

Vertrekpunt voor de oefening is de wettelijke werkweek van 38 uur voor een voltijdse werknemer. Die werkweek kan langer duren, als er overuren gepresteerd worden. ‘Maar bijna alle meer­prestaties en overuren worden nadien omgezet in extra rustdagen,’ zegt Dirk Wijns, directeur van Acerta Consult, ‘wat de werkweek dan weer doet dalen. Dus die twee bewegingen heffen elkaar op.’

De analyse van Acerta toont de impact van de deeltijdse contracten op de gemiddelde arbeidsduur. ‘Gemiddeld genomen heeft de Belgische werknemer een arbeidscontract dat 86,4 procent van een fulltime bedraagt’, aldus Wijns. ‘Anders gezegd: het gemiddelde contract is goed voor een werkweek van 32 uur en 48 minuten.’

Onbenut potentieel

Achter dat Belgische gemiddelde gaan forse regionale verschillen schuil. In Vlaanderen ligt de contractuele arbeidsuur het hoogst: op 87,4 procent van een fulltime, of omgerekend 33 uur en 12 minuten. In Brussel is dat 83,3 procent en in Wallonië 81,5 procent (zie grafiek).

Volgens Dirk Wijns zouden de werkgevers meer kunnen doen met dit ‘onbenutte arbeidspotentieel’.

‘In tijden van krapte op de arbeidsmarkt, met bedrijven die moeite hebben om kandidaten te vinden voor hun vacatures, loont het de moeite voor de hr-directies om na te gaan hoeveel van de eigen werknemers meer werkuren zouden kunnen of willen presteren. Opgelet, die oefening levert niet automatisch resultaat op. Niet alle werknemers willen meer werken en ze zijn ook niet allemaal zomaar voor andere functies beschikbaar.’

In werkelijkheid ligt de effectief gepresteerde arbeidstijd nog een stuk lager dan het contractuele gemiddelde van 32 uur en 48 minuten. ‘In realiteit presteert de Belg in loondienst op jaarbasis 73,2 procent van zijn contract’, zegt Wijns. ‘Of, omgerekend, 24 uur en 1 minuut. Dat is 63 procent van de wettelijke werkweek van 38 uur.’

Hoe komt dat? Volgens Acerta ligt de verklaring bij een mix van gewettigde afwezigheden, zoals de vakantiedagen waar elke werknemer recht op heeft, maar ook bij het ziekteverzuim en bij allerlei formules van tijdskrediet. Verder zien nogal wat werknemers  wat dagen per jaar hun contract opgeschort voor economische werkloosheid, bijvoorbeeld in de bouw wegens weerverlet.

Sociale druk
Ook qua effectief gepresteerde arbeidstijd zijn er verschillen te vinden tussen de drie regio’s. Zo presteert een werknemer in Wallonië gemiddeld 74,6 procent van zijn contractuele arbeidsduur, tegen 73 procent voor een Vlaamse werknemer.

Dat lagere percentage voor Vlaanderen heeft te maken met de grotere aanwezigheid van grote bedrijven, waar vaak extra cao­vakantiedagen worden toegekend, meer werknemers met tijdskrediet gaan en er een hoger ziekteverzuim is.

Opvallend: in de kleinste kmo’s wordt verhoudingsgewijs meer gewerkt (gemiddeld 24 uur en 19 minuten) dan in de allergrootste bedrijven (gemiddeld 23 uur en 7 minuten). ‘In de kleinere kmo’s is er wellicht meer sociale druk, door de baas, eigenaar of door de collega’s om ook bij ziekte verder te werken’, zegt Wijns. ‘In een bedrijf met afdelingen van honderden werknemers is dat veel minder het geval.’