Het is nu officieel: de zomer was een ramp
Foto: Photo News

De droogte van afgelopen zomer is een landbouwramp. Dat heeft de Vlaamse regering beslist. Het betekent dat de getroffen landbouwbedrijven een financiële compensatie kunnen krijgen voor de geleden schade.

Dat het de voorbije zomer heel droog was, had het KMI eind augustus al officieel laten weten.

De weerdienst bestempelde toen de droogte in de lente en de zomer als ‘uitzonderlijk’. Een gelijkaardige droogte komt maar eens in de twintig jaar voor. Dat was één van de voorwaarden om als landbouwramp erkend te worden: het gaat om een fenomeen dat maximaal één keer in twintig jaar voorkomt.

De uitzonderlijke droogte heeft zich tussen 2 juni en 6 augustus voorgedaan in alle 308 Vlaamse gemeenten, blijkt verder nog uit een analyse van het KMI. Zo viel er in juni maar 22 procent van de normale hoeveelheid neerslag en in juli zelfs maar 13 procent.

Intussen is ook de schadeanalyse gebeurd bij de landbouwbedrijven zelf, waarna het dossier om de zomer te erkennen als landbouwramp bij minister Schauvliege en de Vlaamse regering belandde. Steden en gemeenten zouden samen zowat 12.000 schadegevallen hebben gerapporteerd.

Nu de regering de zomer erkend heeft als ramp, kunnen getroffen landbouwbedrijven een beroep doen op het landbouwrampenfonds. Ze hebben drie maanden de tijd om de papierwinkel in orde te brengen. Zo hebben ze onder meer een proces-verbaal nodig van de schadevaststelling door de gemeentelijke schattingscommissie, een kopie van de verzekeringspolis voor schade aan gewassen,
bewijsstukken van structurele investeringen om teeltschade door weersomstandigheden te voorkomen en ook bewijzen van extra gemaakte kosten en van de geleden schade.

Belangrijk: de totale schadevergoeding per schadelijder is vastgelegd maximaal 62.400 euro.