Hé ket, kom eens uit uw kot!
Ans Persoons (Change.Brussels) Foto: amg

In al mijn naïviteit dacht ik dat de grote VUB-aula vol zou zitten voor het Brusseldebat van Knack en Radio 1. De magere opkomst is tekenend voor Brussel, waar politieke apathie meer dan elders om de hoek loert. Onder meer Change.Brussels rekent nochtans op proteststemmen… alvast in de VUB kreeg lijsttrekster Ans Persoons sympathie.

De titel van deze blog is gerecycleerd: ik schreef hem ooit boven een artikel over burgerbewegingen in Brussel (een moeilijk huwelijk). Ondanks de grote verontwaardiging en dégout over de graaicultuur bij daklozenorganisatie Samusocial, was er destijds al geen enorme opkomst om publiekelijk te protesteren tegen de excessen. Ook nu de verkiezingen voor de deur staan, is de interesse in politiek matig tot verwaarloosbaar klein.

Toen we met een groepje vrienden onlangs over politiek discussieerden op het terras van een populair café in Brussel-centrum, mengde een vrouw zich in het gesprek. Ze bleek in Sint-Joost-ten-Node te wonen en kon glashelder de problemen benoemen, maar de verkiezingen? Die interesseerden haar bitter weinig. Het was kiezen tussen de pest en de cholera, zei ze. Wellicht werd het een lijststem voor Ecolo-Groen, maar als ze niet moest gaan stemmen zou ze het niet doen.

 

Brussel heeft van oudsher het grootste aantal niet-stemmers of stemweigeraars van België. Als de trend doorzet, zo berekende Bruzz vorige maand, trekt bij de gemeenteraadsverkiezingen zeker een kwart van de Brusselse burgers niet naar de stembus. Wel heeft een recordaantal niet-Belgen zich geregistreerd om straks te mogen stemmen: bijna 50.000 in het hele gewest, met dank aan campagnes als ‘I vote where I live’, mobilisatie van politieke partijen en politieke propaganda in meerdere talen.

Hoe kan de politiek hén betrekken bij het Brusselse beleid, hoe kan de politiek een beroep doen op hun Brusselse identiteit? Het is een issue dat onder meer Ans Persoons erg bezighoudt. De voormalige SP.A-schepen trekt nu de burgerlijst Change.Brussels, een heel internationale lijst met bijna allemaal nieuwe gezichten. De voormalige Brusselse SP.A-kleppers Pascal Smet en Bert Anciaux staan er - bewust - niét op.

Persoons trekt de kaart van ‘de Brusselaar’, zegt ze. ‘Heel veel mensen hebben niet het gevoel dat er naar hen geluisterd wordt. Wij kiezen voor een participatieve politiek.’ Participatie vereist betrokkenheid, een ket die uit zijn kot komt. Alvast díe ketten die afgelopen dinsdagavond uit hun kot kwamen om het Brusseldebat te volgen in de VUB - met de Nederlandstalige Brusselse kopstukken en Roel Jacobs van de PS - bleken gevoelig voor haar verhaal. Persoons was de sterkste stijger in de polls voor en na het debat. Al moet gezegd dat Groen (vertegenwoordigd door Bart Dhondt) de grootste was. Voor en na.

‘Bartje’

Viel er verder nog iets te onthouden van het debat over Brussel-Stad? Dat het vaak niet over de stad ging, misschien. ‘Een heel deel van de spreektijd ging op aan zwartepieten naar andere beleidsniveaus’, aldus de verslaggever van Knack. Nagel op de kop. In het veiligheidshoofdstuk viel de eensgezindheid over een streng optreden van de politie op. ‘Eikelgedrag’, zoals Bianca Debaets (CD&V) het noemde, mag niet getolereerd worden. Natuurlijk kwam ook de fusie van de zes politiezones ter sprake - een evergreen - en de mankementen van het Brusselse politiekorps.

De meest opvallende passage was allicht die over de Brusselse identiteit. Toen N-VA-lijsttrekker Johan Van den Driessche volmondig meeging in het bestaan van een meerlagige, Brusselse identiteit, viel menig mond open. Roel Jacobs (PS) kon zich niet inhouden: ‘En vindt Bartje (De Wever, red.) dat ook?’, vroeg hij ongelovig. Van den Driessche hield zich staande. ‘Net zoals Bart vindt dat hij een Antwerpenaar is, vind ik dat ik een Brusselaar ben. Ik vind het een goeie zaak dat de Brusselse identiteit bestaat en in volle ontwikkeling is.’

Maar: ‘Iedereen moet zich thuisvoelen, maar dat wil niet zeggen dat iedereen zijn zin mag doen. Harmonieus samenleven veronderstelt gemeenschappelijke regels, alles begint met de waarden van de Verlichting’, aldus nog Van den Driessche. ‘Het moet gezegd kunnen worden: dat samenleven verloopt niet altijd even goed omdat er mensen zijn die zich niet naar die regels gedragen.’