Scholen doen suiker in de ban
Foto: shutterstock
De frisdrankautomaten op school zijn de afgelopen drie jaar opmerkelijk gezonder geworden. Maar het is speuren naar aantrekkelijke alternatieven.

Laat een kind iets uit de frisdrankautomaat kiezen en de kans is wellicht klein dat het water voor z’n geld wil. Daarom sloten Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) en Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) twee jaar geleden een pact met verschillende partners uit de voedingsindustrie. De bedoeling: tegen het schooljaar 2020-2021 een evenwichtig assortiment tussendoortjes en een gezonder aanbod in de frisdrankautomaten, zowel op lagere als secundaire scholen.

In een tussentijds rapport van het Vlaams Instituut Gezond Leven, waarbij 650 scholen bevraagd werden, blijkt dat we op goede weg zijn. Deden drie jaar geleden amper drie op de tien scholen gesuikerde frisdranken in de ban, dan gaat het dit schooljaar al om zeven op de tien. Ook het aantal vetrijke tussendoortjes zoals chips is gedaald. Al blijft de chocoladewafel een hardnekkige evergreen onder tieners. 

Die gezonde evolutie betekent niet dat de frisdrankautomaat er vandaag aantrekkelijker uitziet. Althans niet vanuit kinderperspectief. Alternatieven voor frisdrank zijn water, melk en calciumverrijkte sojadranken. Maar slechts de helft van de lagere scholen biedt daadwerkelijk melk aan en zo  goed als geen enkele basisschool groentesap of ongezoet water met een smaakje. Geen enkele basisschool heeft dranken op basis van granen, noten en zaden.

Ouders in verzet
Slaan leerlingen dan niet gewoon in de lokale supermarkt hun voorraad frisdrank en suikerwafels in? ‘In het secundair onderwijs merken we inderdaad veel weerstand bij leerlingen: ze willen zelf kiezen wat ze drinken’, zegt Jolien Plaete, stafmedewerker bij  het Vlaams Instituut Gezond Leven. ‘Maar we hopen door ouders en leerlingen te betrekken bij de “ontsuikering” dat ze achter de beslissingen staan. Dat vragen ze zelf ook: om niet zomaar in het schoolreglement te zetten dat jongeren geen ongezonde dranken en tussendoortjes mogen meebrengen naar school. Maar hen mee te laten nadenken over alternatieven en door de leerlingen bijvoorbeeld zelf een schoolwinkel te laten openhouden.’

Opvallend: in de lagere school zijn het de ouders die weerstand bieden. Die zijn er bijvoorbeeld nog vaak van overtuigd dat hun kind gesuikerde melk ‘nodig heeft’. En de tweede grootste barrière om automaten te ontsuikeren, zowel in het lager als secundair, zijn de opbrengsten voor de school: hoe minder frisdranken verkocht worden, hoe minder inkomsten scholen daar uit ­halen. Het gaat al snel over enkele duizenden euro’s per jaar. 

Een ander opvallend verschil tussen het lager en secundair onderwijs is de status van fruitsap. In het secundair wordt die gedoogd, ter afwisseling van water. In het lager onderwijs daarentegen mag er tegen 2020 geen spoor meer van te vinden zijn. ‘In fruitsap zitten bijna evenveel klontjes suiker als in frisdrank’, aldus Jolien Plaete. ‘Omdat de smaakontwikkeling van jonge kinderen nog volop evolueert, willen we hen liever zoveel als mogelijk stimuleren om natuurlijke smaken te appreciëren. Dus hopen we dat ze fruit eten.’ Vandaag biedt slechts vijftien procent van de basisscholen wekelijks vers fruit aan.