Geen papers meer achter betaalmuur
Leuvense studaxen. Foto: belga
Als wetenschappelijk onderzoek gefinancierd wordt met belastinggeld, dan moet de belastingbetaler het resultaat kunnen lezen. Dat lijkt logisch, maar het is in de praktijk zelden het geval.

Want zo is de situatie nu: wil u online een wetenschappelijk artikel downloaden, dan kost u dat vaak meerdere tientallen euro’s. De onderzoeksfondsen van elf Europese landen nemen daarom een drastische stap: vanaf 2020 is het ‘hun’ wetenschappers niet meer toegestaan om werk te publiceren achter een betaalmuur.

1. Wie is hier precies de ‘vijand’?
Het verbod geldt voor de wetenschappers, maar het is in feite bedoeld om de uitgevers van wetenschappelijke tijdschriften de arm om te wringen. Meestal gaat wetenschap er als volgt aan toe: wetenschappers krijgen een groot deel van hun middelen via onderzoeksfondsen, die overheidsgelden verdelen. Als ze klaar zijn met hun onderzoek, schrijven de wetenschappers een artikel, dat ze gratis aanbieden aan wetenschappelijke tijdschriften (liefst zo gerenommeerd mogelijk). De uitgever beoordeelt of het artikel in aanmerking komt voor publicatie. Is dat het geval, dan volgt de peer review, het proces waarbij collega-wetenschappers, op vrijwillige basis (onbetaald dus), de wetenschappelijkheid van het onderzoek evalueren. Na eventuele aanpassingen wordt het artikel gepubliceerd, en rekenen de tijdschriften hoge abonnementsprijzen aan om het werk te kunnen lezen. Geld dat betaald wordt door onder meer universitaire bibliotheken en andere vaak gesubsidieerde instellingen. Ziet u hoe dat rammelt? De overheid betaalt als het ware drie keer: voor het onderzoek, voor de peer review, en voor het tijdschrift. En de uitgevers, die weinig kosten hebben, rijven het geld binnen. Winstmarges kunnen oplopen tot meer dan 40 procent. Sommige wetenschappelijke uitgevers doen zo beter dan pakweg Google of Apple.

2. Wat is het plan?
Als de tijdschriften geen input meer krijgen van de vele Europese instellingen, dan zou dat voor de uitgevers een aderlating betekenen, is de redenering van de deelnemende onderzoeksfondsen. ‘Open access’ – vrije toegang – is het model van de toekomst, klinkt het. Wat niet wil zeggen dat de uitgevers helemaal geen geld meer ontvangen. Uitgevers mogen aan de onderzoeksinstellingen een bedrag vragen om het artikel ‘open’ te publiceren. Die som moet onder een nog te bepalen maximum liggen. In De Volkskrant sprak de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) de verwachting uit dat als de abonnementskosten wegvallen, de universiteiten genoeg budget overhouden om de publicatiekosten te dekken.

3. Doet België mee?
Het initiatief werd ondertekend door de onderzoeksfondsen van Nederland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Zweden, Noorwegen, Oostenrijk, Zwitserland, Italië, Polen, Slovenië en Luxemburg. Dus nog niet door ons land. Maar daar zit geen bijzondere argumentatie achter. Het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) werkt momenteel aan een nieuw beleidsplan voor 2019-2023 en zal daar pas tegen eind dit jaar klaar mee zijn. Over open access wordt nog gediscussieerd, is te horen. ‘Maar het is dus zeker niet uitgesloten dat het FWO, in overleg met de Vlaamse universiteiten en Onderzoekscentra, later dit jaar de tekst alsnog ondertekent’, klinkt het.

4. Wat vinden wetenschappers en universiteiten van het plan?
Aan de KU Leuven, onze meest geciteerde instelling, zijn ze aangenaam verrast door het Europese initiatief. De universiteit had zelf al een project opgestart om open access te stimuleren, met onder meer een platform waarop wetenschappers hun werk open publiceren. ‘We zijn voorzichtig optimistisch over het Europees plan’, zegt Demmy Verbeke van KU Leuven Bibliotheken. ‘We moeten nog afwachten of de verschuiving van de kosten (van abonnement- naar publicatiekosten, red.) een wezenlijk verschil maakt.’

Ook het Instituut Tropische Geneeskunde in Antwerpen is enthousiast. ‘Ik kan me niet inbeelden dat er wetenschappers zijn die tegen open access zijn, het geeft hun werk veel meer weerklank’, zegt Bouke de Jong, diensthoofd mycobacteriologie en voorzitter van de academische raad. ‘Maar de tijdschriften zitten in een ongelofelijke machtspositie, omdat wetenschappers in de eerste plaats gepubliceerd willen geraken. Het is te hopen dat er verandering komt in die afhankelijkheid.’