camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

In Vilvoorde hangen goede vibes in de lucht. Kristof Vadino

Een inclusieve samenleving ontstaat niet vanzelf

Vilvoorde is de snelst groeiende en snelst verkleurende stad van Vlaanderen. De muren tussen buren zijn er hoog. Maar Marjan Justaert ziet ook historische kansen.

Wie? Correspondente ‘Apartheid’ van De Standaard.

Wat? Diversiteit is ook representativiteit. Waarom dus geen quota invoeren?

De voorbije weken en maanden heb ik mij ondergedompeld in mijn eigen stad, vanuit de insteek ‘kennen we elkaar, of leven we feitelijk apart?’ Hoe maken we van de superdiverse samenleving een inclusieve samenleving waar iedereen zich thuis voelt? En wat verstaan we daaronder? Het bewust beperkt houden van de setting laat toe om een aantal conclusies te trekken.

Voornaamste conclusie: de meerderheid van de Vilvoordenaars vindt dat we in de praktijk veeleer naast elkaar leven in plaats van met elkaar. Het samenleven met de verschillende gemeenschappen leidt dikwijls tot spanningen en botsingen, de smeltkroes wordt niet automatisch als verrijkend ervaren. Culturen worden gemakkelijk gereduceerd tot religies, the usual suspects handen schudden, Nederlands spreken en al dan niet alcohol drinken/serveren blijven bijzonder gevoelige en symbolische twistappels.

Toch is de reeks veel positiever geworden dan ik op voorhand gedacht had: onder misschien wel honderden mensen die ik gezien en gesproken heb, is er enorm veel bereidheid en goeie wil om het beter te doen. Om elkaar beter te leren kennen en een en ander van elkaar te verdragen. Conflict is níét de norm in de samenleving, ook al zou je soms anders vermoeden als je politici bezig hoort of de sociale media volgt.

Leren loslaten

Conflict is níét de norm in de samenleving, ook al zou je soms anders vermoeden als je politici bezig hoort of de sociale media volgt

Naast het onderwijs en de sport- en andere verenigingen zijn er steeds meer bruggenbouwers die elke dag opnieuw cement leveren om tot een inclusieve samenleving te komen. ZenneLab, Voetbalmama’s, Stal Cheval, straatcomités, theater voor anderstaligen, The Vilvettes, Kolamela en noem maar op. Muziek, voetbal, gezamenlijke roots, zelfs een geslacht kan verbinden. Helaas zijn de meeste initiatieven erg kwetsbaar, omdat ze afhangen van subsidies en al te weinig ondersteund worden door de overheden. Als dat toch gebeurt en het werkt goed, is de stad Vilvoorde snel geneigd om het naar zich toe te trekken. Daar zijn die initiatieven niet altijd bij gebaat.

De bottom-up-initiatieven blijken levensvatbaarder dan hun top-down-tegenhangers. Een mooi voorbeeld is 1001 Schakels, een vereniging van moslima’s die ten tijde van de radicaliseringsgolf de handen in elkaar sloegen om de jongeren van straat te houden. Intussen geven ze bijlessen, organiseren ze festivals en iftars, nodigen ze sprekers uit over de rijke Arabische cultuur ...

Er moet veel meer geïnvesteerd worden in sociaal weefsel, en de stad moet leren loslaten en vertrouwen op haar burgers en zéker op haar brugfiguren. Vertrouwen geven loont.

Twee: de stadsontwikkeling moet álle burgers ten goede komen. Hen betrekken is de boodschap. Er zijn in Vilvoorde goeie en slechte voorbeelden van inspraak en participatie, maar er is vooral nog veel werk aan de winkel. Zowel in de wijken als in het centrum. Een paar jaar geleden leek het centrum op de rand van de afgrond te staan, maar de kentering is ingezet. Het is nu toch al een tijd geleden dat er meerdere handelszaken sloten op een week, de pop-ups marcheren en er wordt veel georganiseerd om de mensen op straat te krijgen.

De heropleving van het handelscentrum blijft evenwel een uitdaging (het zwaard van Damocles genaamd Uplace hangt nog altijd in de lucht), evenals de aanpak van verpauperde, grijze wijken die geïntegreerd moeten worden in een groter project zoals de Watersite.

Het omstreden Q-woord

En dan is er de representativiteit. Op mijn tocht in eigen stad heb ik vastgesteld dat verschillende groepen zich simpelweg niet vertegenwoordigd voelen. Wie in aanraking komt met de overheidsorganen of instellingen, stelt vast dat de diversiteit daar ver zoek is. Zowel het leerkrachtenkorps als het politiekorps, zowel het ambtenarenkorps als het lokaal bestuur is overwegend blank. Wit, zo u wil. Daar móét volgens mij iets aan gedaan worden willen we alle gemeenschappen (blijven) betrekken.

Er zijn believers die ervan uitgaan dat die diversiteit er vroeg of laat vanzelf insluipt binnen een generatie, maximum twee. De monitorenploeg van de speelpleinwerking is vandaag al een veel gekleurdere bende. Toch zou ik durven te pleiten om er een turbo op te zetten. U denkt allicht meteen aan het omstreden Q-woord, quota, en dat is natuurlijk de meest drastische oplossing. Van burgemeester Hans Bonte (SP.A) is geweten dat hij pro diversiteitsquota voor het politiekorps is, ook voor het leerkrachtenkorps staat hij er niet afkerig tegenover. Om vrouwen in de politiek te krijgen hebben quota alleszins gewerkt.

Mogelijk kan het ook via streefcijfers of via gerichtere aanwervingen. De Spaanse migranten in Vilvoorde is men destijds ook in hun huizen en hun clubs gaan opzoeken om hen te laten participeren. In eerste instantie uit electoraal winstbejag, maar in tweede instantie omdat er zoveel decennia geleden óók wel al een sense of urgency was in Vilvoorde om een vertegenwoordiging te hebben van alle verschillende gemeenschappen in de (politieke) organen. Idem voor de Marokkaanse Vilvoordenaars. Zo was Houssein Boukhriss, de vader van tv-gezicht Danira, een van de eerste BV’s (Bekende Vilvoordenaars) met een Maghrebijnse migratieachtergrond die zich actief engageerde voor een interculturele samenleving. Er moet in elk geval iets gebeuren, want praten met elkaar is dé sleutel tot inclusiviteit.

Kansen in de lucht

Er is een momentum. Na enkele moeilijke jaren waarin Vilvoorde vooral geassocieerd werd met de 28 geradicaliseerde Syriëstrijders, lijkt de Zennestad stilaan op de juiste koers. Het stadsambassadeurschap van Ish Ait Hamou of de verhuizing van Sammy Mahdi (CD&V) naar Vilvoorde symboliseert de way up. Er hangen goeie vibes in de lucht, er broeit van alles, er zijn kansen. Het zou zonde zijn om die niet te grijpen.

Velen kijken naar Vilvoorde, want al is onze stad Vlaanderen niet, het is wel een laboratorium voor wat Vlaanderen te wachten staat. Het is des te belangrijker dat de politieke spelletjes achterwege blijven en álle politici zich inspannen voor de stad.

Al maanden woedt er een felle concurrentiestrijd tussen de protagonisten op het terrein. Oppositiepartij CD&V profileert zich als ‘frisse wind’ en duikt al maanden overal op in team, met de intussen gekende ‘tsjeventruien’. Sommigen worden er zenuwachtig van. Burgemeester Bonte heeft Rode Duivel Yannick Carrasco gecharterd om zijn populariteit een boost te geven, en belooft het parlement op te geven voor Vilvoorde. Groen surft handig mee op de aandachtsgolf voor leefbaarheid van de wijken en luchtkwaliteit en heeft wellicht het meest diverse team. N-VA en Open VLD claimen beide de voorzichtige heropleving van het handelscentrum en de liberalen leveren met Didier Cortois daarenboven ook de bezieler van de Kruitfabriek, die Vilvoorde weer op de hipsterkaart zet. Allemaal hebben ze nieuwe, verrassende namen op de lijsten – het geheel voelt aan als een doorstart.

Wie straks ook aan het roer zit, hij (een ‘zij’ wordt het wegens gebrek aan vrouwelijke lijsttrekkers niet) mag niet berusten. Alle ingrediënten zijn aanwezig om een versnelling te plaatsen. De sokkel, de vibe, de schijnwerpers, de bereidheid in de samenleving. Politici die nú niet versnellen, missen een historische kans. Het is tijd om een volwassen centrumstad te worden en – naar analogie met de gevleugelde uitspraak van voormalig burgemeester Jean-Luc Dehaene – de problemen op te lossen die zich stellen.

De volledige reeks is te lezen op www.standaard.be/apartheid

De podcasts van De Standaard