camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

In de Strijkwinkel wordt flink doorgewerkt. ‘De meeste werkneemsters zijn alleenstaand. Het feit dat ze werk hebben, maakt hen fier.’ Gert Verbelen

Correspondentschap Apartheid (slot)
Vrouwelijke ondernemers trekken ingedommelde handelskern uit het slop

Vrouwen brouwen een bruisend Vilvoorde

Het valt op: in Vilvoorde zijn recent heel wat vrouwen opgestaan die een zaak of een vereniging hebben opgestart. Ze vormen de motor van de heroplevende (sociale) economie.

Van onze redactrice 

VilvoordeWie in Vilvoorde-centrum rondloopt, kan er niet naast kijken: er is veel leegstand – het zwaard van Damocles genaamd ‘Uplace’ heeft de handelskern geen deugd gedaan. Maar stilaan komen er weer nieuwe zaken bij. Op goeie dagen is er weer wat leven in de brouwerij.

Het is vrijdag en straks is het avondmarkt. Funda Dumaner heeft voor het eerst haar stijlvolle terrastafeltjes buitengezet op de stoep van het Ortshuis, waar ze een koffiehuis uitbaat. De Turkse verhuisde jaren geleden van Duitsland naar Vilvoorde. ‘Voor de liefde, natuurlijk’, lacht ze gul.

Het was wennen: Belgen zijn voorzichtiger dan Berliners, maar stilaan vinden ze de weg naar Funda’s zaak. ‘De Duitsers komen hier graag om een babbeltje te slaan, net als charmante oude dametjes. Ik heb ook een goed contact met de Turkse gemeenschap en via de school van mijn kinderen eigenlijk met iedereen. De stad is aan het herleven. Hoe meer zaken, hoe beter. In Duitsland zeggen ze: Konkurrenz belebt das Geschäft. Je kunt toch niet ­elke dag linzensoep of cake eten?’

‘We willen zelf ons geld verdienen en moeite doen om de stad nieuw ­leven in te blazen. Een man zal dat misschien snel te veel stress vinden’ Funda Dumaner Uitbaatster koffiehuis

In hetzelfde pand baat de half-Marokkaanse Assia haar kledingzaak ‘Boaime’ uit, een eind verderop scoort Karen met haar ‘Tassen & Kabassen’. Audrey verhuist haar pilatesstudio naar de Kruit­fabriek, ook Corry heeft daar grootse plannen. Het zijn maar enkele vrouwen die recent een zaak in Vilvoorde hebben geopend. ‘We zijn een generatie van plantrekkers’, zegt Funda. ‘We willen zelf ons geld verdienen en moeite doen om de stad nieuw ­leven in te blazen. Een man zal dat misschien sneller te veel stress vinden (lacht).’

The Vilvettes

Volgens Lien Warmenbol, projectcoördinator van Markant, is een op de drie ondernemers in België een vrouw. Markant brengt die ondernemende vrouwen ­samen. ‘Via 300 lokale netwerken bieden we hen steun, vormingen, netwerkevents en degelijke. We zijn in Vilvoorde gehuisvest, maar ironisch genoeg hebben we er geen netwerk.’

Vandaar dat Warmenbol onlangs de superdiverse vrouwengroep ‘The Vilvettes’ opstartte, een initiatief van Markant met steun van de Vlaamse Rand. ‘Vilvoorde heeft een slechte naam, terwijl er zoveel potentieel is. Maar de linken ontbreken vaak. Door genderspecifiek te werken, creëer je meteen een band.’

Kledingszaak Boaime in het Ortshuis is van een pop-upwinkel uitgegroeid tot een vaste waarde, waar vrouwen graag komen shoppen. Gert Verbelen

Een rondvraag op de sociale media leerde dat er bij Vilvoordse vrouwen wel nood bestond om elkaar te ontmoeten. Warmenbol: ‘Intussen hebben we meer dan 210 leden met verschillende roots in onze Facebookgroep. Ze willen niet alleen maar ontmoeten. Meer dan ik verwacht had, en wellicht ook meer dan mannen, zijn vrouwen bezig met hun omgeving. Tijdens onze eerste brainstorm kwamen interessante voorstellen naar boven: een fietstocht die aandacht vraagt voor de kwaliteit van de fietspaden, of een picknick gekoppeld aan een zwerfvuilopruiming. Het zou mooi zijn als al dat engagement op een dag afstraalt op het imago van de stad.’

In haar vrije tijd houdt Lien Warmenbol zich met enkele bevriende ondernemers bezig met Broeilab, een vzw die starters en eigenaars van leegstaande panden in Vilvoorde samenbrengt. Binnenkort openen de eerste pop-ups in het centrum, drie van de vijf geselecteerden zijn vrouwen.

Dansen op het werk

Ook in de sociale economie ­nemen vrouwen vaak het voortouw. Blendoneta – afgekort ‘Nena’ – Shala heeft Kosovaarse roots en runt de Strijkwinkels in Vilvoorde, Machelen, Diegem en Grimbergen. Er zijn een dertigtal vrouwen en enkele mannen aan de slag via gesubsidieerde tewerkstelling.

‘Na de terreur­aanslagen in ons land waren er best veel spanningen tussen de werkneemsters’

Nena Shala

Uitbaatster Strijkwinkel Vilvoorde

Er hangt een ontspannen sfeer in het atelier – wat niet verhindert dat er flink wordt doorgewerkt. Met vaardige hand strijken zeven tot acht vrouwen kledingstuk na kledingstuk. Alleen Marije, die straks op pensioen gaat, zit op een krukje. Ook Josiane is de zestig al voorbij. De zon schijnt door de ramen, een ventilator staat in voor een frisse wind, de radio kwettert. ‘Het gebeurt dat we plots beginnen te dansen als er een tof liedje speelt’, lacht Nena.

Nochtans dragen de strijksters een behoorlijke rugzak mee. ‘De meesten zijn alleenstaand’, vervolgt ze. ‘Samen met het OCMW geven we hen ook sociale begeleiding – zeker als hun verblijfsvergunning niet in orde is. Als ze aankomen, zijn het kwetsbare vrouwen die kampen met een laag zelfbeeld of andere problemen. We proberen hen omhoog te tekken en te laten zien wat ze waard zijn. Dat ze werk hebben, maakt hen fier. Ze hebben een doel, ze kunnen hun kinderen onderhouden.’

De verschillende achtergronden beschouwt Nena als een verrijking. ‘Natuurlijk zijn er soms spanningen, zoals op elke werkvloer ongeacht de afkomst van het personeel. Na de terreuraanslagen in ons land, toen er veel onrust heerste, waren er best veel spanningen. We pakken zo’n situaties altijd op dezelfde manier aan: we houden een gezamenlijk gesprek en nodigen iedereen uit om ook individueel zijn verhaal te doen. Tot nu heeft dat altijd tot kalmte geleid.’

Voor haar werkneemsters is Nena een rolmodel. De weinige vrije tijd die ze heeft, gaat op aan familie. Ze heeft wel contact met andere Oost-Europeanen in Vilvoorde, maar: ‘Wij zijn een volk dat dag in dag uit bezig is met werken. Veel tijd blijft er niet over.’

Nena Shala

‘Behoud eigen identiteit is belangrijk’

De Kosovaarse Nena werkte als schoonheidsspecialiste in haar land van herkomst. Haar ‘thuis’ noemt ze intussen Vilvoorde. ‘Ik woon hier enorm graag, ik voel me op mijn gemak.’

Integratie start met het leren van de taal, vindt Nena. ‘Ik heb zelf taallessen gevolgd in het Centrum voor Volwassenenonderwijs (CVO) en spoor andere nieuwkomers aan om meteen Nederlands te leren. Contacten helpen: dankzij mijn job ben ik snel vooruitgegaan. Integratie is belangrijk als je in een land je leven wil opbouwen. Maar integratie is niet gelijk aan assimilatie. Het is onmogelijk om je ­eigen cultuur volledig achter te laten en je helemaal aan te passen aan een land. Je eigen identiteit behouden is minstens even belangrijk.’

Masoumeh Doustarian

‘Goed dat vrouwen ondernemen’

Zes jaar geleden vluchtte ­Masoumeh Doustarian van Iran naar België. Ze had een masterdiploma verpleegkunde, maar dat bleek hier niet geldig. Drie jaar geleden opende ze ‘Cup of Cof’. ‘In Iran noemen we het coffeeshop, maar hier zeg ik koffiehuis’, glimlacht ze. Negentig procent van haar klanten zijn autochtone Belgen. ‘In het begin moest ik hun vertrouwen winnen, maar sinds ze me kennen komen ze graag. Ik heb veel lieve, vaste klanten.’ Het is Masoumeh – roepnaam ‘Arezou’ – die de familie onderhoudt, haar man kampt met ernstige gezondheidsproblemen. Ze ziet steeds meer vrouwen ondernemen, tot haar vreugde. ‘Vroeger durfden vrouwen dat niet snel, zeker niet in Iran, maar de ban is gebroken.’

Natalie & Kathleen

‘Daar wil toch niemand wonen?’

Zowel bij Natalie Janssens als bij Kathleen Creemers stond ­Vilvoorde op de lijst van plaatsen waar ze nooit zouden willen wonen. ‘En kijk nu’, lachen de uitbaatsters van de Standaard Boekhandel. Ze kennen de hele buurt. ‘Er is een toffe sfeer onder de ondernemende vrouwen. Maar samenleven doen we nog te veel naast elkaar’, zegt Kathleen Creemers. ‘Je ziet dat als er iets georganiseerd wordt met de mama’s op school.’ Natalie Janssens: ‘Voor de generatie van onze kinderen is de ­superdiversiteit geen issue meer. Zij stellen zich er totaal geen vragen bij. Helaas vertaalt zich dat niet in de horeca. Ik begrijp niet dat er in Vilvoorde geen goed Marokkaans restaurant is met lekkere tajines, of een Spaans tapas­restaurant.’

Séverine Dargent

‘We moeten trotser zijn op Vilvoorde’

‘Vroeger schakelden mensen meteen over op het Frans als ze mijn tongval hoorden’, blikt Française Séverine Dargent terug. ‘Dat was frustrerend, want na twee zinnen stopten ze met praten. En ik ben net een hele sociale. Ik zou praten tegen een hond met een hoed op (lacht).’ Sinds ze anderhalf jaar geleden haar bar ‘The girl in my soup’ opende in TrendLab Bazaar zijn de donkere wolken opgetrokken. Iedereen komt graag bij haar. ‘Wat ik spijtig vind, is dat de Vilvoordenaars zo negatief zijn over Vilvoorde. We moeten met z’n allen veel trotser zijn op deze stad, anders blijven we een slecht imago meeslepen. Weet je, ooit had ik hier klanten uit Gent over de vloer. Ze zeiden verwonderd: “Amai, de mensen zijn hier proper.”’

De podcasts van De Standaard