camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

Zwart en wit moedigen de Rode Duivels aan: in de WK-weken is elke pjeirefretter een voetbalsupporter. Gert Verbelen

Correspondentschap ‘Apartheid’

Samen supporteren voor de Rode Duivels

Vilvoordse voetbalvibes, met de V van verbondenheid

Als de Rode Duivels spelen, vervelt Vilvoorde van ‘ellendig nest’ – dixit zanger Kris De Bruyne – tot enthousiaste supportersclan. Winst overstemt het wij-zijdenken, een rolmodel uit eigen rangen helpt áltijd.

VilvoordeDit correspondentschap startte met voetbal: de beslissing van een club om alcohol te bannen uit de cafetaria, bleek (en blijkt) te leiden tot een botsing tussen culturen. Tussen de vele reacties – over bier, geloof, sport en gezondheid – zaten er ook heel wat die benadrukten hoe sport vaak wel verschillende gemeenschappen samenbrengt. Dat is zo, en dezer dagen meer dan ooit. In de WK-weken is elke pjeirefretter een voetbalsupporter, is el pueblo meer dan ooit unido. Zeker wanneer de Duivels een 3-0 op het scorebord schilderen.

17 uur. Het Bolwerkplein, waar het grote scherm staat opgesteld, vult zich druppelsgewijs met Vilvoordse supporters. Zwart, geel en rood overheersen. Wie rond zich kijkt, zou kunnen denken dat de Rode Duivels-manie een verplicht onderdeel vormt van de integratiecursus, maar niets is minder waar. Ook de ‘nieuwe’ Vilvoordenaars zijn spontaan en massaal overstag gegaan voor Hazard, Lukaku, Fellaini, Mertens, Carrasco en co.

‘Ik woon hier graag en ben fan van de Rode Duivels’, verklaart Tunesiër Mohamed Halaoui, die met de Spaans-Belgische Nerea getrouwd is. ‘Het is te zeggen: deze wedstrijd mogen ze winnen, zaterdag (tegen Tunesië, red.) liever niet.’ Voor de jeugd geldt dat zo mogelijk nog meer: ze zijn voor België, en soms ook voor de ploeg van hun land van herkomst. En-en. Jonge moslims in djellaba en Adidas-badslippers flaneren tussen blanke De Bruyne-fans en hun ­copains met Aziatische roots. De helft drinkt alcohol, de andere helft niet. Hier maakt het geen sikkepit uit: wanneer Mertens eindelijk de eerste goal maakt, gaat iedereen uit zijn dak. Slechts een enkeling laat het bonte schouwspel aan zich voorbijgaan en sjokt hoofdschuddend voorbij.

Voorbeeldfunctie

 Ook de ‘nieuwe’ Vilvoordenaars zijn massaal overstag gegaan voor Hazard, Lukaku en Mertens en co.

Voetballers hebben voor hun fans wel degelijk een voorbeeldfunctie, bewijzen Veerle De Bosscher en Jens De Rycke (VUB) in een nagelnieuw onderzoek. ‘80 procent van de mensen is vooral fan van een Rode Duivel van wie ze aanvoelen dan hij een rolmodel is en het goede voorbeeld geeft’, luidt hun conclusie. Opvallend is dat beduidend minder Belgen aangeven dat hun favoriete Rode Duivel fungeert als een ideaal om zelf over te nemen (29 procent). ‘Het lijkt alsof de respondenten suggereren dat onze nationale voetballers goede rolmodellen zijn voor anderen, maar niet voor zichzelf.’

Hoe dan ook, het WK maakt het beste in de Vilvoordenaars los. Voor de tweede keer op rij hebben enkele ­geëngageerde handelaars hun ­Guldenschaapstraat omgetoverd tot ‘Wereldbekerstraat’. Het betrekken van de scholen daarbij bleek een schot in de roos. Maar ook actief sporten werkt het samenleven in de hand – of toch daar waar de clubs gemengd zijn. Het stadsbestuur heeft de ambitie om ‘zo veel mogelijk Vilvoordenaars aan het sporten te krijgen’. Alleen: er knelt een schoentje.

Vilvoorde hinkt al heel lang achterop qua sportinfrastructuur. Er zijn enkele mooie terreinen, zoals de atletiekpiste op Domein De Drie Fonteinen, waar vroeger nog Kim ­Gevaert trainde, maar er is te weinig. Voor zwemlessen zijn er lange wachtlijsten, tennissen is duur, cafetaria’s rooien het niet, clubs gaan op de fles of lopen leeg (bijvoorbeeld wegens financieel wanbeheer), de ­exponentieel groeiende jeugd moet uitwijken naar Brussel of de buurgemeenten om te sporten.

Rode Duivel Yannick Carrasco opende de nieuwe padelterreinen. gv

Er is nood aan een inhaalbeweging, en niemand minder dan Yannick Carrasco – oorspronkelijk uit Vilvoorde – is als een deus ex machina opgedoken om zijn schouders onder sportieve projecten te zetten. Gestimuleerd en in samenwerking met burgemeester Hans Bonte (SP.A), die door Carrasco een ‘goeie vriend’ wordt genoemd. Bonte schat de voetballer hoog in, tegelijkertijd ruikt de politicus in hem natuurlijk een kans. In oktober 2017 sprak Carrasco in Humo voor het eerst over zijn droom: een soort ‘voetbalschool’ voor de Vilvoordse jeugd, waar ruimte is voor straatvoetbal (5 tegen 5). Als het van Bonte afhangt is die school voor oktober 2018 een feit.

Padel 1800

Daags voor de afreis naar Rusland opende Carrasco op vraag van Bonte twee gloednieuwe padelterreinen in Vilvoorde, waarvoor de stad 150.000 euro uittrok. Padel is een racketsport die enorm populair is in Spanje. ‘Op vraag van de tennisclub hebben we de sport naar hier gehaald’, aldus schepen van Sport Kevin Vincke (N-VA). Tennis is evenwel behoorlijk elitair, in Vilvoorde vertaalt zich dat in een overwegend blanke club.

Voor Kenneth Verloo, bestuurslid van Padel 1800, mag het publiek gekleurder worden. ‘Padel is een stuk toegankelijker dan tennis, omdat het technisch niet zo moeilijk is. Dat vergroot het spelplezier. Na een initiatie­les kun je al een aardig potje spelen.’ De bedoeling is om de club laagdrempelig te houden.

 De padelclub hoopt dat haar publiek wat gekleurder wordt

Carrasco had overigens niet veel uitleg nodig. Op halve kracht – hij mocht zich niet blesseren voor het WK – droogde hij zijn goeie vriend Bonte af. Geen uur later stuurde hij zijn zilveren Audi met Monegaskische nummerplaat alweer het sportterrein af. Op het volgende blitz­bezoek zal het allicht even wachten zijn. De Zennestad gelooft erin. Een goal van de Vilvoordenaar zou het WK-feestje helemaal afmaken.

Yannick Carrasco

‘Als je speelt, is er geen racisme’

Hij mag dan intussen in China voetballen, Rode Duivel Yannick Carrasco komt nog graag naar Vilvoorde, waar hij ‘rustig over straat kan lopen’. ‘Als klein jongetje was ik al op elk vrij moment aan het voetballen. Ik wil de jeugd stimuleren om te sporten, want bewegen is beter dan de hele tijd achter de computer zitten.’

‘Ja, sport werkt verbindend. Als je speelt, ben je niet bezig met iemands huidskleur of achtergrond. Als je speelt, ben je allemaal één en is er geen racisme.’ Hoe langer hoe meer profileert Carrasco zich als een sportief boegbeeld van Vilvoorde. ‘Als ik kan bijdragen tot het imago van de stad: graag’, zegt hij onomwonden.

Gaby Mariën

‘Met niemand problemen’

‘Ik woon 67 jaar in Vilvoorde’, vertelt Gaby Mariën. ‘Ik heb nooit overwogen om te verhuizen. Toen ik in het eerste leerjaar zat, heb ik voor het eerst een negertje gezien. Het was 1958, zijn familie was naar hier gekomen voor de Expo en is gebleven. Ik ben er dan bevriend mee geraakt. Bij mij in de buurt woont van alles: Marokkanen, Polen Spanjaarden en ook een Senegalees, maar ik heb met niemand problemen. Mijn ex is een Spanjaard.’ Gaby komt de Rode Duivels aanmoedigen, ze noemt hen ‘de mannekes’. Lukaku, Mertens en Carrasco – ‘natuurlijk’ – zijn haar favorieten. ‘Voetbal is oorlog, zeggen ze soms, maar ik vind van niet.’

Tom Ramboer

‘Diversiteit is kracht Duivels’

Brusselaar Tom Ramboer is tien jaar geleden in Vilvoorde komen wonen. ‘Het verschil? Ik vind dat het samenleven hier toch beter gelukt is. Vilvoorde heeft de voordelen van een grootstad, maar niet de nadelen.’ Toch leven we nog grotendeels naast elkaar, geeft hij toe. Voetbal bouwt bruggen. ‘De diversiteit is de grote kracht van de nationale ploeg. Bij de Rode Duivels zitten rolmodellen voor iedereen. Congolezen kunnen supporteren voor Lukaku, Marokkanen voor Fellaini. Fantastisch toch?’ Voor het grote scherm ziet Tom de samenleving zoals die zou moeten zijn: ‘Moeders met een hoofddoek staan naast Belgische papa’s met een pintje in de hand. Voilà.’

Mostafa Daboul

‘De Syrische president is zot’

‘Ik ben gevlucht uit Syrië toen de oorlog uitbrak’, vertelt Mostafa Daboul. ‘Ik woon nu zes jaar in Vilvoorde. Ik kan niets slechts zeggen over deze stad: de mensen zijn vriendelijk, het is hier goed, hier is ­sociale zekerheid.’ Mostafa is ‘een beetje fan’ van de Rode Duivels, de match vindt hij minder belangrijk dan de sociale contacten. Sinds kort werkt hij officieel in de sector van de tweedehandskledij, voordien was hij in het zwart aan de slag. 'Maar mijn baas was niet oké.’ Mostafa is getrouwd met een Marokkaanse en leert Nederlands dankzij Belgische vrienden. ‘Ik ga nooit meer terug. De president is zot. Zelfs als de oorlog eindigt, blijf ik in Vilvoorde.’

De podcasts van De Standaard