camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

De arbeidershuisjes en de oude Renault-site van op een Woestijnvis-terras, met het viaduct van Vilvoorde op de achtergrond. Alexander Meeus

Correspondentschap ‘Apartheid’

Hoe de wijk Broek uit het moeras klautert

De verpauperde arbeiderswijk Broek zag ruim tien jaar geleden een batterij hippe tv-jongens neerstrijken. De komst van Woestijnvis is bepalend geweest, maar het project Zennelab is dat vandaag zo mogelijk nog meer.

Van onze redactrice

VilvoordeVilvoorde is een voormalige industriestad. Denk: Renault, Ça-va-seul, Delacre of Forges de Clabecq. Na de sluiting van die fabrieken werd recon­versie de grote uitdaging. De (her)ontwikkeling van de ‘Watersite’ aan het kanaal werd het stokpaardje van Jean-Luc Dehaene, burgemeester van 2000 tot 2007. In die zone ligt ook de wijk Broek. Een rustige, verouderde arbeiderswijk onder het viaduct van Vilvoorde, bekend om haar zomerse muggenplaag.

De voorbije tien jaar zagen de bewoners hun wijk in ijltempo veranderen. Een eerste mijlpaal was de komst van productiehuis Woestijnvis in 2007. ‘Woestijnvis bestond op dat moment tien jaar en barstte uit zijn voegen’, vertelt oprichter Wouter Vandenhaute. ‘Op zoek naar een nieuwe, eigen plek heb ik de burgemeesters van Zaventem en Vilvoorde aangesproken. Jean-Luc kende ik al langer, want hij was een graag geziene gast in onze programma’s en bovendien waren we allebei voetbalsupporters. Hij sprak bevlogen over deze site.’

Toevallig had Vandenhaute wat later een lunch met Stijn ­Peeters, broer en manager van Bart Peeters en op dat moment ook nog architect. Hij had een architectuurwedstrijd gewonnen voor de inrichting van ‘De Magneet’, een oude spinnerij in Vilvoorde die herbestemd was als woon- en kantoorruimte. ‘Ik heb de puzzelstukken samengelegd, ben met Stijn komen kijken en was verkocht’, zegt de mediaman.

‘Het is niet dankzij Woestijnvis dat de buurt een nieuw elan kreeg, want de visie was er al, maar ik durf te zeggen dat we wel een katalysator zijn geweest’ WOUTER VANDENHAUTE  Oprichter Woestijnvis

De creatieve Woestijnvis-bende nam haar intrek in ‘De Magneet’ en wilde van meet af aan meer zijn dan gewoon een bedrijf in Vilvoorde. Vandenhaute: ‘We vonden het een tof idee om de “magneet” te zijn voor de ontwikkeling van de hele buurt. Er zat geen groot masterplan achter, hoor. We kwamen op het goeie moment, pionieren zit in ons bloed en we wisten dat we een bedrijf hadden dat tot de verbeelding sprak.’

Toogplakkers

Voor de bewoners was het wennen. De komst van Woestijnvis leidde tot gemengde gevoelens. Ineens zat het café van Sonja weer vol, maar waren er ook parkeerproblemen – voorheen onbestaande in Broek.

‘Uiteraard heeft een nieuw bedrijf overlast tot gevolg’, geeft Vandenhaute toe. ‘Niets menselijks is ons vreemd. En ja, iedereen wil zo dicht mogelijk parkeren. Maar goed, wij hebben gekozen voor deze omgeving, wij moeten ons aanpassen. Dat is onze maatschappelijke verantwoordelijkheid.’ Vandenhaute praat er niet graag over, want ‘het is een kwestie van doen’. ‘Het gaat niet over grote statements, maar over zorgzaam omgaan met de buurt en vriendelijk goeiedag zeggen tegen de mensen. Dat is de cultuur van ons bedrijf.’

Isolde Vandemoortele aan de slag in de Loodstuin. Alexander Meeus

Intussen kijken de Vilvoordenaars overwegend positief naar het televisiebedrijf. De ‘toogplakkers’ kent Sonja bij naam. De Ideale Wereld filmt geregeld in de buurt, in ‘De Magneet’ leven en werken locals en tv-mensen samen en sinds kort is er een nieuwe, sociale invulling van het bedrijfsrestaurant van MikstOrant: via Groep INTRO worden langdurig werklozen ingeschakeld om de maaltijden te verzorgen.

‘We zijn hier graag’, besluit Vandenhaute. ‘Het is niet dankzij Woestijnvis dat de buurt een nieuw elan heeft gekregen, want de visie en ambitie waren er al, maar ik durf te zeggen dat we wel een katalysator zijn geweest.’

Als een plantje

Er is natuurlijk meer nodig dan een hip mediabedrijf om verloedering tegen te gaan en een kwetsbare wijk te laten samenleven – je zult maar een stadsvernieuwingsproject ondergaan. De laatste tijd zijn tal van initiatieven ontstaan zoals ‘Metal & Wood’, een maatschappelijk project om kort- en laaggeschoolde 16-25-jarigen te activeren, of freerunning voor tieners.

‘Toen mijn kinderen klein waren, was hier alleen een gevaarlijk parkje’, vertelt bewoonster Noufissa. ‘Nu is er een moestuin, een speeltuin en meer contact tussen de mensen onderling. Ik heb in korte tijd veel nieuwe buren leren kennen. Het is te danken aan de inzet van Isolde dat de wijk positief geëvolueerd is.’

Isolde Vandemoortele van het Regionaal Instituut Samen­levingsopbouw (Riso) is een bruggenbouwer. Zij heeft met ZenneLab een ‘speelplek voor co-creatie en diversiteit’ gecreëerd die bepalend is voor de wijk. Een stuk braakliggend gebied naast de loods werd omgevormd tot Loods­tuin, mensen kunnen er lessen Nederlands volgen, er is een leesgroep en een fietslab. Het gezellige geheel vormt een warme, groene oase in de grijze wijk.

‘ZenneLab draait rond woonkwaliteit in de brede zin van het woord’, legt Vandemoortele uit. ‘Tijdens de stadsontwikkeling zoeken we samen met de bewoners een nieuwe invulling van de ruimte, tegelijkertijd bouwen we aan sociale cohesie en empowerment. Ook werken we aan de renovatie van oude woningen.’

Het is een verhaal van vallen en opstaan, erkent ze, onder meer omdat het begrip ‘engagement’ in een superdiverse samenleving nu eenmaal niet door iedereen hetzelfde wordt ingevuld. ‘Met dat engagement, hoe wispelturig ook, gaan we aan de slag’, aldus Vandemoortele. ‘Het gaat voor ons niet zozeer om het aantal mensen dat we bereiken, wel om het bereiken van de meest kwetsbare bewoners en het opbouwen van een sociaal netwerk. Dat zijn per definitie trage processen, zeker in een wijk als deze.’ Volgens tuinbegeleider Steven Van Obbergen is ZenneLab als een plantje: het heeft tijd nodig om te groeien.

Het contact met Woestijnvis is minimaal. Het contrast is ook groot: waar de creatieve hubs grotendeels bevolkt worden door blanke tweeverdieners, is de Loodstuin een pak gekleurder en Franstaliger. ‘Zeven jaar geleden zijn we vanuit Schaarbeek naar hier verhuisd’, zegt Aziz Kizildağg. Hij komt zoon Emre uit de moestuin plukken. ‘Het is hier goed wonen en leren de kinderen iets.’

Sonja Hereman

‘Vroegere eenheid van Broek is weg’

 am

De mondige Sonja Hereman houdt al 42 jaar café in Broek, ze heeft de buurt nog gekend als witte volkswijk met een jaarlijkse kermis. ‘Nu is het hier zwet geworden. Pas op, ik heb er geen problemen mee. Ze zeggen drie, vier keer per dag goeiedag. Maar naar mijn café komen ze niet. De eenheid van Broek is weg.’ Toch is Sonja nooit willen verhuizen. ‘We mogen niet klagen. Woestijnvis heeft een beetje leven in de brouwerij gebracht, al bij al is het een zegen voor de wijk.’ (mju)

Halima en Touhami

‘Het was hier een catastrofe’

‘We wonen hier sinds 2005. Toen waren er alleen oude mensen en verouderde huizen. Vergeten en opgegeven. Een catastrofe, quoi.’ Halima en Touhami Bekkaoui en hun drie dochters zijn maar wat blij dat het potentieel van de wijk stilaan ontdekt en gebruikt wordt. Toen Isolde Vandemoortele aanbelde, sloten ze zich meteen aan bij de moestuingroep. Touhami: ‘Iedereen is hier vriendelijk tegen ons, ook de Vlamingen en de tv-mensen. En hoe meer vernieuwd wordt, hoe beter het zal worden.’ 

Rudi Lauwers

‘Parkeerprobleem almaar erger’

am

Rudi Lauwers zit op het terras aan het café van Sonja. Het parkeerprobleem in Broek stuit hem het meest tegen de borst. ‘Woestijnvis heeft verderop een aparte parking, maar dan nog zetten ze hun auto in de straat. Het wordt almaar erger’, zegt Lauwers. (sarcastisch) ‘We hebben een fantastische burgemeester. Toen ik hem eens aansprak over het feit dat ik altijd boetes kreeg omdat ik niet anders kon dan naast gele lijnen parkeren, zei hij: ga dan naar den Brico en koop een pot zwarte verf.’

Murad ‘Samuel’ Belfadla

‘Freerunning is een uitlaatklep’

Ik moet mijn plaats nog vinden in Broek’, zegt Murad Belfadla. Hij heeft een Wit-Russische moeder en een Tunesisch-Marokkaanse vader die hij nooit gekend heeft. Zijn moeder wilde hem ‘Samuel’ noemen, en die naam gebruikt hij nu ook. Twaalf jaar geleden kwam hij als vluchteling in Vilvoorde terecht. De jongeman coacht de freerunners – een laagdrempelige maar heel acrobatische sport. ‘Het is mijn uitlaatklep. Net als voor de kinderen hier. Door de verschillende achtergronden leren we van elkaar.’ 

De podcasts van De Standaard