camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

Apartheid

Onze samenleving wordt in ijltempo superdivers. Kennen we onze buren nog? Of leven we feitelijk apart? Politici streven naar een inclusieve samen­leving, maar daar zullen we zelf de lijm voor moeten leveren. Kunnen en willen we dat? JournalistMarjan Justaert duikt onder in haar eigen Vilvoorde – Vlaams op papier, veelkleurig van vizier. Vandaag: onderwijs als cement voor samen-leven.

Geen punten, geen examens, geen problemen

In Vilvoorde stond GO! technisch atheneum Campus De Brug te boek als een gekleurde probleemschool. Maar de keuze voor een radicaal nieuwe leermethode lijkt aan te slaan.

Campus De Brug telt 42 nationaliteiten, ‘maar op zich is diversiteit hier geen issue’, zegt directeur Holbrechts. Kristof Vadino

VilvoordeEen doordeweekse dinsdagochtend na de paasvakantie. Het is opvallend rustig in Campus De Brug, waar 490 leerlingen technisch-, beroeps- of kunstonderwijs volgen. De helft van de school blijkt op GWP (geïntegreerde werkperiode), een studiereis waarbij ze – vanaf het vierde jaar – zelf de bestemming mogen kiezen. Maar ook als alle leerlingen er zijn, is het er rustiger dan een paar jaar geleden. ‘Vroeger hadden we 90 procent van de tijd problemen, en met 80 procent van de leerlingen’, vertelt pedagogisch coördinator Kim Leys.

Dat ging van gedragsproblemen tot helemaal vastlopen in het leerproces. ‘Veel leerlingen waren schoolmoe, niet geïnteresseerd of gemotiveerd. Ze hadden een verkeerde schoolkeuze gemaakt en er waren voortdurend onderlinge spanningen. Uiteraard heeft dat te maken met de gemengde schoolpopulatie’, aldus Leys.

Directeur Dennis Holbrechts is heel eerlijk: ‘We kampten met een slechte reputatie. Het merendeel – 90 procent – van onze leerlingen zat in het beroepsonderwijs. Vandaag is de verdeling meer in evenwicht. Ongeveer 55 procent van de leerlingen zit in het bso, 45 procent in het tso. We tellen 42 nationaliteiten, maar diversiteit is hier op zich eigenlijk geen issue.

Lat hoog, drempel lager

‘Zelfs 22 maart 2016, de dag van de aanslagen, is hier in alle sereniteit verlopen’ Dennis Holbrechts Directeur Campus De Brug

Begin dit schooljaar besloot de directie het roer om te gooien. In de eerste graad werkt Campus De Brug nu met ‘flexibele leerwegen’: algemene vakken als Nederlands, Engels, geschiedenis, wiskunde, aardrijkskunde, Frans en natuurwetenschappen worden samen­gebracht in één pakket dat de leerling zelf kan indelen. De leerkracht functioneert meer als coach. In de hogere graden worden de economische vakken gebundeld in een ‘leercentrum’. De school pioniert.

Holbrechts: ‘We zijn vertrokken vanuit de vraag welke bouwstenen de leerlingen nodig hebben. Die kunnen ze in een eigen tempo afwerken, in leefgemeenschappen in plaats van klassen. We stomen hen evengoed klaar voor de arbeidsmarkt als voor het hoger onderwijs. De lat ligt even hoog, maar de drempel om in te stappen, is verlaagd. Ook voor de leerkrachten is het aangenamer, omdat we veel meer aan ­co-teaching doen.’

Examens zijn afgeschaft, wat niet wil zeggen dat er geen toetsen of herhalingstoetsen worden afgenomen. ‘We winnen zo wel zes weken per schooljaar’, zegt de directeur. In plaats van met punten werkt de school met de kleurcodes rood, oranje en groen. Vanaf volgend jaar komt er blauw bij: excellent, om uitmuntende leerlingen extra te belonen.

Fairtradewinkeltje

Leerlingen worden in Campus De Brug zowel voor de arbeidsmarkt als voor het hoger onderwijs klaargestoomd. Kristof Vadino

Ondernemerschap wordt aangemoedigd. De leerlingen baten bijvoorbeeld een winkeltje met fairtradeproducten uit. En via het zogenaamde SODA-platform houden deelnemende bedrijven een preselectie van leerlingen vanaf 16 jaar. Het SODA-project legt, behalve op vaardigheden en kennis, de nadruk op het aanleren van ‘vak­attitudes’, bijvoorbeeld op tijd komen. Dat verhoogt, volgens Holbrechts ‘niet alleen de schoolprestaties van de leerlingen, maar vooral hun troeven op de arbeidsmarkt’.

Toen hier enkele jaren geleden een geradicaliseerde leerling naar Syrië vertrok, viel iedereen uit de lucht. Maar er is wel over gepraat, zowel binnen de klasgroep als in de lessen islam. ‘En ik moet zeggen dat we de laatste tijd nauwelijks conflicten hebben gehad. Zelfs 22 maart 2016, de dag van de aanslagen, is hier in alle sereniteit verlopen, in tegenstelling tot andere scholen waar “Allahu Akbar” werd geroepen op de speelplaats.’

Putain

Het is nog wat te vroeg om een evaluatie op te maken, maar volgens de directie is de sfeer merkbaar rustiger op school. Er is meer groepsgevoel en het welbevinden van de leerlingen is erop vooruitgegaan. Goed nieuws: voor volgend schooljaar is de B-stroom (beroeps) al helemaal volgelopen.

‘Vroeger hadden we 90 procent van de tijd problemen, en met 80 procent van de leerlingen’ KIM LEYS  Pedagogisch coördinator Campus De Brug

‘Met de leerlingen die we hier hebben, moeten we streng zijn’, besluit Dennis Holbrechts. ‘Streng maar rechtvaardig.’ En dat zien we onder onze ogen gebeuren. Een leerling die met opzet een bal wegschopt opdat een ­medeleerling hem aan de andere kant van de speelplaats zou moeten gaan halen, krijgt een uitbrander van de directeur.

Aan de andere kant worden ook zaken door de vingers gezien. ‘Met onze voetballende leerlingen doen we dikwijls mee aan tornooien. Onlangs waren we ergens op het Vlaamse platteland, en de scheidsrechter floot telkens één van onze jongens een bepaald stopwoord riep (‘pute’ of ‘putain’, red.). Onze leerlingen gebruiken dat te pas en te onpas, dat is jongerentaal die niet kwetsend bedoeld is. Dat zo’n arbiter dan elke keer fluit, dát is voor mij racisme.’

Stéphanie Vernaillen (17)

‘Gevoel dat ze naar ons luisteren’

‘Ik ging eerst naar het atheneum, daar waren meer kliekjes. Hier ben ik opengebloeid.’ Stéphanie is lid van de schoolraad. Daar ijverde ze voor een nieuwe speelplaatsbeleving, met meer sportmogelijkheden en een loungehoek. Dat lukte. Haar jongere zus zit in de eerste lichting van de ‘flex’. ‘In het begin was het een aanpassing, maar nu vindt ze het tof dat je zelfstandig je vakken en je tijd kunt indelen. Toch zijn de leerkrachten best streng. Voor pesten en conflicten zijn er zware sancties. Maar terwijl er vroeger meer rebellie was, lijkt iedereen dat te aanvaarden. Want we hebben toch wel het gevoel dat ze naar ons luisteren.’

Abdel El Bakkali (20)

‘Zelf te maken gehad met racisme’

Tot het tweede middelbaar ging Abdel naar een over­wegend witte school in Merchtem. In Campus De Brug denkt men volgens hem minder in stereotypen, dat maakt het samenleven er toffer en eenvoudiger. ‘In de lagere school heb ik te maken gehad met racisme: lunchgeld afpakken, afpersen enzovoort. Als ik het hier zie gebeuren, spreek ik er de kleine mannen op aan.’

‘In Merchtem heeft een jongen eens tegen ons gezegd: “De terreuraanslagen zijn jullie schuld, want jullie trekken naar Syrië en willen ons allemaal doodmaken.” Hier is dat niet zo. Toen die geradicaliseerde jongen vertrokken is, werd daar veel over gepraat, maar niemand verweet mij iets.’

Anissa Barrani (19)

‘Vroeger durfden we niet buitenkomen’

Anissa heeft een Spaanse moeder en een Marokkaanse vader. Ze zou later graag haar eigen bedrijf hebben om logo’s te ontwerpen. Haar klas – vijf meisjes en twee jongens – hangt sterk aan elkaar, ook al zijn ze van heel diverse afkomst. Toen haar oudere zus hier schoolliep, waren er veel meer spanningen. ‘Mensen denken nog altijd dat het zoals vroeger is, die reputatie van “probleemschool” krijg je moeilijk weg. Maar dit is een normale school en ook de stad is veranderd. Vroeger durfden we na 18 uur niet meer buiten te komen, nu spreken we tot ’s avonds laat af. Al is er niet veel te doen en gaan we in Brussel naar de cinema.’

Kim Leys (coördinator)

‘Regels voor telaatkomers zijn streng’

‘Onze regels voor telaat­komers ervaren de leerlingen als de hardste regels’, zegt pedagogisch coördinator Kim Leys. ‘Maar we moesten iets doen, anders loopt het de spuigaten uit en is het voor de leerkrachten totaal onduidelijk of er nog leerlingen kunnen binnen­komen of niet. Vandaar: wie te laat is, zelfs al is het een minuut, wacht de rest van het lesuur buiten.’

Als ze later gaan werken, kunnen ze ook te maken krijgen met een prikklok, klinkt het. Al beseft Leys ook wel dat niet iedereen met opzet te laat komt: sommige leerlingen moeten hun kleine broer of zus eerst wegbrengen bijvoorbeeld. ‘Het werkt, maar er wordt wel over geklaagd. En het blijft zoeken.’

De podcasts van De Standaard