camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

Onze samenleving wordt in ijltempo superdivers. Kennen we onze buren nog? Of leven we feitelijk apart? Politici streven naar een inclusieve samenleving, maar daar zullen we zelf de lijm voor moeten leveren. Kunnen en willen we dat? Journaliste Marjan Justaert duikt wekelijks onder in haar eigen Vilvoorde: Vlaams op papier, veelkleurig van vizier. Vandaag: hoe kleurrijk is de jaarmarkt?

Oer-Vlaams erfgoed doet integreren

Kan het Vlaamser dan braadworsten en beesten? Toch is het op de Vilvoordse jaar­markt over koppen én hoofddoeken lopen.

Gert Verbelen

VilvoordeSpanjaarden moet je niet leren feesten. Dat één op de tien Vilvoordenaars Spaanse roots heeft, kon dan ook niet zonder gevolgen blijven. De Spaanse gemeenschap greep de jaarmarkt aan om zich te integreren in de Zennestad en heeft intussen een eigen tent waarin de breed gesmaakte Flamenco Feria wordt georganiseerd. Voor andere aangespoelde gemeenschappen bleek de Vilvoordse jaarmarkt jarenlang een ver-van-mijn-bed-show. Vlaams cultureel erfgoed, dat autochtone Pjeirefretters zo graag zien en waarvoor fokkers en boer’n van heinde en verre afzakten en afzakken. Maar niets voor hen.

Vandaag is het publiek evenwel veel diverser. Jean Modaal vindt intussen zijn hele stad terug op straat. De 156 jaar oude traditie is eigenlijk spontaan multicultureel geworden – en dat zonder wereldkeuken, djembé-optredens of halaltentjes. Verspreid over het centrum staan friet- en hotdogkramen, braadworsten en hamburgers. De bijbehorende Troostkermis is een uit de kluiten gewassen Vlaamse foor. Toch trekt ze Vilvoordenaars met allerlei achtergronden aan. ‘Op de jaarmarkt zie je de geslaagde integratie’, beschrijft Annik uit deelgemeente Peutie het evenement. Ze geeft les in Vilvoorde-centrum, waar mensen met verschillende culturen wel móéten omgaan met elkaar. ‘Ik zie veel mensen die echt hun best doen. Zowel op mijn school als hier op straat.’

De terrasjes rond het Rooseveltplein trekken vooral een blank of wit cliënteel, maar ook de pitazaak in de Toekomststraat heeft grote tafels op straat gezet. Kleine Moussa krijgt er een bolwassing van zijn moeder omdat hij aan het vechten is met zijn broer. Het gezin van Mohamed slaat het tafereel geamuseerd gade. Zij zijn Berbers, dat is nog iets anders dan Marokkanen. Toch hebben ze met iedereen naar eigen zeggen een goeie band. Het Nederlands vormt wel een probleem – Mohamed noch zijn vrouw zijn het machtig. Maakt niet uit, op de dag van de jaarmarkt is tolerantie de standaard. Dat niet iedereen de dag afsluit met een goeie paardensteak in ‘De Kuiper’ of de ‘Horse House’, is mooi meegenomen, want het is daar toch lang aanschuiven.

‘Trop is te veel’

‘Ik zie veel mensen die echt hun best doen. Zowel op mijn school als hier op straat’ annik  Leerkracht

Die evolutie wordt door de meesten omarmd, maar niet iedereen denkt er zo over. Christiane (62) en Jan (71) uit de wijk Faubourg verwoorden een behoorlijk breed gedeeld gevoel bij oudere autochtonen. Zij hebben nog een bruisend Vilvoorde gekend, met zeven dancings, volle cafés en een wachtlijst om op de markt te mogen staan. ‘Vilvoorde is dood, de joermet trekt op niets meer.’ De populatie is daar volgens hen niet vreemd aan. ‘We zijn niet racistisch, maar trop is te veel. Als het zo voortgaat, hebben we over twintig jaar niets meer te zeggen.’ Volgens Christiane moet ‘niemand zijn godsdienst verloochenen’, maar het is wel aan hen om zich aan te passen. ‘Wij gaan ook niet in bikini hun moskeeën binnen hé?’

Ook de 48-jarige Yves, die bloemen en decoratie verkoopt in zijn winkeltje in de Leuvensestraat, heeft de stad zien veranderen. ‘Marokkanen, negers, het zit hier vol. Ja, het is ieder voor zich, maar ze kopen wel. Ik heb er eigenlijk geen problemen mee. Het stoort me niet. Als je hier geboren bent en nog steeds woont, pas je je automatisch aan.’

Ook Malika en Auria, twee jonge gesluierde moeders, zijn gepokt en gemazeld in de Zennestad. Het bewijs? Ze nemen vakantie op hun werk voor de jaarmarkt, het is ook hún traditie geworden. Eén keer per jaar komt de stad op straat, zeggen ze, en is Vilvoorde echt van iedereen. Maar daarbuiten is er werk aan de winkel.

Malika: ‘Vroeger had ik zelden het gevoel geviseerd te worden, vandaag overkomt het me regelmatig. Op straat, in winkels, sommigen maken ook opmerkingen. Weet je wat het is? Angst. Mensen zijn bang van andere culturen, maar we zullen elkaar toch echt wel moeten leren kennen.’

Micheline (47)

‘Ik leef binnen de Afrikaanse gemeenschap’

Micheline Ndondo is op stap met haar medecursisten van een professionele poets­opleiding. Haar Nederlands is oké, maar thuis spreekt ze altijd Frans. ‘Mijn leven speelt zich af binnen de Afrikaanse gemeenschap. We zijn een hechte groep. Ik vind het belangrijk om Nederlands te kunnen, voor op het werk bijvoorbeeld, maar ik heb nauwelijks Nederlandstalige vrienden.’ De jaarmarkt is niet haar traditie, maar ze vindt het leuk om rond te lopen tussen de mensen. ‘Het is hier goed wonen. Ik heb een Spaanse en een Marokkaanse buur, maar eigenlijk leeft elke gemeenschap wat op zich. Dat stoort niet: als je er geen probleem van maakt, is het ook geen probleem.’

Serge (53)

‘Hoe plezant, al die andere achtergronden’

Serge Wellens en zijn vrouw Brigitte staan voor hun beenhouwerij worsten te bakken. Het slagerskoppel woont al meer dan 20 jaar in Vilvoorde. De stad is een stuk diverser geworden, maar het samenleven gaat volgens Serge goed. ‘Hoe plezant is dat niet, al die verschillende achtergronden op de jaarmarkt? Onze Turkse buur van de pitazaak hiertegenover is de beste die je kunt hebben. Aan de andere kant zit het Mosselhuis, daarnaast een Marokkaanse kapper en aan de overkant van het kruispunt een Tunesische supermarkt. Het zijn de enigen die nog durven ondernemen, de autochtone Belgen zijn zo zot niet! En wij hebben met al die mensen een goeie band.’

Andrea (65)

‘Sommigen weigeren zich aan te passen’

Het echtpaar Mosti heeft Italiaans-Spaanse roots. Vader Andrea voelt zich als een vis in het water in Vilvoorde, ook al is zijn Nederlands niet zo goed. ‘We hebben veel contact met allerlei soorten mensen. Achter ons huis is de moskee, behalve het feit dat er een groot gebrek aan parkeerplaatsen is tijdens de gebedsuren heb ik er geen probleem mee. Je voelt natuurlijk wel dat de stad veranderd is … Veel winkels zijn weg. Wij gaan wel naar de Arabische winkeltjes, maar omgekeerd komen ze nooit bij ons. Tja, zo werkt het niet natuurlijk. Iedereen mag zijn wie hij is, maar je moet je wel integreren. Sommigen weigeren zich aan te passen, dat is gewoon zo.’

Jamel (46)

‘We moeten ons dubbel zo hard bewijzen’

‘De jaarmarkt is altijd plezant, zeker met de dochter erbij.’ Net als alle Vilvoordse schoolkinderen heeft Jamels dochter vrijaf. Het duo bewondert de prijsbeesten in de categorie pluimvee. ‘Er hangt een goeie sfeer in de stad. Waar ik woon, zeggen de mensen goeiedag tegen elkaar.’ Maar, vervolgt Jamel in het Frans, de houding tegenover moslims is wel veranderd. ‘We moeten ons dubbel zo hard bewijzen. Zeker sinds de aanslagen, maar ook voordien al. Wie zoals ik een Marokkaanse achtergrond heeft, krijgt al snel het etiket “profiteur”. Terwijl ik nooit werkloos ben geweest. Ik ben van school gegaan en heb altijd mijn eigen bedrijven gehad. Spijtig genoeg gijzelt dat negatieve beeld onze gemeenschap.’

De podcasts van De Standaard