Noodplan voor de natuur: verhuis de dieren
Onder andere de ringslang kan geholpen worden door translocatie. Foto: Leo Vaes / Het Belang Van Limburg
Als we de biodiversiteit in Vlaanderen willen behouden, zullen we dieren en planten moeten verhuizen naar natuurgebieden waar ze kunnen overleven. Controversieel, maar essentieel.

De natuur in Vlaanderen is erg versnipperd en leefgebieden zijn zo klein geworden, dat heel wat dier- en plantensoorten niet meer kunnen migreren. Heel wat soorten dreigen daardoor te verdwijnen door inteelt.

‘De leefgebieden moeten groter worden en beter met elkaar verbonden, maar dat is een werk van lange adem. Zelfs ecoducten bieden niet altijd een oplossing’, zegt Joachim Mergeay van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). ‘De viaducten zijn nuttig voor wolven of herten die lange afstanden afleggen, om ze te beschermen tegen het dodelijke verkeer, maar helpen minder mobiele soorten zoals amfibieën die zich maar enkele honderden meters verplaatsen niet.’

Maar één alternatief

Mergeay ziet op korte termijn maar één alternatief om kleine populaties amfibieën (zoals de rugstreeppad), slangen (ringslang) of vlinders (aardbeivlinder) en planten (grote tijm of zwarte populier) te redden van uitsterving: ze overplaatsen naar een gunstiger leefgebied, waar ze op eigen houtje niet zouden geraken. ‘Translocatie’ of ‘kolonisatie’ heet dat. ‘Essentieel, maar ook controversieel.’

Mergeay: ‘Natuurverenigingen zijn lang tegen het ingrijpen van de mens in de verbreiding van soorten geweest, omdat dat artificieel zou zijn. Uiteindelijk hebben we hetzelfde doel: de biodiversiteit redden en gezonde populaties bewaren. Translocatie is ook niet artificiëler dan het huidige natuurbeheer, waarbij een gebied gemaaid of gerooid wordt om meer ruimte voor heide of graslanden te creëren.’

De geesten rijpen, zowel bij natuurverenigingen als de overheid, zegt Mergeay. Het INBO helpt het Agentschap voor Natuur en Bos volop bij het maken van een beleidskader voor ‘translocatie’ in Vlaanderen. ‘Nu worden soms al soorten verplaatst’, zegt Mergeay. ‘Maar de huidige regelgeving laat dat in principe niet toe. Daardoor zijn de procedures ingewikkeld. En wordt de evolutie van translocatie belemmerd.’

Larven verhuisd

‘Populaties verplaatsen, is het laatste wat we willen doen. Maar om sommige soorten te redden, zullen we naar tijdelijke noodmaatregelen moeten grijpen’, zegt Kevin Lambeets van Natuurpunt. ‘Onze beheersteams staan al heel wat minder weigerachtig tegenover het idee om planten of dieren actief te verplaatsen.’

Dankzij de steun van Vlaams-Brabant heeft Natuurpunt bijvoorbeeld al een urgentieplan om 23 bedreigde soorten in de provincie te redden. Ze actief verplaatsen is daar een onderdeel van.

Lambeets geeft het voorbeeld van de kamsalamander. ‘Die gedijde vroeger goed in en rond drinkpoelen in weides. Maar door het wegvallen van die poelen zijn veel populaties verdwenen. In het noordelijke deel van de Getevallei zat een van de laatste populaties in Vlaanderen volledig ingesloten. Enkele jaren geleden verkregen we de nodige vergunningen om larven naar een poel binnen natuurgebied te verplaatsen. Daar plukken we nu de vruchten van. Er zwemmen dit jaar opnieuw volwassen kamsalamanders.’

Genetische diversiteit

‘Denk nu niet dat we vrachtwagens vol zaden of padden aan de andere kant van het land gaan uitzetten’, zegt Mergeay. ‘Translocatie moet gericht gebeuren.’

Toch lijkt het veel moeite voor kleine populaties. Lambeets: ‘Dat is het ook, maar biodiversiteit gaat niet alleen over soortenrijkdom, maar ook over genetische diversiteit.’

‘Het hoeft niet erg te zijn dat sommige inheemse dier- en plantensoorten uitsterven’, zegt Mergeay. ‘Maar Vlaanderen heeft zich in Europa nu eenmaal geëngageerd om natuurlijke habitats en fauna en flora in stand te houden.’