Een op de twintig Belgen is financieel analfabeet
Foto: imageglobe
Vijf procent van de Belgen is financieel ongeletterd. Het ontbreekt hen aan de elementaire kennis en de juiste attitudes om financieel verantwoorde keuzes te maken.

Financiële (on)geletterdheid slaat niet alleen op de mate waarin iemand begrippen kent als interestberekening of inflatie, of de risico’s beseft van beleggingen. Het gaat ook over attitudes – hoe denken mensen over sparen of lenen? – en over de manier waarop ze dagelijks met geld omgaan: betalen ze hun rekeningen op tijd, rekenen ze uit hoeveel ze kunnen afbetalen op een dure aankoop … 

In de wetenschappelijke publicatie Leuvense Economische Standpuntenhouden drie onderzoekers – Kristof De Witte, Kenneth De Beckker en Geert Van Campenhout – de resultaten tegen het licht van een internationale enquête naar financiële geletterdheid. De enquête werd uitgevoerd door de Oeso, de organisatie van industrielanden.

Wat blijkt? Bij de Belgen scoort een kleine groep van  5 procent – een op de twintig - erg zwak op de drie dimensies. Zij gelden als financieel analfabeet. Daarmee scoort ons land beter dan het internationale gemiddelde (7 procent financiële analfabeten), maar slechter dan bijvoorbeeld buurland Nederland (3 procent).

Internationaal presteert  26 procent van de burgers goed tot zeer goed in de Oeso-bevraging. Voor België gaat het zelfs om 37 procent. Dat lijkt positief, maar het betekent niettemin dat ruim de helft van de Belgen (58 procent) matig tot slecht scoort op minstens een van de drie dimensies van financiële geletterdheid. 

Kwetsbare groep

Vooral de zwakste groep baart de Leuvense economen zorgen. Het gaat volgens hen om sociaal en economisch kwetsbare mensen: laaggeschoold, vaak werkloos, veel alleenstaanden, met een laag inkomen en slechts in beperkte mate in het bezit van financiële producten.

Die financieel analfabeten vertonen ‘suboptimaal gedrag’. In mensentaal: ‘Ze zijn minder geneigd om te sparen voor onvoorziene uitgaven, kampen met een hoger schuldniveau (en bijbehorende zwaardere financieringskosten), bouwen minder reserves op voor later, als ze met pensioen gaan. En ze worden vaker het slachtoffer van fraude.’ Het is een groep die nood heeft aan advies en begeleiding, maar ze durven vaak niet om hulp te vragen. ‘Het zijn juist de financieel hooggeletterden die de meeste vragen stellen aan de bankbedienden’, aldus De Beckker.

Maar ook de 58 procent die op financiële kennis, attitude of gedrag zwak scoort, is problematisch. ‘Ze herkennen bijvoorbeeld een factuur niet of sparen te weinig. En dus kunnen ook zij in de problemen komen’, zegt De Witte.

Bij de matig scorende Belgen valt er een opvallend onderscheid op tussen mannen en vrouwen. Globaal bekeken scoren vrouwen zwakker op financiële kennis – waaruit volgens De Beckker blijkt dat ‘de traditionele rollenpatronen nog bestaan’: hun partner doet de geldzaken. Anderzijds schieten vooral mannen tekort op het vlak van financieel verantwoord gedrag en attitudes.

Eindtermen

De nood aan meer doorgedreven financiële educatie is duidelijk, meent De Witte. Hij noemt het ‘een goede zaak’ dat financiële geletterdheid vanaf september 2019 wordt opgenomen in de eindtermen van de eerste graad middelbaar onderwijs. ‘Hoe jonger iemand is om die competentie te verwerven, hoe meer effect het heeft.’