Voedselagentschap wist al in 2016 van vleesfraude
Foto: Getty Images
Meer dan een jaar geleden signaleerde de Kosovaarse voedselinspectie een probleem bij vleesbedrijf Veviba. Pas dinsdag werd het gedeeltelijk gesloten.

Het allereerste signaal dat Veviba niet volgens het boekje werkt, kreeg het Federaal Voedselagentschap voor de Voedselveiligheid (FAVV) al in 2016. Tussen die melding en de gedeeltelijke sluiting van het vleesbedrijf zat dus meer dan een jaar. Dat roept vragen op. Ook bij minister van Landbouw Denis Ducarme (MR). Hij wil weten wat het voedselagentschap heeft gedaan na de eerste klacht. Maandag komt ook de Kamercommissie Volksgezondheid bijeen over de zaak.

De klacht arriveerde bij het FAVV in het najaar van 2016, toen het voedselagentschap plotsklaps een inspecteur naar Kosovo moest sturen. Bij de invoer van vlees van Veviba had de Kosovaarse voedselveiligheidsinspectie vastgesteld dat er gesjoemeld was. Vrijdag kon het FAVV geen uitsluitsel geven over wat het probleem precies was, maar vermoedelijk was er gefraudeerd met de invriesdatum op de etiketten.

Izegem en Bastenaken

Veviba is een vleesverwerkingsbedrijf in Bastenaken dat in handen is van de familie Verbist. De naam is een samenvoeging van ‘Verbist Viande Bastogne’. Behalve sites in Izegem en Bastenaken beheert de familie ook vleesbedrijven in Velzeke en Rochefort. Niemand van de familie wilde vrijdag op vragen van De Standaard reageren.

Nadat het FAVV in 2016 de vaststellingen in Kosovo had gedaan, maakte het zijn dossier over aan het parket van Luxemburg, afdeling Neufchâteau. Het parket geeft geen verduidelijking bij het onderzoek en geeft als reden dat de onderzoeksrechter niet communiceert.

‘Wij vermoedden economische fraude’, zegt FAVV-woordvoerder Philippe Houdart. ‘De klacht ging niet over problemen voor de volksgezondheid. Vlees dat is ingevroren, kan lang worden bewaard. Na verloop van tijd neemt de kwaliteit af omdat vetten beginnen te oxideren.’ Het wordt met andere woorden minder lekker, maar kan wel nog worden gegeten.

Naar aanleiding van de problemen in Kosovo organiseerde het FAVV geen extra inspectie bij Veviba. ‘In de slachthuizen zijn er bijna dagelijks controles’, zegt Houdart. ‘In de uitsnijderijen en koelinstallaties ligt de frequentie veel lager.’

Hoe vaak Veviba in de loop van 2017 is gecontroleerd, is onduidelijk. Volgens het FAVV ‘ettelijke keren’. ‘Daarbij kwam niets schokkend boven water’, zegt de woordvoerder. ‘We hebben een overzicht van de omstandigheden bij het FAVV gevraagd’, zegt Christine Romeyns, de woordvoerster van minister Ducarme. ‘Tegen donderdag verwachten we dat.’

Gehakt

Bij een huiszoeking vorige week vrijdag, met steun van het FAVV, doken wel problemen op in het vleesverwerkingsatelier en het koelhuis in Bastenaken. Daardoor verloor Veviba zijn erkenning.

Etiketten op ingevroren vlees waren vervalst en slachtafval dat niet geschikt is voor menselijke consumptie, kwam als gehakt toch terecht bij slagers. Meer bepaald gaat het om het vlees rond de plek waar een dier na de slachting wordt gekeeld om het leeg te laten bloeden. Die steekwonde bij de hals wordt gemaakt met een mes dat bacteriën kan meedragen en zo vlees kan besmetten.

De komende dagen moet blijken of het FAVV die problemen sneller op het spoor had kunnen komen. Het FAVV nuanceert het risico van het vlees waarmee werd gefraudeerd. ‘In gehakt zitten altijd bacteriën’, zegt Houdart. ‘We raden daarom aan om gehakt niet rauw te eten maar goed te bakken. Dan is er geen probleem.’ Niettemin riep het FAVV naar aanleiding gehakt terug dat werd verkocht bij de overdekte ‘FoodMet’ in Anderlecht.