De Zegher loog Gentse politici voor
Catherine de Zegher maandag in de cultuurcommissie van de stad Gent. Magdalena Dabrowski noch Noemi Smolik zegt ooit een vraag voor een expertise te ­hebben gekregen. Foto: david van hecke
De twee internationale experts die Catherine de Zegher opvoerde, hebben de collectie-Toporovski nooit onderzocht.

'Zes maanden lang heeft het museum onderzoek gedaan naar de collectie’, zei Catherine de Zegher, de directrice van het Museum voor Schone Kunsten, maandagavond in de cultuurcommissie van de stad Gent. ‘In die periode waren er twee externe experts volop bij betrokken. Magdalena Dabrowski en Noemi Smolik waren zo enthousiast dat ze  een expositie met de werken wilden maken. Ik heb daar concepten van en kan u de documenten tonen.’

Nochtans zegt geen van beide specialisten ooit een vraag voor een expertise te ­hebben gekregen, laat staan dat ze die uitvoerden. Meer zelfs, beiden hebben De Zegher geadviseerd haar handen niet te verbranden aan deze collectie. Eén element in de verklaring klopt wel. ‘Ik ken Catherine al lang’, zegt Noemi Smolik aan de telefoon vanuit Duitsland. ‘Voor haar tentoonstelling in de Moskou Biënnale schreef ik teksten. We zaten te broeden op een tentoonstelling over Russische avant-garde. Dat plan ging al een drietal jaar mee. Mogelijk zag Catherine de collectie-Toporovski daar deel van uitmaken. Misschien is dat oude plan het concept waar ze naar verwijst.’

Van voorafgaand onderzoek is er  evenwel geen sprake. ‘Ik heb nooit een vraag voor een expertise gekregen’, zegt Smolik. ‘Ik heb de collectie pas voor het eerst gezien toen ze al geëxposeerd was in het museum. Daar had ik meteen twijfels bij. Nadien, een poos voor Kerstmis, werd ik met enkele andere mensen bij Toporovski thuis uitgenodigd. Daar hing nog meer kunst. Toen hij begon te vertellen over de herkomst van die werken, vond ik sommige verhalen weinig geloofwaardig. Het viel me op dat hij de ­details van sommige verklaringen schuldig moest blijven. Toen dacht ik: dit kan niet waar zijn.’

Geschandaliseerd

Magdalena Dabrowski, die in New York 24 jaar bij het Moma werkte en tien jaar bij het Metropolitan Museum, zegt  ‘meer dan geschandaliseerd’ te zijn dat ze en plein public is opgevoerd als experte. ‘Zei ze dat? Voor al die politici? Ongelooflijk dat iemand zulke foute gegevens de wereld instuurt’, zegt ze aan de telefoon vanuit Parijs. ‘Ik ken Catherine van in New York, maar we hebben mekaar zeker tien jaar niet gezien. Zij heeft me nooit over deze tentoonstelling ingelicht. Ze heeft me ook nooit een expertise gevraagd. Ik heb de collectie in mei 2017  gezien, omdat een vriend me geïntroduceerd had bij de Toporovski’s thuis. Het museum had zijn selectie toen al gemaakt.’

‘Ik stond perplex van al die kunst in dat huis’, zegt Dabrowski. ‘Nooit eerder had ik driedimensionaal werk van Malevitsj gezien. Dat vond ik al raar. Dan kwam er een verhaal over de kunstenaarsfamilie Pevsner, die verwant was aan Olga Toporovski en halsoverkop het land verlaten had met zijn kunst. Mijn grootmoeder is in 1924 Rusland uitgevlucht. Geloof me, zelfs geen porseleinen kopje kon ze meenemen. Ik zag al die kunst en dacht: hoe komt dat ik nog nooit van die werken heb gehoord? Niemand is de jongste decennia met een collectie van die omvang naar buiten gekomen.’

Beide internationale specialistes hebben Catherine de Zegher afgeraden om met de collectie-Toporovski te werken. ‘Catherine wist dat er in het kunstcircuit veel mensen waren die twijfels hadden’, zegt Noemi Smolik. ‘Ik was verbaasd dat ze deze werken toonde. Maar ze was zo zeker van haar zaak. Na dat etentje bij de Toporovski’s heb ik haar gezegd dat ik er niet in geloofde. De expositie liep op dat moment al twee maanden. Toen begon ze precies ook te twijfelen.’ Voor de buitenwereld bleef De Zegher koppig haar gelijk volhouden.

Dabrowski heeft op 28 november de opstelling in Gent bezocht. ‘Het was een fait accompli, de werken hingen aan de muur’, zegt ze. ‘Er werden nog meer genodigden rond­geleid door Toporovski, dus bleef ik liever discreet. Ik heb Catherine toen gezegd dat de werken gecheckt moesten worden op herkomst en een chemische analyse moesten ondergaan. Dat had ze eigenlijk  vooraf moeten doen.’

Niet de laatste verrassing

Het was voor Dabrowski niet de laatste verrassing met de collectie. ‘Op 11 januari stuurde een vriend me vanuit Moskou een persbericht door. Hij deed dat omdat mijn naam erin stond, vlak na die van Toporovski nog wel. Toen ging ik door het dak. Ik stond er vermeld als lid van het wetenschappelijk comité van de Dieleghem Stichting. Zonder dat me dat ooit gevraagd was. In januari kreeg ik een pak kopieën van schilderijen opgestuurd, van nog andere werken dan die van Gent. Samen zullen het er zo’n negentigtal geweest zijn. Het waren allemaal schilderijen die sterk leken op bekend werk van die kunstenaar. Ik nam ze door en dacht: er is er niet één bij dat in orde is.’

Igor en Olga Toporovski hebben altijd beweerd dat ze niets met de kunstmarkt te maken willen hebben, maar alleen wetenschappelijke bedoelingen hebben. Dat blijkt alvast niet overeen te komen met de getuigenis van Noemi Smolik. ‘Nadat ik bij de Toporovski’s te gast was geweest, kreeg ik een foto doorgemaild van een schilderij van František Kupka. Met de vraag of ik niemand kende die het wou kopen.’