‘Schaf zoveel mogelijk spoorwegoverwegen af’
Foto: Photo News

Om de veiligheid op het spoor te maximaliseren, moeten de werkomstandigheden verbeterd en de besparingen teruggedraaid worden. Dat zeiden de vakbonden tijdens een hoorzitting in het parlement. ‘Treinbestuurders worden bedreigd als zij niet blijven werken.’

In de Commissie Infrastructuur van de Kamer vinden vandaag hoorzittingen plaats over de veiligheidscultuur bij de spoorbedrijven NMBS en Infrabel. Aanleiding is het treinongeval in Morlanwelz op maandag 27 november, waarbij twee doden en een zwaargewonde vielen. De hoorzitting was oorspronkelijk al binnen enkele dagen na het voorval gepland, maar werd uitgesteld tot nu.

In de voormiddag kwamen de vakbonden aan het woord, als vertegenwoordigers van het personeel. Luc Piens van ACV hekelde de afname van personeel bij het onderzoekscentrum van de NMBS. ‘Dat heeft als taak om veiligheidsaanbevelingen op te stellen voor de overheid, de NMBS en Infrabel. Die hebben tot doel het risico op ongevallen in de toekomst tot een minimum te beperken. Wanneer we kijken naar hun verslagen over eerdere ongevallen, zien we markante cijfers. Negentig procent van de ongevallen vindt plaats op een overweg - zelfdodingen niet inbegrepen. 84 procent van die ongevallen zijn te wijten aan onvoorzichtigheid of nalatigheid van weggebruikers. Er moet meer geïnvesteerd worden om zoveel mogelijk overwegen af te schaffen.’

‘Een ander groot gevaar’, zei Piens, is vermoeidheid. ‘Zij heeft een ongunstige impact op de veiligheid. Vermoeid personeel reageert trager, maakt meer fouten en heeft moeite met beslissingen nemen. De wet verplicht de spoorwegen niet om een systeem te ontwikkelen om de vermoeidheid te controleren. Dat moet gebeuren. Vandaag horen wij verhalen van treinbestuurders en begeleiders die bedreigd worden: als zij niet zouden blijven werken en hun trein achter zouden laten, dan zou hun brevet - dat zij nodig hebben om hun werk te mogen uitvoeren - ingetrokken worden.’

‘Herzie dotatie voor de spoorwegen’

Michel Abdissi van de Franstalige vakbond CGSP, vaak benoemd als ‘de machtigste man binnen de spoorwegen’, verwees naar de besparingen die de NMBS van de regering moet doorvoeren. De beperkingen opgelegd door de overheid, zei hij, ‘leiden tot: een verslechtering van de werkomstandigheden, een verhoging van de druk op de werknemers, een verplichting om meer te doen met minder, een verhoging van het nachtwerk en een gebrek aan personeel’. Abdissi verwees naar voorbeelden van spoormannen die vijfentwintig dagen aan een stuk werkten zonder rustdag. ‘De regels, die de veiligheid moeten garanderen, worden niet gerespecteerd. De enige oplossing om maximale veiligheid te garanderen, zijn betere werkomstandigheden, en dus een herziening van de dotatie voor de spoorwegbedrijven.’

Ook Piens zei dat ‘zolang de veiligheid niet helemaal op punt staat, besparingen niet verantwoord zijn’. Hij verwees ook naar ‘een ander markant feit’: ‘een depanneerder van de NMBS moest helemaal alleen een defecte bovenleiding herstellen, terwijl collega’s van Infrabel erop stonden te kijken. Zij mochten van hun leidinggevende niet bijspringen. Er manifesteert zich steeds meer een scheiding tussen Infrabel en de NMBS. Het operationele lijdt daaronder.’