Soedan-onderzoek staat nog nergens
Foto: Bart Dewaele
Niemand weet hoe de commissaris-generaal het onderzoek naar eventuele mishandeling van Soedanezen zal voeren. Er is nog niet eens mee begonnen.

De federale regering heeft goed twee weken geleden beslist om het onderzoek naar de mogelijke mishandeling van gerepatrieerde Soedanezen toe te wijzen aan het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS). Voor dat onderzoek zou de commissaris-generaal kunnen samenwerken met de Verenigde Naties en de Europese Commissie, werd geopperd, maar die zijn nog niet gecontacteerd.

‘Wij hebben nog niets gehoord. We weten nog niet of en wat er van ons wordt verwacht’, zegt Vanessa Saenen van UNHCR, de Vluchtelingenorganisatie van de VN. Eenzelfde geluid bij de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), het VN-agentschap dat vrijwillige terugkeerders helpt om de draad in hun land weer op te pikken.

De Europese Commissie benadrukt dan weer dat ‘individuele beslissingen over terugkeer louter de bevoegdheid zijn van nationale overheden’. Lees: wij gaan er ons niet mee bemoeien. 

Kritiek op andere topambtenaar?

Het langverwachte onderzoek, dat tegen eind januari klaar zou moeten zijn, moet dus nog goed en wel beginnen. Het CGVS is nog altijd aan het uitdokteren hoe het dat onderzoek zal voeren. ‘De regering gaf niet aan hoe dit onderzoek moet worden gevoerd. We zijn hier volop mee bezig en zullen dit onderzoek grondig voeren’, zegt de woordvoerster van Dirk Van den Bulck, de commissaris-generaal voor de vluchtelingen.

Of de Soedanezen die over mishandeling hebben getuigd, zullen worden gecontacteerd en of ambtenaren naar Soedan zullen afreizen om het onderzoek ter plekke te voeren, zoals staatssecretaris Theo Francken (N-VA) eerst verkondigde, is lang niet zeker.
Het is zelfs onduidelijk of de commissaris-generaal al de getuigenissen van de Soedanezen in zijn bezit heeft die Koert Debeuf (Tahrir Instituut) verzamelde en een tijd geleden aan het kabinet-Fran­cken bezorgde. ‘Het CGVS onderneemt in alle onafhankelijkheid de stappen die nodig zijn’, blijft de woordvoerster van Francken vaag.

Het CGVS wil alleen nog kwijt dat het over de ‘nodige expertise’ beschikt en verwijst naar zijn ­onderzoeksdienst ‘Cedoca’ waar dertig researchers werken. Zij verzamelen continu info over de mensenrechtensituatie en vrees voor vervolging in de herkomstlanden van asielzoekers. Daarover maken ze interne rapporten voor de collega’s die over de asiel­aanvragen moeten beslissen. Op hun beurt baseren de onderzoekers zich daarvoor op allerlei bronnen, zoals de Verenigde Naties, ngo’s, persoonlijke contacten ... Het CGVS werkte al aan een update over de situatie in Soedan.

De commissaris-generaal is dus zeer goed geplaatst om in te schatten of teruggestuurde migranten gevaar lopen, ook wanneer ze geen asiel krijgen. Maar dat wil nog niet zeggen dat hij ook een duidelijk antwoord zal kunnen formuleren op de vraag of de Soedanezen in kwestie inderdaad mishandeld zijn en of de Dienst Vreemdelingenzaken (dus Fran­cken) in de fout is gegaan.
Niet alleen lijkt het onmogelijk om die getuigenissen ooit te kunnen bewijzen. Dat een topambtenaar – ook al is hij onafhankelijk – kritiek zou uiten op een andere topambtenaar zou ongezien zijn. De commissaris-generaal heeft zich er altijd ver van gehouden. 
Het onderzoek lijkt dus vooral het beleid richting te zullen moeten geven of, zoals CD&V-voorzitter Wouter Beke gisteren zei, ‘nagaan wat in de toekomst beter kan’. Daarmee hangt het politieke lot van Francken niet meer van de conclusies van het onderzoek af.

Geen strikte timing

Premier Michel herhaalde gisteren dat hij hoopt tegen eind januari de resultaten van het onderzoek te krijgen. Alvast tot dan zijn repatriëringsvluchten met Soedanese migranten opgeschort. Maar omdat de opdracht zo delicaat en moeilijk is, lijkt die timing steeds meer onhaalbaar. 

‘De regering heeft ons geen strikte timing opgelegd’, zegt de woordvoerster van de commissaris-generaal. ‘We zullen weliswaar proberen het onderzoek zo snel mogelijk af te ronden.’

Van den Bulck laat zich alvast niet door de holderdebolder-communicatie van de regering opjagen. Al moet het onderzoek ook geen maanden duren.