Nooit eerder zo weinig leerlingen op vakscholen
Foto: Photo News
‘Trek de kaart van de nieuwste industriële technieken. Maak de transitie.’ Dat advies krijgen vakscholen om de dalende inschrijvingen te counteren.

Waarom raakt de vakschool in Vlaanderen maar niet van haar negatief imago af? En waarom vinden jongeren  zo moeilijk de weg naar de nijverheidstechnische opleidingen, die  nochtans werkzekerheid bieden? 

De kwestie verdient opnieuw alle aandacht, zeker nu uit nieuwe cijfers blijkt dat het aantal inschrijvingen is gezakt tot een historisch minimum, met 44.194 leerlingen in 2016. Twintig jaar geleden volgden nog 59.192 jongeren een opleiding die klaarstoomt voor de autosector, de bouw, de textielnijverheid, de industrie van de houtbewerking of de wereld van mechanica, elektriciteit en koeling – de zogenaamde nijverheidstechnische richtingen in de tweede en derde graad.  

'Maak die transitie'

Directeurs van technische instituten en beroepsscholen zoeken al jaren naar een manier om het tij te keren,  maar voorlopig met wisselend succes. Volgens ­Michel Cardinaels van TISM, een technische instelling in Bree met een groeiende populatie, speelt vooral de lesinfrastructuur een rol bij het aantrekken van nieuwe leerlingen en het overtuigen van sceptische ouders, die vaak nog een verouderd, klassiek idee van de vakschool hebben.

‘Trek de kaart van de nieuwste industriële technieken’, geeft hij als advies. ‘Leer methodes  aan zoals virtueel lassen, nodig voor het maken van de hardware van apps. Ontwikkel daarnaast een pedagogisch project dat een maatschappelijk verhaal vertelt, dat leerlingen prikkelt om creatief uit de hoek te komen en dat inspeelt op ecologie. Maak die transitie. ­Creëer een moderne leeromgeving, met concrete uitdagingen.’ 

Echter: door de tanende inschrijvingscijfers dalen de inkomsten en blijven derhalve ook de broodnodige investeringen uit. Een straatje zonder eind. Daarom maakte de Vlaamse regering recent vijf miljoen euro vrij om de oudste infrastructuur te moderniseren. Maar volgens Vlaams Parlementslid Jos De Meyer (CD&V), die de inschrijvingscijfers opvroeg bij de onderwijsadministratie, mag dat bedrag niet symbolisch blijven. Waarmee hij wil zeggen: maak het terugkerend en dus structureel.

Negatief imago

De Vlaamse regering beseft terdege dat nijverheidstechnische opleidingen met een negatief imago kampen: meer als gevolg van het watervalsysteem, met een  rangorde tussen de schotten, dan door het verouderd lesmateriaal. Vandaar  haar duur bevochten hervorming van het secundair onderwijs. 

Een van de centrale ideeën in dat plan is de oprichting van domein- en campusscholen, waar abstracte aso-opleidingen in contact komen met de praktische tso- en bso-opleidingen. Dat moet leerlingen niet alleen een bredere didactische kijk aanmeten, maar evengoed de maatschappelijk bestaande vooroordelen tegenover elkaar opheffen. Maar critici zien te weinig praktische garanties om dat plan te doen slagen. 

Ook dat andere paradepaardje, het zogenaamde STEM-actieplan uit 2012, waarmee de Vlaamse overheid inzet op wetenschap en techniek op scholen, zet niet de nodige zoden aan de dijk. ‘De grote verschuiving blijft uit’, aldus Willem Vansina van de VDAB­studiedienst. Meer nog: doordat verschillende aso-opleidingen meer technische vaardigheden in de studie integreren, verscherpt  de concurrentie met het nijverheidsonderwijs. ‘Een ongewild neveneffect.’