‘Er wordt onder collega’s veel gelachen. Dat is nodig’

Ze dient de eerste zorg toe en begeleidt patiënten in hun laatste uren tussen leven en dood. In de tijd daartussen waakt ze over het welzijn van de familie, en probeert ze tijdens lange nachten ook zelf overeind te blijven.

‘Ik werk nu twee jaar als verpleegkundige op de dienst intensieve zorgen van het ziekenhuis en doe mijn job bijzonder graag. De thuiszorg die ik voordien deed, bood me te weinig uitdaging, al mis ik de koffie en taartjes bij de bejaarde patiënten. Ze speelden al eens graag substituut-grootouder. Nu zijn de meeste patiënten onder narcose en krijg ik minder reactie. Maar wanneer een man of vrouw in kritieke toestand van spoedgevallen naar ons verhuist en je die persoon ziet ontwaken en verbeteren tijdens de revalidatie, is de voldoening groot. Soms krijg ik weleens te horen: “Ah verpleegster, jij wast de hele dag mensen?” Flauw vind ik dat, want ook technisch kijk ik elke dag tegen een grote uitdaging aan. Je moet graag en veel willen bijleren als verpleegkundige.’

‘In bekende series als House of Grey’s Anatomy zie je dan ook alleen artsen, daar bestaan wij verpleegkundigen niet (lacht). Toegegeven, ook ik heb voor een studie verpleegkunde gekozen na het zien van de reeks Spoed op VTM. De realiteit is natuurlijk anders, maar de ziektes, aandoeningen en diagnoses kloppen wel. Op mijn dienst komen vooral verkeersslachtoffers en oudere mensen met infectieziekten zoals longontstekingen. Bij het vallen van de bladeren zijn er helaas altijd meer suïcidegevallen, van alle leeftijden. Vaak zijn die patiënten verslaafd aan alcohol of drugs en hoor je hen de gekste dingen uitkramen zodra ze bij bewustzijn zijn. Ze zien beestjes over de muur kruipen, of roepen uit dat er iemand in de hoek van de kamer staat. Soms moet ik ze een antipsychoticum toedienen en ze met de hulp van collega’s vastmaken aan het bed, zodat ze de apparatuur en zichzelf niet beschadigen.’

50 slagen per minuut

‘Alle patiënten worden op onze dienst permanent gemonitord. Via tientallen buisjes, elektroden en katheters krijgen wij informatie te zien over hun hartslag, bloeddruk en andere vitale functies. Die komen samen op een groot scherm in onze centrale verpleegpost. Voor elke foute beweging of voor elk orgaan dat het laat afweten, gaat er een ander alarm af, afhankelijk van de ernst. Als een saturatiemeter ’s nachts van een wijsvinger glipt, is dat een zachte tuut. Bij een hartstilstand gonst een oorverdovend alarm door de gang en alle kamers. Dan laten arts en verpleegkundigen het werk vallen en snelt iedereen naar de bewuste patiënt voor een hartmassage en het toedienen van adrenaline. Wanneer de arts erbij komt, volgen we zijn orders. Vanaf een bepaald hartritme dienen we elektrische shocks toe en als de patiënt geen adem krijgt, moet er gelijktijdig een beademingsbuis geïntubeerd worden. Het is geen uitzondering dat er drie paar handen dansen over een lichaam in kritieke toestand.’

‘Ook op rustiger momenten meet en noteer ik constant de waarden van mijn patiënten. Ik loop af en aan met medicatie en adviseer de arts over de behandeling, op basis van het gedrag van de patiënt. Elke verpleegkundige is verantwoordelijk voor maximaal drie patiënten en we krijgen best veel respect, al heb je als verpleegkundige natuurlijk niet echt zeggenschap over de behandeling. Gisteren zag ik nog dat de dosis medicatie voor hartritmevertraging verhoogd was bij een patiënt, maar die man zat al aan 50 slagen per minuut. Dat is ruim voldoende, dus heb ik de normale dosis toegediend. In het begin gaf me dat stress – neemt iedereen wat ik opschrijf hier nu voor waar? –, maar nu vind ik het leuk dat we dit soort beslissingen kunnen nemen. Dokters beseffen dat we veel tijd doorbrengen met de patiënt en dus ook deskundige zijn.’

‘Zorgen zit ons in het bloed, net als nauwgezet en proper zijn. Een verpleegkundige moet een beetje perfectionistisch zijn en toch flexibel, stressbestendig ook. Als verpleegkundige sta je sneller stil bij de menselijke en ethische kant van een verhaal. Zo stond er vorige week een onderzoek van de luchtwegen – een bronchoscopie – gepland bij een vrouw van 89 jaar. Dat is geen pretje, we gaan met een camera via de luchtpijp naar de longen en nemen een staal van het aanwezige vocht. Die vrouw kon haar slijmen niet genoeg ophoesten, maar zag enorm af van dat onderzoek. Ze schreeuwde het elke keer uit. Dan stel ik een zoveelste onderzoek wel in vraag bij de arts. Moeten we een oudere vrouw daar nog mee plagen? Nadien liet de arts me de scans van de luchtwegen zien en toonde aan dat de situatie toch verergerd was.’

‘Ik leer elke dag van de artsen, maar ze staan wel onder hoge tijdsdruk en moeten snel beslissingen nemen. Soms is er therapeutische hardnekkigheid: ze willen het onderste uit de kan halen om een patiënt te redden en er ontstaat een overconsumptie van medicatie, testen en scans. Dat brengt goed op voor het ziekenhuis én de arts, maar ik vind die gedrevenheid en prestatiedrang ook mooi. Een kleine verbetering bij de ontstekingsparameter of in de bloedwaarden geeft de familie weer hoop, ook al is de situatie klinisch gezien niet noodzakelijk beter voor de patiënt. Bij jonge mensen is die ‘extra mile’ goed te begrijpen, maar zeker bij oudere mensen geeft de familie vaak zelf aan: dit is geen levenskwaliteit meer.’

Mentale steun

‘Daarnaast heb je ook familie van patiënten die ons blijft aanmoedigen om het onderste uit de kan te halen. Ik werd laatst vastgeklampt in de gang door een vrouw, die me meteen een doos pralines in de handen drukte. Ze wilde de vraag niet stellen aan het bed van haar terminale man: “Ik zie een kleurverschil in zijn gezicht, het gaat beter met hem, toch?” Mensen klampen zich vast aan kleine signalen, zoals een kneepje in hun hand, al weten ze dat het een spasme is. Als verpleegkundige probeer ik vooral te luisteren en gerust te stellen. Als de familie de nood voelt om een verhaal te vertellen uit het verleden van de patiënt, dan ben ik blij dat dat van hun hart is. Ik hoef niet altijd een pasklaar antwoord klaar te hebben.’

‘Omgaan met die heftige situaties leer je niet op de schoolbanken. Je moet er vanuit je eigen achtergrond je weg in zoeken. Maar het gaat op intensieve zorgen wel over leven en dood. Niet iedereen is even empathisch aangelegd. Geen wonder dat uit studies blijkt dat verpleegkundigen op spoed en intensieve de hoogste burn-outcijfers hebben. Ik denk dat er meer aandacht moet zijn in opleidingen en ziekenhuizen voor psychische ondersteuning van verpleegkundigen. Die is er wel, maar er is ironisch genoeg geen tijd voor door de hoge werkdruk. Hoe graag ik deze job ook doe, ik weet niet of ik het een leven lang volhoud om dag- en nachtshiften met elkaar af te wisselen.

‘Tijdens een nachtshift heb je soms tijd te doden en dan is het vechten tegen de slaap. Dan kijken we wel eens naar een serie, de doen wat stretchoefeningen op de gang en drinken sloten koffie. Er wordt ook veel gelachen onder collega’s. Dat is nodig. Ik heb eens meegemaakt dat een patiënt me herkende van op café. Daar stond ik dan met mijn fiches, baxters, washandjes en rood aangelopen wangen. Gelukkig geven we onder collega’s patiënten aan elkaar door. Slijmen, urine en stoelgang verwijderen, dat hoort uiteraard bij de job. En ik kan je verzekeren: dat went nooit, zeker niet bij een bekende.’

‘Soms heb ik nood aan een uitlaatklep, maar we zijn gebonden aan een strikt beroepsgeheim. Logisch als je bedenkt dat ook op onze dienst ernstig gewonden lagen na de aanslagen in Brussel. Ook andere levensbedreigende gebeurtenissen hebben een impact op de maatschappij. Mishandeling, brandwonden of schotwonden, dat zien we hier allemaal.

Vrienden zeggen weleens dat ik een harde tante ben, wanneer ik hun griep of verkoudheid wegwuif. Voor hen lijkt dat het einde van de wereld, maar ik zie elke dag andere dingen. Ze maken de job emotioneel belastend, maar ze brengen ook afwisseling. Ze maken dat ik zelf veel bewuster leef. Die totaalzorg op intensieve, daaraan heb ik mijn hart verloren.’

‘Therapeutische hardnekkigheid brengt goed op voor het ziekenhuis én de arts, maar ik vind die gedrevenheid ook mooi’

‘Ik heb eens meegemaakt dat een patiënt me herkende van op café. Daar stond ik dan met mijn fiches, baxters en washandjes’

‘Therapeutische hardnekkigheid brengt goed op voor het ziekenhuis én de arts, maar ik vind die gedrevenheid ook mooi’

‘Ik heb eens meegemaakt dat een patiënt me herkende van op café. Daar stond ik dan met mijn fiches, baxters en washandjes’

Binnenland
  1. Alle coronacijfers momenteel in dalende lijn
  2. Coronablog |Nederlandse regering wil doorgaan met testevenementen ondanks kritiek
  3. Eerste versoepelingen van start: Moet u in quarantaine na een reis? Geldt de regel van één hobby nog? Uw vragen beantwoord
  4. Van Gucht: ‘Ik zou voorlopig wachten met reizen tot vaccinatiegraad stuk ­hoger ligt’
  5. Na 23 jaar vrede in Noord-Ierland zit de lont weer in het kruitvat
  6. Foto Cartoon van de dag - april 2021
  7. Europese commissaris Breton: ‘Contract met AstraZeneca wordt mogelijk niet vernieuwd’
  8. Sammy Mahdi (CD&V): ‘Niet-begeleide minderjarige vluchtelingen hebben betere omkadering nodig’
  9. Van Quickenborne na vechtpartij Luik: ‘Niet-Belgen kunnen land worden uitgezet’
  10. Vermiste Mia (8) en haar moeder teruggevonden in Zwitserland
  11. Vijftigtal koeien gestolen in Florenville
  12. Vlaams Belang vraagt ontslag van twee N-VA schepenen in zaak El Kaouakibi
  13. Treinbegeleider krijgt klappen na discussie over mondmasker
  14. Video Antwerpse politie moet meermaals ingrijpen tijdens woelige feestnacht
  15. 85-jarige vrouw komt om bij woningbrand in Antwerpen
  16. Video Waarom steeds meer vrouwen de pil afzweren: ‘Fatale bloedklonter had vermeden kunnen worden’
  17. Aantal coronapatiënten in ziekenhuis zakt weer onder 3.000

Niet te missen