‘Juridische patstelling’ over van terroristische moord verdachte Syriëstrijder
Hakim Elouassaki. Foto: rr

Het Antwerpse hof van beroep heeft zichzelf niet in staat verklaard een uitspraak te doen over Hakim Elouassaki (25) uit Vilvoorde, die vervolgd wordt voor een terroristische moord in Syrië. De beklaagde moet eerst uitgebreid psychiatrisch onderzocht worden, omdat er nog altijd onduidelijkheid bestaat over de toerekeningsvatbaarheid. Dat is in ons rechtssysteem echter praktisch onmogelijk.

Hakim Elouassaki was lid van Sharia4Belgium en was in 2012 naar Syrië getrokken, waar hij zich aansloot bij Majlis Shura Al Mujahidin. Die terroristische groepering hield zich onder meer bezig met het gijzelen van ‘ongelovigen’ en het eisen van losgeld. Elouassaki belde op 14 januari 2013 naar zijn vriendin in België met de boodschap dat hij een sjiiet geëxecuteerd had, omdat zijn broer onvoldoende losgeld betaald had. “Ik heb hem een kogel door het hoofd geschoten, pang!”, vertelde hij in het afgeluisterde telefoongesprek.

Toen Hakim Elouassaki bij gevechten een granaatscherf in het hoofd kreeg, keerde hij op 3 april 2013 terug naar België. Hij werd aangehouden en legde gedetailleerde bekentenissen af. Zijn advocaten betwijfelen echter of hij zich toen volledig bewust was van zijn verklaringen.

Geen sluitend psychiatrisch verslag

Elouassaki is door de granaataanval gedeeltelijk verlamd geraakt en gaat volgens zijn advocaten steeds verder achteruit. Ze twijfelen aan zijn toerekeningsvatbaarheid en hadden het hof om een uitgebreid psychiatrisch onderzoek gevraagd. Het hof heeft nu in een tussenarrest beslist dat er inderdaad geen deugdelijk psychiatrisch verslag over de geestestoestand van de beklaagde voorligt.

De aangestelde gerechtspsychiaters verklaarde immers zelf dat zij geen wetenschappelijk gefundeerde uitspraken over toerekeningsvatbaarheid van Elouassaki konden doen, zonder een residentiële observatie gedurende meerdere weken en met een multidisciplinair team. “Een pijnpunt is ons rechtssysteem is dat een inobservatiestelling in het Belgisch penitentiair milieu in de praktijk onmogelijk is”, stelde het hof.

In Nederland bestaat de mogelijkheid tot inobservatiestelling van aangehouden verdachten wel: in het Pieter Baan Centrum worden verdachten van ernstige misdrijven gedurende zes weken residentieel onderzocht door gedragsdeskundigen.

‘Juridisch vacuüm’

Volgens de advocaten van Elouassaki veroordeeld voor een terroristische moord in Syrië doet er zich een juridische patstelling voor. “Het hof vindt die inobservatiestelling noodzakelijk, maar in ons land bestaat die mogelijkheid niet. Het is nu aan de minister van Justitie om de wet van 1964, die dat wél mogelijk maakt, uitvoerbaar te maken en om eindelijk een einde te maken aan het juridische vacuüm waarin we ons al vijftig jaar bevinden”, reageerden meesters Walter Damen en Abderrahim Lahlali na afloop.

De verdediging gaat tot 15 januari wachten om te kijken of er vanuit die hoek enig initiatief wordt genomen. Komt dat er niet, dan overwegen ze om een verzoekschrift in te dienen om hun cliënt vrij te krijgen. Elouassaki zit intussen al vier jaar in voorhechtenis, waar hij volgens zijn advocaten nog altijd in isolement wordt gehouden.