Energieministers houden vast aan kernuitstap
Foto: Belga
Meer efficiëntie, minder uitstoot en geen kernenergie. De vier Belgische energieministers zijn eindelijk klaar met hun ontwerp van Energiepact.

De ambities voor het Energiepact zijn hoog. Het pact moet de blauwdruk leveren voor een hernieuwbare energietoekomst en het pad naar een meer klimaatneutrale samenleving effenen. Alleen heeft het pact lang, te lang op zich laten wachten. Met de uitvoering had twee jaar geleden al begonnen moeten zijn.

Nu is het er toch. De Belgische energieministers Marie Christine Marghem (MR), Bart Tommelein (Open VLD), Céline Fremault (CDH) en Jean-Luc Crucke (MR) legden hun ontwerp gisterochtend op de regeringstafels. De conclusies zijn duidelijk. Maar de Vlaamse coalitiepartners die niet aan tafel zaten, willen het ontwerp niet zomaar overnemen.

1. De kalender van de uitstap uit kernenergie wordt behouden. ‘Eind 2025 stappen we uit kernenergie en kiezen we voor een energiemix op ­basis van gas en hernieuwbare energie’, zo staat het in de tekst. 

Het doel is een elektriciteitsbevoorrading die in 2050 helemaal afkomstig is van hernieuwbare energiebronnen. In 2030 moet al veertig procent van de elektriciteit uit hernieuwbare energie komen. Het vermogen van Belgische zonnepanelen moet dan gestegen zijn van 3,2 naar 8 gigawatt, dat van windmolens op zee van 0,9 naar 4 gigawatt en dat van windmolens op het land van 1,9 naar 4,2 gigawatt.
Omdat gascentrales verlieslatend dreigen te zijn, wordt een subsidiemechanisme uitgewerkt dat investeerders aantrekt om centrales te bouwen of langer open te houden. In totaal wordt gerekend op een vermogen van 5 gigawatt.

De energieministers kondigen ook een uitstap uit het gas aan, net zoals Nederland al doet. Vanaf 2035 zullen nieuwe gebouwen niet meer op aardgas aangesloten kunnen worden. Wel wordt gewerkt aan een ombouw van het gasnet zodat het geschikt is voor waterstof, biogas of synthetisch gas.

2. Het energieverbruik terugdringen wordt een prioriteit. De energienormen worden daarom aangescherpt, niet alleen voor elektrische apparaten, maar ook en vooral voor gebouwen. Tegen 2050 moeten kantoren bijvoorbeeld energieneutraal zijn, publieke gebouwen al tien jaar eerder. Ook in privéwoningen worden de normen aangescherpt.

Om dat te bereiken, wordt de btw op renovatie of sloop en heropbouw verlaagd. Na 2035 mag er geen verwarming op stookolie meer worden verkocht, zodat er in 2050 geen fossiele brandstoffen meer worden gebruikt voor de verwarming van huizen.

3. De energieministers geloven ook in de mogelijkheden van de opslag van elektriciteit, op industrieel niveau (2 gigawatt) maar ook in de batterijen in huizen of elektrische wagens (1,5 gigawatt). Vraagsturing moet pieken in het energieverbruik voorkomen.
Slimme meters spelen daar een belangrijke rol in. Zij kunnen ervoor zorgen dat pakweg de wasmachine alleen draait wanneer de vraag naar elektriciteit (en de prijs) laag is.

De ministers zetten ook in op technieken die elektriciteit omzetten in bijvoorbeeld waterstof of synthetisch gas, een manier om overschotten aan hernieuwbare energie op te slaan.

4. De lasten die nu vooral op de elektriciteitsprijzen drukken, worden verschoven naar gas en olie. Een CO2-taks of ‘koolstofprijs’ op fossiele brandstoffen moet verbruikers richting hernieuwbare verwarming, auto’s, ... sturen. De opbrengsten dienen om de energietransitie te helpen financieren, zeker voor de lagere inkomens. Hoe hoog die taks moet worden, is nog niet bepaald.

5. Ook het verkeer moet af van fossiele brandstoffen. Tegen 2025 moet een vijfde van de nieuwe inschrijvingen van auto’s al bestaan uit voertuigen zonder uitstoot. Vijf jaar later moet het al 50 procent zijn. De ministers willen ook de bedrijfswagens tegen het licht houden. Tussen de regels door staat een pleidooi om alleen nog bedrijfswagens zonder uitstoot te erkennen. Om elektrische wagens aan te moedigen, moet er één laadpaal per tien elektrische wagens komen. Tegelijk willen de ministers de nood aan verplaatsingen terugdringen en alternatieven, zoals de fiets of het openbaar vervoer aanmoedigen.