Banken strakker aan de leiband
Foto: REUTERS
Banken mogen binnenkort niet meer zelf bepalen hoeveel risico ze willen nemen. Er komt een uniforme, wereldwijde richtlijn. Het laatste stukje anticrisisregelgeving is klaar.

Al meer dan tien jaar werkt het zogenaamde Basel-comité voor Bankentoezicht aan uniforme regels die banken beter bestand moeten maken tegen een crisis. De set regels staat bekend als Basel-III. Over het allerlaatste stukje regelgeving raakten de leden het gisteren eens.

Banken worden beperkt in de risicobeoordeling van hun leningen en andere activa. Veel grote banken gebruiken daarvoor eigen modellen. Dat mag ook in de toekomst nog, maar alleen als de kapitaalvereisten niet lager uitkomen dan 72,5 procent van wat de uitkomst van het standaardmodel zou zijn geweest.

Over dat percentage, in het vakjargon de output floor genoemd, is jarenlang gesteggeld. Europa wilde minder strenge regels dan de Verenigde Staten, en had liefst een output floor van 70 procent gezien. De VS pleitten eerst voor 80 procent, daarna voor 75 procent. Amerikaanse banken kunnen die strenge eisen beter de baas, omdat ze minder hypotheekleningen op hun balans hebben. De Europese banken vonden dan weer dat ze recht hadden op minder strenge regels, omdat ze over het algemeen voorzichtiger zijn in het toekennen van leningen, en dus minder risico lopen op niet-terugbetaling.

Nog tien jaar tijd

De banken krijgen nog tien jaar de tijd om, indien nodig, hun kapitaal te versterken. De regels gaan vanaf 2022 in, maar dan wordt nog een overgangsperiode van vijf jaar voorzien, waarin de output floor langzaam stijgt. Banken die nu nog niet voldoende kapitaal hebben op basis van de risico’s die ze lopen, kunnen in essentie op twee manieren reageren. Ze kunnen extra kapitaal ophalen bij hun aandeelhouders of winst opzijzetten. Maar ze kunnen ook minder leningen uitschrijven, om zo hun risico terug te schroeven en hun kapitaaleisen te beperken.

Het voornaamste doel van de nieuwe richtlijnen is niet de banken te dwingen hun kapitaal te verhogen, benadrukt ECB-voorzitter Mario Draghi, die de toezichtraad van het Basel-comité voorzit. ‘Het doel is vooral de verschillen weg te werken. In het verleden waren er banken die onvoorzichtig te werk gingen bij het inschatten van hun risico. Dat kan nu niet meer.’

Of 72,5 procent voldoende is, liet hij in het midden.

De Europese Bankenautoriteit (EBA) raamde twee jaar geleden dat de grootste Europese banken een kleine 40 miljard extra kapitaal zouden moeten ophalen als gevolg van de nieuwe regels. Sindsdien is de kapitaalbasis van heel wat banken al verbeterd. Maar het effect zal uiteraard verschillen van land tot land en van bank tot bank.

KBC ‘relatief kwetsbaar’

Voor Belgische banken is de hoogte van de output floor erg belangrijk, omdat ze relatief veel hypotheken op de balans hebben staan en omdat ze een voorzichtig kredietbeleid voeren. Daardoor kunnen hun interne modellen voor risicoweging relatief sterk afwijken van de standaardmodellen.

KBC gebruikt interne modellen voor 94 procent van alle risicogewogen activa. De bank heeft beleggers al voorbereid op de ‘relatief hoge kwetsbaarheid voor de Basel-normen’, en hanteert zelf een extra risicobuffer. Uit voorzichtigheid wordt 1 procent extra kapitaal aangehouden.

De bankenfederatie Febelfin reageerde gisteren behoedzaam op de nieuwe regels. In een mededeling werd benadrukt dat de Belgische banken sterker gekapitaliseerd zijn dan het gemiddelde van de EU. ‘Veel hangt af van hoe de regels geïmplementeerd worden’, zei woordvoerster Isabelle Marchand. De Basel III-normen moeten zo snel mogelijk in Europese wetgeving worden omgezet. Dat gebeurt via gezamenlijke besluitvorming door het Europees Parlement en de Europese Raad.