‘Niemand houdt zich aan Brusselse snelheidslimiet'
Foto: edm
De mobiliteitsorganisaties zien een algemene verlaging van de maximumsnelheid in het Brussels Gewest niet zitten. Ze vinden het niet overal nodig, en denken dat controles tekort zullen schieten. Volgens mobiliteitsexpert Kris Peeters zou de zone 30 wel een grote stap vooruit zijn op het vlak van de verkeersveiligheid.

De Brussels staatssecretaris voor Verkeersveiligheid Bianca Debaets (CD&V) en minister van Mobiliteit Pascal Smet (SP.A) werken aan een plan om in het hele Gewest de snelheid naar 30 kilometer per uur omlaag te halen, al zijn er wel uitzonderingen voorzien voor de grotere verkeersaders.

Voor zover Peeters het plan kan inschatten, lijkt het erop dat het gaat om een vrij klassiek plan voor een grote zone 30. Dat spitst zich in de eerste plaats toe op zogenaamde verblijfszones. De hoofdwegen blijven daar dan buiten. ‘Dat is een logische stap, die je overal ziet’.

Zo’n grotere zone 30 mikt volgens Peeters in de eerste plaats ook op een verhoging van de veiligheid. ‘Je moet het plan ook vanuit dat argument beoordelen’, zegt hij. ‘En op dat vlak weet je: dat zal helpen’.

Beperkt tijdsverlies

Minister Smet zegt dat de verlaging van de toegelaten snelheid de doorstroming in Brussel zal bevorderen. Peeters bevestigt dit. ‘Er zijn minder incidenten, die de meest onverwachte files veroorzaken. Er zijn ook minder pompbewegingen: veel files ontstaan nu door een soort domino-effect waarbij de remafstanden steeds korter worden en er achteraan de files sprake is van stilstaand verkeer, zonder een duidelijke reden’.

Dat de invalswegen niet onder de zone 30 vallen, moet het tijdverlies beperken. Volgens Peeters gaat het om een kwestie van seconden. ‘Mensen accepteren zo’n lage snelheid voor een korte afstand, maar je moet ze zo snel mogelijk op de wegen met een hogere snelheid krijgen. Het gaat dus enkel om een beperking van de snelheid in het laatste stuk van het traject’.

‘Niet wachten’

Zelf is Peeters voorstander om de maatregel al op korte termijn in te voeren. ‘In de ideale wereld is zo’n zone 30 goed herkenbaar. Het gaat dan om meer dan borden plaatsen, de automobilist moet ook merken dat hij in een ander gebied zit. Maar we moeten realistisch zijn: als we alle straten willen heraanleggen, duurt het nog jaren voordat we de maatregel kunnen invoeren. Daar kun je niet op wachten. Het moet voldoende zijn dat je aan de automobilist laat weten dat hij zich aan de lagere snelheid moet houden.’

Pakkans

Peeters waarschuwt dat er wel voldoende handhaving moet zijn. ‘Indien er onvoldoende pakkans is, blijft de maatregel dode letter.’

Volgens Touring-woordvoerder Danny Smagghe knelt daar het schoentje. Een verlaging van de snelheid tot 30 kilometer per uur is volgens hem niet te controleren. Hij verwijst naar de situatie in de wetstraat. 'Daar is geen kat die zich aan de limiet houdt'.

Een limiet van 30 kilometer per uur leent zich lang niet voor alle wegen, stelt Smagghe. In plaats daarvan pleit hij voor 'geloofwaardige' beperkingen, op plaatsen waar dat nodig is. 'Logische snelheidslimieten geven genoeg duidelijkheid'. 

Fietsers

Een beperking kan volgens Touring wel aan de orde zijn in straten waar geen goede voorzieningen zijn voor fietsers. VAB toont zich ook eerder daarvan een voorstander. 'Een zone 30 is dus te begrijpen, maar je moet er verstandig mee blijven omgaan', klinkt het. Volgens VAB moeten er wegen voor doorstroming geselecteerd worden, waar de snelheidslimiet wel nog op 50 km/u blijft en er in een veilige fietsinfrastructuur voorzien wordt.

'Snelheid komt immers als zeer bedreigend over voor fietsers. Het gaat hier bovendien niet enkel om een veiligheids-, maar ook om een mobiliteitskwestie. Want voor de mobiliteit in Brussel in de toekomst is het essentieel dat meer mensen de overstap maken naar de fiets', aldus VAB.