Waarom de gekleurde leerkracht een witte raaf is
Foto: Gert Jochems
Aantal leraars met buitenlandse wortels? Eén op de twintig. Leraren met Turkse of Marokkaanse afkomst zijn er nog veel minder. Nee, de lerarenkamer weerspiegelt onze diverse maatschappij niet. ‘Een allochtone leerling die verder kan studeren, mikt hoger.’

Zaterdag brengt dS Weekblad een reportage over allochtone leerkrachten in het onderwijs. Hieronder leest u al een voorproefje.

Toen Amal Aghallaj in 2000 begon als lerares Frans in Colomaplus in Mechelen, was ze de enige Marokkaanse leerkracht in de hele middelbare school. Intussen zijn ze met drie, allemaal geven ze Frans. ‘Ook tijdens de lerarenopleiding was ik de vreemde eend in de bijt’, vertelt Aghallaj. ‘Eén Marokkaanse jongen is met mij gestart, maar hij heeft het snel opgegeven. Misschien voelde hij zich niet helemaal thuis in dat volledig blanke, Vlaamse publiek? Ik herinner me hoe hij tijdens een hoorcollege zuchtte: “Wat doe ik hier eigenlijk?”’

Aghallaj keek er niet van op, ze had altijd op een volledig blanke school gezeten. ‘Al mijn vriendinnetjes waren Vlaams. Ik ben pas in contact gekomen met Marokkaanse en Turkse Belgen toen ik lesgaf. Tot dan had ik er nog niet bij stilgestaan dat het lerarenkorps de diversiteit in de klassen niet weerspiegelt.’

Of toch. Het afscheidswoordje van de directeur na haar stage in de school waar ze als kind zat, zette haar aan het denken. ‘Nadat hij me had gefeliciteerd, klonk het cryptisch dat het bisdom er helaas nog niet klaar voor was. Pas later begreep ik dat het geen zin had om er te solliciteren. Het was een katholieke school, ik was Marokkaanse en moslima.’ Toch vond ze vrij snel werk bij Colomaplus, toen nog de Ham. Eveneens een katholieke school, met veel Marokkaanse leerlingen. 

De keuze om les te geven, lag voor Aghallaj voor de hand. ‘Ik had fijne leerkrachten Frans en in mijn familie zitten veel onderwijzers. Mijn ouders hebben me altijd gemotiveerd om verder te studeren, ook al spraken ze, zoals veel eerstegeneratieouders, gebrekkig Nederlands.’ Toch begrijpt ze waarom er zo weinig leerkrachten met allochtone roots zijn. ‘De lonen in het onderwijs zijn niet zo hoog. Handel drijven zit ons veel meer in het bloed. Veel hoogopgeleide Marokkaanse Belgen beginnen een eigen zaak. Het hoofddoekenverbod is ook een drempel. Ik ben praktiserend moslima. Aan de schoolpoort zet ik mijn hoofddoek af, maar ik zou hem liever wél dragen.’

Er is nood aan leerkrachten zoals zij, merkt ze. ‘In een diverse school word je snel een brugfiguur, zowel voor de leerlingen als de leerkrachten. Collega’s vragen uitleg over de islam of mijn cultuur. Of om een vulgair woord te vertalen dat leerlingen in het Arabisch hebben gezegd’, lacht ze.

Allochtone leerlingen voelen zich verbonden met haar. ‘Ik herken hun worsteling met discriminatie. Als een Marokkaanse of Congolese jongen vertelt dat een racistische buschauffeur hen bij de halte liet staan, begrijp ik hun frustratie. Al zal ik nooit olie op het vuur gooien. Als je jong bent, denk je snel dat het met je afkomst te maken heeft. Met ouder te worden besef je dat iedereen weleens nare ervaringen heeft. Ik merk dan op dat die man misschien gewoon een zware dag heeft. Van mij nemen ze dat aan. Ik kan hen kalmeren.’

Die gedeelde afkomst helpt soms conflicten te ontmijnen. ‘Toen ik een Marokkaanse jongen berispte in de les, veerde hij kwaad recht en schold mij uit voor racist. Ik begon spontaan te lachen, waardoor hij inzag hoe gek zijn reactie was. Het was gewoon een puber die er iets uitflapte, maar een blanke leerkracht zou daar misschien gevoeliger op reageren.’

Zaterdag in dS Weekblad leest u nog andere getuigenissen van gekleurde leerkrachten en laten ook experts hun licht schijnen op de situatie. 

'Als je nooit les krijgt van een leerkracht die net als jij een migratieachtergrond heeft, kan dat je schoolcarrière beïnvloeden. Op school krijg je een wereldbeeld mee. Als kinderen enkel blanke leerkrachten zien, geef je ze indirect een belangrijke boodschap mee over machtsverhoudingen.'