Hulpverleners getuigen over misbruikte Rohingya-meisjes
Foto: AFP

Er duiken steeds meer getuigenissen op over jonge Rohingya-meisjes die de afgelopen weken zwaar misbruikt zijn door soldaten. Heel wat slachtoffers zijn zelfs jonger dan tien jaar. Dat meldt Artsen Zonder Grenzen.

De kinderen en jongeren, die zijn weggevlucht uit de deelstaat Rakhine, kunnen in het Bengaalse vluchtelingenkamp Cox’s Bazar terecht in een ziekenhuis dat zich speciaal richt op slachtoffers van seksueel misbruik. ‘Vijftig procent van de slachtoffers is 18 jaar of jonger. Heel wat onder hen zijn bovendien zelfs jonger dan tien jaar’, zegt een woordvoerder van Artsen Zonder Grenzen.

Volgens de hulporganisatie krijgen ze slechts een fractie van de slachtoffers te zien. Heel wat van de vluchtelingen zoeken namelijk geen hulp omwille van praktische of culturele bezwaren. ‘Meisjes en vrouwen zoeken vaak geen medische hulp na seksueel misbruik omdat ze zich gestigmatiseerd voelen, zich schamen en bang zijn dat het hun eigen fout is’, zegt Aerlyn Pfeil, een medewerker bij Artsen Zonder Grenzen.

Met drie tegelijk

Het zijn niet de eerste berichten over verkrachting en seksueel geweld. ‘Alle vrouwen werden volledig uitgekleed. Ze hadden hele sterke houten stokken. We kregen eerst klappen op het hoofd om ons te verzwakken. Dan sloegen ze ons (in de vagina) met de houten stokken. Ze verkrachtten ons. Een andere soldaat voor elke vrouw’, getuigt de 30-jarige S.K in een rapport van Amnesty International.

Hulpverleners getuigen over misbruikte Rohingya-meisjes
De levensomstandigheden in de Bengaalse vluchtelingenkampen zijn dramatisch. Foto: REUTERS

Tientallen ooggetuigen maakten tijdens Amnesty’s onderzoek melding van specifieke veiligheidseenheden die verantwoordelijk zijn voor de ergste geweldplegingen. Daarbij zijn steevast het Westelijke Commando van het leger, de 33ste Infanterie Divisie en de Grenswachtpolitie.

Sinds 25 augustus zijn nu al meer dan 600.000 Rohingya naar het buurland Bangladesh gevlucht om te ontsnappen aan het geweld in de deelstaat Rakhine. Ze proberen er te overleven in vluchtelingenkampen, maar de levensomstandigheden zijn er wanhopig. Ze lopen er het risico op ziektes die veroorzaakt worden door vuil water.