Computer voorspelt wie depressief wordt
Foto: Jimmy Kets

Onderzoekers van de KU Leuven kunnen berekenen hoe groot het risico is bij eerstejaarsstudenten om een psychische aandoening te ontwikkelen.

De studententijd is een tijd van grote verandering – je gaat het ouder­lijke huis uit, trekt naar een grotere stad, laat je schoolvrienden in je geboorteplaats achter – en van instabiliteit. Geen toeval dus dat jongvolwassenen tussen 18 en 24 jaar de meest kwetsbare groep zijn om een psychische aandoening te ontwikkelen. Onderzoekers van de KU Leuven zijn er nu in geslaagd om een wiskundig algoritme te ontwikkelen dat voor een eerstejaars­student nauwkeurig bepaalt hoe groot het risico is dat hij of zij binnen één of twee jaar een depressie ontwikkelt, een suïcidale episode kent of afhankelijk wordt van alcohol. Daarmee wordt het mogelijk om hulp aan te bieden vóór symptomen de kop op­steken.

‘Al lang wordt gemeten hoe vaak bepaalde aandoeningen zoals depressies voor­komen in de algemene bevolking en bij jongvolwassenen’, zegt Ronny Bruffaerts, psycholoog en professor psychiatrie aan de KU Leuven. ‘Maar als je echt aan preventie van psychische aandoeningen wilt doen, is dat niet genoeg. Je moet ook weten wat tot het ontstaan van nieuwe cases leidt, of wat maakt dat een aandoening blijft bestaan.’

In samenwerking met het Studenten­gezondheidscentrum van de KU Leuven en samen met doctoraatsstudenten ­Philippe Mortier en Glenn Kiekens heeft Bruf­faerts de trajecten gemonitord van 12.000 studenten – weliswaar geanonimiseerd, om hun privacy te beschermen. De studenten vulden jaarlijks een vragenlijst in over specifieke emotionele problemen en hun psycho­sociale context. ‘Daarmee konden we de individuele trajecten doorheen de kritische jaren volgen en afleiden welke ­risicofactoren belangrijk zijn bij het ontstaan of voortbestaan van een depressie, suïcidaliteit of alcoholafhankelijkheid.’

De voorbije jaren kregen enkele honderden eerstejaars in Leuven na het invullen van de enquête al een mail, als er duidelijke alarmsignalen zoals zelfdodingsgedachten waren. Met de big data is het nu ook mogelijk accurate voorspellingen te doen voor nieuwe eerstejaarsstudenten die nog geen symptomen hebben. Wie meer dan 90 procent risico blijkt te hebben op een psychische aandoening, ontvangt vanaf dit academiejaar een geautomatiseerde mail, zonder tussenkomst van de onder­zoekers. ‘Daarin staat dat de universiteit bezorgd is en waar de student hulp kan vinden om erover te praten’, zegt Bruffaerts.

De onderzoekers denken daarbij ook aan online behandeling. ‘Zo kunnen we de link toevoegen naar een behandeling. Die kun je zelfstandig aan de computer volgen of onder anonieme begeleiding van een psycholoog aan de andere kant van het scherm.’

‘Onze aanpak keert de hele hulpverlening om’, zegt Bruffaerts. ‘We mogen niet wachten tot iemand naar ons komt om vrijuit over problemen te praten, want dat ­willen veel patiënten niet. Als hulpver­leners moeten we zelf mogelijkheden zoeken om een stap te zetten naar de mensen met een risico, zónder noodzakelijkerwijs face-to-face-contact.’

Al wie in Leuven begint, krijgt in het kader van een breder gezondheidsonderzoek een uitnodiging om de vragenlijst in te vullen. Maar het is geenszins een verplichting.