‘Imam Grote Moskee had vooraf verhoord moeten worden’
Abdelhadi Sewif Foto: ID/ Ivan Put

‘Mijn cliënt had vooraf verhoord moeten geweest zijn.’ Dat heeft Hicham Chibane, advocaat van Abdelhadi Sewif, imam van de Grote Moskee in Brussel, dinsdag gepleit voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. De verblijfsvergunning van de imam en zijn gezin werd ingetrokken, maar hij ging in beroep.

De verblijfsvergunning werd ingetrokken op basis van een rapport van de Staatsveiligheid uit december 2016, waarin de Egyptische imam als ‘communautaristisch’ wordt omschreven. Sewif zou er ook ‘reactionaire standpunten’ op nahouden wat betreft de gelijkheid man-vrouw. Zijn advocaat ontkende dat alles ‘met klem’.

Chibane betreurde dat het rapport ‘nooit ter kennis werd gebracht’ van zijn cliënt, en dat die ‘zijn eigen interpretatie niet heeft kunnen geven, terwijl het om een theologisch debat gaat’. Bovendien is het rapport van de Staatsveiligheid ‘onvolledig en bevat het algemeenheden over de stromingen binnen de islam’. ‘Er wordt hem geen enkel precies feit aangewreven’, aldus de advocaat, die meent dat de imam ‘vooraf had moeten verhoord worden’. ‘Hij is al verhoord geweest in het verleden, en hij staat nog altijd ter beschikking van de autoriteiten.’

Volgens de advocaat nam staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken de beslissing ook door te anticiperen op de nieuwe wet van 24 februari 2017 ‘die voorziet dat mensen kunnen worden teruggestuurd zonder verhoor’. Maar die wet is aangevochten voor het Grondwettelijk Hof, aldus Chibane.

Volgens de advocaten van de Belgische Staat had Sewif wel degelijk de gelegenheid om ‘pertinente argumenten aan te brengen die tot een andere uitkomst hadden kunnen leiden, maar heeft hij dat niet gedaan’.

Ook verblijfsvergunning gezin ingetrokken

Voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen kwam de advocaat ook ten horen dat ook de verblijfsvergunning van het gezin van Sewif werd ingetrokken, zónder dat zij daarvan in kennis werden gesteld. ‘Als dat ons was meegedeeld, zouden we beroep aangetekend hebben.’

Volgens de advocaten van de Belgische Staat dateert de beslissing van 1 augustus. Het gaat om de vrouw van de imam, één van zijn meerderjarige kinderen en zijn minderjarige dochter, in ons land geboren in 2009. De raadsheren namen het element dinsdag mee in hun argumentatie om aan te tonen dat het dossier tegen de imam ‘geen enkele hindernis’ bevat voor een gezinsleven in een ander land dan België, in tegenstelling tot wat Sewif zelf beweert.

Omdat de beslissing van 1 augustus niet werd meegedeeld aan de imam, en dus niet het onderwerp was van een tegensprekelijk debat, zal de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen dat element ook niet mee in overweging nemen.

De Raad velt ten vroegste binnen zes weken een arrest.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig