In de gevangenis word je beter niet ziek
Foto: Dieter Telemans
De gezondheidszorg in de gevangenissen scoort op alle vlakken ondermaats. De taak toevertrouwen aan Volksgezondheid moet de situatie verbeteren.

Het gebruik van geneesmiddelen op voorschrift ligt in de gevangenissen veel hoger dan daarbuiten. Vooral medicatie die inwerkt op het zenuwstelsel, zoals antidepressiva of angstremmers, wordt bijzonder vaak voorgeschreven. Bij gevangenen vallen meer dan vier op de tien geneesmiddelen op voorschrift onder die categorie van psychofarmaca.

Dat is een van de vaststellingen van een doorlichting van de gezondheidszorg in de gevangenissen. Het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) voerde die uit op vraag van de ministers van Volksgezondheid en Justitie, die de ambitie hebben om de situatie te verbeteren door die helemaal onder Volksgezondheid te laten vallen in plaats van onder Justitie. 

Op voorschriften staat ook altijd hoelang een patiënt een geneesmiddel moet nemen, dus hoeveel dagen de behandeling duurt. Uit de analyse blijkt dat het aantal behandelingsdagen met psychofarmaca in de gevangenissen liefst vier keer hoger ligt dan in de wereld daarbuiten. Dat heeft volgens het KCE deels te maken met het profiel van de gevangenisbevolking, die doorgaans uit de lagere sociale klassen komt.

Angst

‘Maar de gevangenis maakt ook angstig’, zei het gewezen hoofd van de dienst Gezondheidszorg van de FOD Justitie, Sven Todts, daarover eerder al in De Standaard. Soms zijn er dan geen andere mogelijkheden dan antidepressiva of angstremmers voor te schrijven omdat er te weinig alternatieven voorhanden zijn, klonk het al in 2012.

Dat verklaart mee waarom gevangenen heel vaak langsgaan bij de huisarts – gewoonlijk zijn dat zelfstandige artsen die ook nog een eigen praktijk hebben. Gemiddeld gaat een gevangene meer dan zestien keer per jaar op huisartsbezoek. Bij mannen en vrouwen tussen de twintig en vijftig jaar die niet zijn opgesloten, is dat slechts 3,2 keer per jaar.

Het hoge aantal doktersbezoeken en -voorschriften heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat wie terechtkomt in de gevangenis dikwijls voor het eerst in lange tijd gemakkelijk toegang heeft tot medische hulp, maar het lijkt wel alsof de gevangenis ziek maakt. Op de vraag of de bestaande medische hulp volstaat, is het antwoord unaniem negatief.

‘Alle zorgverleners doen momenteel wat zij kunnen, maar zowel zorgpersoneel als stakeholders (zoals de gevangenissen zelf, red.) geven aan dat de huidige zorg onvoldoende en niet altijd gepast is’, stelt de studie vast.

Er is een waslijst van redenen voor die gebrekkige medische hulpverlening. Om te beginnen is er te weinig aansturing vanuit de centrale Dienst Gezondheidszorg van de Gevangenissen. Daar staat geen dokter maar een jurist aan het hoofd, en de afdeling is onderbemand. In de gevangenissen zelf is er een groot verloop onder het zorgpersoneel. De artsen die er aan de slag zijn, worden vaak laat betaald, wat de motivatie niet ten goede komt. Tussen de zorgverleners en de cipiers zit er ruis op de lijn omdat voor de ene de medische hulp de prioriteit is, en voor de andere de veiligheid. Bovendien zijn de computers verouderd, is het aanbod rond preventie versnipperd, enzovoort. Door de diversiteit aan problemen wordt de remedie een ‘majeure operatie’, voorspelt het KCE.