De Nobelprijs Economie gaat naar Richard Thaler (72), een gedragseconoom die bestudeerde hoe mensen gestuurd kunnen worden richting betere keuzes.

De Amerikaan Richard H. Thaler is professor aan de Universiteit van Chicago. Hij werd in 1945 geboren in het Amerikaanse East Orange en bestudeerde vooral hoe beperkte rationaliteit, sociale voorkeuren en beperkte zelfcontrole een invloed kunnen hebben op individuele beslissingen en marktresultaten.

Hij krijgt de prijs voor zijn bijdrage aan de gedragseconomie, omdat hij psychologisch realistische veronderstellingen in analyses van economische beslissingen heeft verwerkt. Thaler onderzocht de gevolgen van 'gelimiteerde rationaliteit', 'sociale preferenties', en 'gebrek aan zelfbeheersing'. Hij bewees dat deze menselijke eigenschappen systematisch individuele beslissingen en marktresultaten beïnvloeden. 

'Ik zal het prijzengeld zo irrationeel mogelijk gebruiken', reageert Thaler nadat hij de prijs in ontvangst kreeg.

 

 

Een van zijn bekendste werken is het boek ‘Nudge’ (2008), dat hij schreef samen met Cass Sunstein, en dat geldt als een van de invloedrijkste boeken uit de gedragseconomie. In het boek bekijken de twee hoe mensen via allerlei psychologische technieken gestimuleerd kunnen worden om betere of gezondere keuzes te maken. ‘Nudging’ betekent dan zo veel als ‘een zetje geven’. Het klassieke voorbeeld is om gezonde voeding op ooghoogte aan te bieden, eerder dan ongezonde voeding te gaan verbieden of belasten.

Het idee kreeg veel politieke weerklank. Voormalig Amerikaans president Obama liet zich adviseren door Thaler, en de Britse premier Cameron installeerde zelfs een ‘nudging unit’ in zijn kabinet. Maar ook de Belgische fiscus maakt gebruik van nudging. In België probeerde de FOD Financiën achterstallige betalers sneller te innen door de belastingbetaler directer aan te spreken en op de brief te vermelden hoe veel mensen wél op tijd betaalden, of wat er met het geld gefinancierd werd.

Economische contracten

Vorig jaar wonnen de Brit Oliver Hart (Harvard) en de Fin Bengt Holmström (MIT) de Nobelprijs Economie voor hun werk rond economische contracten.

Hart en Holmström ontwikkelden theoretische hulpmiddelen die er volgens de jury bijdragen om contracten en economische instellingen te begrijpen en om potentiële valkuilen in het opstellen van contracten te herkennen.

'Prijs van de Zweedse Rijksbank' 

Officieel geldt de bekroning voor Economie niet als een Nobelprijs. De prijs gaat dus niet terug tot het testament van dynamietbedenker Alfred Nobel, maar werd door de Zweedse centrale bank voor het eerst toegekend in 1969. Vandaar de officiële naam: 'Prijs van de Zweedse Rijksbank voor economische wetenschappen ter nagedachtenis van Alfred Nobel'.  De prijs werd voor het eerst uitgereikt in 1969, ter herdenking van het 300-jarig bestaan van de bank.