Quadripartite: ‘Versleutelde communicatiemiddelen maken terreuronderzoeken onmogelijk’
Belgisch federaal procureur Frédéric Van Leeuw. Foto: Photo News

De technische ontwikkelingen op het vlak van communicatiemiddelen, verzwakken terrorisme-onderzoeken aanzienlijk en maken ze soms zelf onmogelijk. Dat zeggen de leden van de Quadripartite, het samenwerkingsverband tussen Spanje, Frankrijk, Marokko en België in de strijd tegen het terrorisme. De Quadripartite vraagt dan ook dat hun regeringen zouden investeren om veiligheidsdiensten deze ontwikkelingen te laten volgen en dat de nationale en internationale overheden het nodige zouden doen om de betrokken handelsbedrijven voor hun verantwoordelijkheid te plaatsen.

Belgisch federaal procureur Frédéric Van Leeuw, en zijn collega’s uit Frankrijk, Spanje en Marokko, hebben woensdag en donderdag in Mechelen de jaarlijkse vergadering van de Quadripartite gehouden. De leden van het openbaar ministerie zagen er voldoende redenen om zich zorgen te maken over de aanhoudende terreurdreiging. Sinds de vorige algemene vergadering van de Quadripartite hebben immers nog verschillende aanslagen plaatsgevonden en hoewel de gerechtelijke overheden daarbij goed hebben samengewerkt, blijven er redenen voor bezorgdheid.

‘De problematiek van het vertrek van onze inwoners om zich bij terreurorganisaties in Irak en Syrië aan te sluiten is op dit ogenblik minder acuut, maar er is de kwestie van de terugkeer van onze landgenoten naar onze landen’, klinkt het. ‘Die zorgt voor veel veiligheids- en opsporingsproblemen, maar ook problemen met betrekking tot de begeleiding van kinderen die in een gewelddadige en totalitaire context opgegroeid zijn. Uit deze kwestie blijkt de noodzaak om de strategieën die aangewend worden om deze terugkeer op te vangen voortdurend te verfijnen in overleg met alle betrokken autoriteiten.’

Daarnaast blijkt dat het gevaar nu vooral uitgaat van mensen die niet zijn opgeleid in kampen van terreurgroepen, maar erg snel radicaliseren en abrupt tot de daad overgaan op de plek waar ze leven.

‘De verwijzing naar de terreurgroep Daesh die ze dikwijls uitspreken, is niets meer dan een opportunistische opeising, al maakt dat deel uit van hun strategie’, gaan de procureurs verder. ‘Deze nieuwe wijze van handelen en de problematiek van de radicalisering tijdens de opsluiting maken dat de hele samenleving mee moet werken om eerst te voorkomen alvorens te detecteren.’

De procureurs pleiten dan ook voor nieuwe synergieën met de veiligheids- en inlichtingendiensten, weliswaar met de nodige garanties voor de fundamentele vrijheden en de kwaliteit van het gerechtelijk werk.

Versleutelde communicatie

Daarnaast zien ze problemen met de technische ontwikkelingen op het vlak van communicatiemiddelen en de versleuteling van die communicatie.

‘Deze obstakels verzwakken onze onderzoeken op aanzienlijke wijze, soms tot op het punt dat ze onmogelijk worden gemaakt’, gaan de magistraten verder. ‘Dit brengt ons ertoe om met één stem te spreken opdat, enerzijds, onze regeringen in zouden stemmen met de nodige investeringen die het onze veiligheidsdiensten mogelijk moeten maken deze ontwikkelingen te volgen en, anderzijds, de nationale en internationale overheden in beweging zouden komen en de betrokken handelsbedrijven voor hun verantwoordelijkheid zouden plaatsen.’

Er moet wetgeving komen die het de gerechtelijke overheden mogelijk maakt, mits strikte procedurele garanties, toegang te krijgen tot die gegevens als er levens op het spel staan, zoals bij terrorisme, aldus de procureurs.

Tenslotte maken de magistraten zich ongerust over de herhaaldelijke schendingen van het privéleven van de slachtoffers van terreurdaden. Al te vaak worden beelden van hen en informatie over hen verspreid in de media en via de sociale netwerken, oordelen ze.