Meteen werk? Geen garantie op succes
Foto: pn
Na vijf jaar op de arbeidsmarkt doen jongeren die een beroepsgerichte opleiding hebben gevolgd, het niet zo goed als gedacht. ‘Levenslang leren is voor hen noodzakelijk om mee te blijven draaien.’

We weten relatief weinig over hoe schoolverlaters het doen op de arbeidsmarkt. De Vlaamse Dienst voor Arbeids­bemiddeling (VDAB) publiceert bijvoorbeeld wel jaarlijks een schoolverlatersrapport, maar dat volgt de jongeren tot slechts een jaar na hun afstuderen. Sociologe Ilse Laurijssen (VUB) dook daarom in de data van de sociale zekerheid. Voor het eerst werd nagegaan hoe jongeren het vijf jaar na hun afstuderen doen. Laurijssen trok daarvoor de gegevens van de bijna 70.000 jongeren na die in 2008  afstudeerden. Van jongeren zonder diploma tot master na masters: vinden ze vlot werk? En hoe evolueert hun loon?

‘Hoe algemener je vorming, hoe moeilijker de start’, zegt Ilse Laurijssen. ‘Dan denk ik aan aso en kunstonderwijs, maar ook aan academische bachelors en masters. Zowel in jobkansen als in loon moeten ze de eerste jaren ­onderdoen voor jongeren uit professionele bachelors, tso of bso.’ 

Maar na een paar jaar liggen de kaarten helemaal anders. ‘De schoolver­laters met een algemene vorming stijgen sneller in loon en in jobkansen en steken daarmee de jongeren uit beroepsgerichte opleidingen soms zelfs voorbij. Het is dus niet omdat je snel werk vindt, dat de tewerkstelling duurzaam is.’

Aantrekkelijk blijven

Jongeren uit beroepsgerichte opleidingen zijn vlot inzetbaar, maar net die aantrekkelijkheid maakt hen op langere termijn kwetsbaar. Wanneer hun specifieke kennis en vaardigheden niet meer gevraagd worden, vinden en behouden ze op latere leeftijd ­mogelijk moeilijker hun werk. 

‘We maken ons daar zorgen over,’ zegt Laurijssen, ‘omdat bijscholingen in de eerste plaats door hogeropgeleiden bijgewoond worden. Terwijl het net de mensen met een beroepsgerichte opleiding zijn die er alle baat bij hebben, willen ze ook later aan de vragen van werkgevers voldoen.’

Zet dat beroepsgerichte studies nu in een slecht daglicht? ‘Dat het succes van deze opleidingen na amper enkele jaren op de arbeidsmarkt afzwakt, is geen goed nieuws’, zegt Laurijssen. ‘Maar meer nog wijst het op het belang van algemene vaardigheden en van levenslang leren om mee te blijven draaien in een snel veranderende wereld.’

Leertijd

Dat opleidingsduur een effect heeft op de hoogte van het loon, blijkt uit de vergelijking van ­jongeren die met een tso-diploma werk vonden en zij die er een zevende jaar bij deden. Die laatsten verdienen na een jaar gemiddeld drie procent meer. 

Kijken we naar de combinatie van leren en werken, dan valt op dat deze jongeren wel snel werk vinden, maar dat het nadelig is voor verloning: wie afstudeert via leertijd, verdient na een jaar 9 procent minder dan iemand met een tso- of bso-diploma. Ook vallen de jobkansen op iets langere termijn minder goed uit: bij de start is een groter aandeel van de schoolverlaters van leertijd aan het werk (dan tso of bso), na vijf jaar ligt het aandeel hoger bij de leerlingen van tso of bso.

Gevraagd naar een reactie, reageert minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) dat ze beseft dat vooral oudere en lager geschoolde werknemers onvoldoende deelnemen aan opleidingen. ‘Het is daarom goed dat de Vlaamse Regering en de Vlaamse sociale partners op 11 juli 2017 een akkoord hebben bereikt over de hervorming van de opleidingsinstrumenten voor werknemers. Deze studie onderstreept verder hoe belangrijk algemene vaardigheden zijn. Het versterken van de ­algemene vorming is daarom een van de voornaamste doelen in de modernisering van het secundair onderwijs.’