Parquet Courts: Brown wordt Byrne
Foto: Sven Dillen

Parquet Courts ís New York. En komt dat even goed uit, want wij houden van die stad.

De sound van dit viertal refereert overduidelijk naar de punk- en rockhelden die New York in de jaren zeventig en tachtig voortbracht. ‘Instant disassembly’ klonk - met zijn lijzige tempo, repetitief gitaarlijntje en donkere tekst - als The Velvet Underground. ‘Dust’ was een grappige, absurde song in de stijl van protopunker Jonathan Richman. En het was moeilijk om níét aan Talking Heads te denken tijdens ‘One man, no city’, dat opgeleukt werd met klaterende, exotische percussie. Wat Austin Browns stem betreft: wij sloten onze ogen en hoorden David Byrne.

Toch klonk Parquet Courts niet als een coverband - gelukkig maar. Neen, hun intelligente teksten - geïnspireerd door het leven in de grootstad en vaak een dosis gezonde kritiek op het kapitalisme bevattend - maakten dat de songs boven de middelmaat uitstegen. De band speelde bovendien zo strak als het zweetbandje rond het voorhoofd van de hipster naast ons. Heerlijk, die ogenschijnlijk wilde gitaren, die eigenlijk toch gewoon netjes in het gareel bleven omdat ze zo verstandig bespeeld werden. Klein minpuntje: zangers-gitaristen Austin Brown en Andrew Savage blaften eerder dan dat ze zongen (behalve dus die keer dat Brown zijn innerlijke Byrne liet spreken). Past natuurlijk bij de punkrock die ze maken, maar het was niet bevorderlijk voor hun verstaanbaarheid.

Uitstekende plek om een band als deze te programmeren trouwens, die Club. Het kleinere podium zat de vier heren als gegoten en de opkomst mocht dan niet groot zijn, in de voorste rijen zat de sfeer er goed in.