Wat is die Mac DeMarco een onvoorspelbare malloot!

De Canadese singer-songwriter met een voorliefde voor zomerse deuntjes begon rustig aan zijn concert, maar iets minder rustig aan de fles whisky die hij meermaals ostentatief aan zijn mond zette. Gevolg: met elke song werd dit concert verwarrender.

Zette de pianist nu écht zojuist dat overbekende ninetiesriedeltje van ‘A thousand miles’ van Vanessa Carlton in? Jazeker. En hoorden we daar werkelijk een uitgesponnen versie van Crystal Waters’ ‘Gypsy woman’, waarin gekke Mac het enthousiast op een la-da-dee’en zette? Affirmatief. Helaas, die lolligheidjes droegen niet bepaald bij tot de spankracht van deze afsluitende show in de Club.

Wanneer je DeMarco’s platen beluistert hoor je parels van songs, gestoeld op dromerige seventies-songschrijverij à la Harry Nilsson en op de luie zomersound die je bijvoorbeeld ook hoort in het werk van surftroubadour Jack Johnson. Live bleek de finesse in DeMarco’s songs ver te zoeken. Ze klonken vaak erg gelijkaardig. Scherp gespeeld werden ze ook al niet: er waren momenten waarop we ons in de lobby van het Hilton waanden, zó erg leken de ‘jazzy’ uitstapjes van DeMarco’s band op behangmuziek.

Mac zelf leek vooral in zijn eigen wereldje te vertoeven. Hij gooide zijn gitaar het publiek in, ging (notabene al rokend) crowdsurfen en liep voortdurend te dollen met zijn muzikanten. (Hé Mac: de vijfde keer dat je je drummer een banale vraag stelt en hij die beantwoordt als een grommende Animal, is dat al veel minder grappig dan die eerste twee keren.) Dit publiek vergaf hem veel, omdat het al flink laat was en er wellicht enkele fans tussenzaten, maar eigenlijk was deze show ondermaats voor een afsluiter van de tent waar even tevoren Tamino en Ty Segall nog hoge ogen gooiden.