Vlaanderen heeft uw humor nodig tegen IS

De Vlaamse regering trekt een half miljoen eurouit voor projecten die onder meer met humor en emotie de propaganda van terreurgroep IS tegenspreken.

Nog tot eind september heeft u de kans om Vlaamse projectsubsidies aan te vragen ‘voor het brengen van maatschappelijke tegengeluiden tegen radicalisering’. Specifiek wordt gezocht naar ‘boodschappen en verhalen die de IS-propaganda uitdagen en die hun extremistisch discours weerleggen en ongeldig maken’, staat in de projectoproep. De Vlaamse regering voegt daar meteen aan toe dat er verschillende insteken mogelijk zijn voor die tegenpropaganda ‘zoals emotie, humor, theologie of het aantonen van hypocrisie of onwaarheden’.

De opvallende oproep maakt deel uit van het Vlaamse actieplan ter preventie van gewelddadige radicalisering en polarisering. ‘Het is de bedoeling dat de boodschappen de jongeren echt raken’, zegt Toon De Bock, woordvoerder van Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans (N-VA)

De Vlaamse regering mikt daarbij vooral op middenveldorganisaties, lokale besturen en onderwijsinstellingen. ‘We willen kleinschalige initiatieven ondersteunen. Zij kunnen via hun lokale netwerken of via sociale media boodschappen verspreiden die het extremistische discours ondermijnen’, zegt De Bock. Of dat geen taak is van de overheid? ‘Het is net belangrijk dat die boodschappen van onderuit komen en niet rechtstreeks van de overheid. We gaan ervan uit dat het meer effect en impact heeft wanneer deze boodschappen verspreid worden door mensen die dicht bij deze jongeren staan’, zegt hij.

Real Housewives of ISIS

Dat ook humor ingezet wordt in de strijd tegen radicalisering is op zich niet nieuw. Op Youtube werden ‘heroïsche’ filmpjes van jihadisten al veelvuldig geparodieerd. Begin dit jaar kwam de BBC nog met de controversiële show ‘The Real Housewives of ISIS’, waarin jihadbruiden grappen hoe mooi hun bommengordels zijn en hoeveel mannen ze al verloren zijn.

Hier in Vlaanderen mikt de regering dus eerder op lokale theaterstukken of filmpjes. Ze haalt daarbij naar eigen zeggen ook de mosterd bij een rapport van de Europese Commissie over preventie van radicalisering. In de nieuwe aanpak wordt meteen een half miljoen euro gepompt. Ieder project kan tot 50.000 euro subsidies ontvangen over een periode van maximaal twee jaar.

De vraag is natuurlijk: levert die aanpak ook iets op? Vorige maand bracht het Vlaams Vredesinstituut, een instelling verbonden aan het Vlaams Parlement, nog een studie uit over die ‘counternarratieven’ of tegenpropaganda. Het instituut ‘betwijfelt’ dat die echt in staat is om de attitudes of gedragingen van geradicaliseerde jongeren te veranderen. ‘Veel programma’s hebben het moeilijk om aan te tonen dat ze wel het juiste publiek bereiken’, stelt het rapport.

Geen breder discours

Hoe dan ook is het volgens het Vredesinstituut een goede zet om de bestaande middenveldorganisaties te steunen, want ‘de overheid wordt toch gewantrouwd door geradicaliseerde jongeren’. Eén groot punt van kritiek is dat de overheid zelf ook beter moet communiceren over de betrokkenheid van ons land in conflictzones als Syrië en Irak. ‘De woede over wat daar gebeurt en de empathie met de getroffen mensen kunnen een rol spelen in de radicaliseringsprocessen’, zegt het rapport. ‘In dat opzicht kan het nuttig zijn om duidelijker te maken wat ons land doet op vlak van humanitaire hulp en bijstand aan de bevolking daar.’

Bij een van de vzw’s die in aanmerking zou komen voor een projectsubsidie doen de details in de projectoproep intussen wel al vragen rijzen. ‘Er staat bijvoorbeeld letterlijk dat het niet toegestaan is om de tegenpropaganda te kaderen in een breder discours van gelijke rechten en emancipatie’, zegt Nina Henkens, socioloog en stafmedewerker bij vzw Uit De Marge, een steunpunt voor jeugdwerk met maatschappelijk kwetsbare jongeren. ‘Het is vreemd dat een overheid middelen geeft aan het middenveld om een tegengeluid te laten horen, maar tegelijk wel letterlijk wil zeggen hoe ze dat precies moeten doen. Middenveldorganisaties moeten dus toch opletten voor ze daar op intekenen.’