10 tips om de Dodentocht te overleven
Foto: Rode Kruis
Vrijdag is het weer zover: duizenden wandelaars starten dan weer in Bornem aan hun Dodentocht. Om die 100 kilometer lange uithoudingsoefening tot een goed einde te brengen, kunnen ze maar best met een aantal dingen rekening houden.
  1. Plak niet alleen je voeten, tenen en hielen af, maar ook je tepels. Door de wrijving van textiel op de huid kunnen tepels immers pijn gaan doen.
     
  2. Neem een paar extra sokken mee. Blaren ontstaan sneller in warme of vochtige omgevingen, je doet er dus goed aan om na een tijd van sokken te veranderen. Het rode kruis raadt aan om een dunne sok te dragen onder dikke sokken, dat vermindert de wrijving. De voorkeur gaat uit naar sokken van polyester. Droge sokken en schoenen zijn belangrijk om blaren te voorkomen.
     
  3. Aangezien je om 21 uur vertrekt, loop je het grootste deel van de Dodentocht 's nachts uit. De kans dat het dan kouder wordt, is vrij groot. Neem dus een lange broek mee als je in korte broek vertrekt. Zo vermijd je spierkrampen. Ook een regenjasje is bij regenachtig weer geen overbodige luxe.
     
  4. Omdat iedereen aan de start staat te trappelen om in feeststemming te vertrekken, ligt het tempo tijdens de eerste 10 kilometer veel te hoog. Hou de pas bewust in, en zoek een wandeltempo dat je lang kan volhouden. 
     
  5. Probeer sowieso in je eigen tempo te stappen en wandel liefst alleen om dat ritme aan te houden.
     
  6. Drink geen alcohol onderweg, hou het bij water of sportdranken.

     

  7. Eet onderweg zeker drie keer en neem zout tegen het zoutverlies bij het zweten. Bij iedere controlepost staat een zoutvat.

     

  8. Leg bij warm weer een natte handdoek in je nek.

  9. Als je  last hebt van blaren kan je ze doorprikken en er een pleister opplakken. Het Rode Kruis is bovendien op elke controlepost aanwezig voor verzorging. Blaren op het einde van de tocht laat je beter intact.
     
  10. Blijf maximum vijf minuten zitten onderweg. Als je langer uitrust, verzuren je benen.