Israëlische soldaten hebben donderdag op de Westelijke Jordaanoever de huizen platgegooid van de drie Palestijnen die in juni aanslagen pleegden in Jeruzalem. Buurtbewoners probeerden de vernieling tevergeefs tegen te houden.

Dat melden lokale autoriteiten en bevestigt het Israëlische leger. Kort na middernacht rolden goed 50 Israëlische legervoertuigen het dorpje Deir Abu Meshal binnen. De soldaten legden de bevolking een avondklok op en begonnen met de vernieling, meldt burgemeester Imad Zahran.

De huizen waren de eigendom van de families van Bara Ata, Usama Ata en Ahmad Ankoush, die allen omkwamen bij hun aanslag op een politieagent en een soldaat in Jeruzalem op 16 juni. De agent bezweek aan zijn verwondingen.

De families waren een week geleden al uit de huizen getrokken, aldus Zahran. Het duurde verschillende uren voor de huizen plat lagen.

Nog op de Westelijke Jordaanoever, in Silwad, werd het huis vernield van een Palestijn die op 6 april een soldaat doodde.

Schermutselingen

Bij de aankomst van het Israëlische leger werd door de luidsprekers van de plaatselijke moskee opgeroepen om de vernieling tegen te houden. Het kwam tot schermutselingen tussen jonge betogers en het leger, dat antwoordde met traangas en rubberkogels.