De toekomst heeft een verleden
De smartphone ziet er uiteindelijk iets anders uit dan deze tekening van begin vorige eeuw voorspelde Foto: rr

Niets zo nostalgisch als plaatjes uit de vorige eeuw over hoe het er in het mythische jaar 2000 aan toe zou gaan. Veel van die voorspellingen zijn nog steeds futuristisch, maar toch herkennen we ze meteen als gedateerd. Al was het maar omdat ze toen dachten dat we nu nog steeds snorren en hoge hoeden zouden dragen.

In de films en strips uit de jaren dertig, met helden als Buck Rogers en Flash Gordon, is ruimtevaart in de eenentwintigste eeuw heel gewoon, en dragen we allemaal nauw op het lichaam aansluitende spandex-pakjes. Dat is in de Star Trek feuilletons uit de jaren zestig trouwens nog steeds zo. Groot was de verwondering van zijn tijdgenoten toen Stanley Kubrick in 1968 de personages in ‘2001- a space odyssea’ heel gewone paken en jurken liet dragen, met niets futuristisch eraan. Hoe futuristisch zijn film voor de rest ook was.

Maar Kubrick kreeg gelijk. Evoluties gaan trager dan men meestal denkt. Ten tijde van de oliecrisis in de jaren zeventig was het uiterlijk van auto’s hoekig en scherp gesneden. Hoewel het meteen duidelijk was dat vanaf nu zuinigheid en dus luchtweerstand de hoofdrol kregen, ten koste van ongegeneerd motorvermogen, duurde het toch nog bijna twintig jaar eer de modellen met echte vloeiende ronde lijnen op de markt kwamen. De marketeers wisten dat je de mensen langzaam moet laten wennen.Ook als we vernieuwend willen doen, dragen we ons verleden mee.

De toekomst heeft een verleden
Een van de eerste, en mislukte, ontwerpen van Jaray Foto: rr

Die hadden de autobouwers geleerd in de jaren twintig, toen ontwerper Paul Jaray met een gestroomlijnde carrosserie kwam. Veel zuiniger en efficiënter, maar toch flopte ze. Het publiek zag niets in die ‘bizarre’ druppels op wielen. Een auto moest stoer zijn, niet gezwind. En je ging het bevrijdende gevoel van wind om je oren toch niet opgeven om in zo’n gesloten hok te gaan zitten?

Pas tien jaar later kwamen de vloeiende lijnen op. Opel, Mercedes, Tatra, Adler, Chrysler vochten om een ontwerp van Jaray op de markt te mogen brengen, en ook de luxemerken Maybach en Lamborghini gingen bij hem spieken.

>

Om even terug te komen op dat ‘gesloten hok’. Veel auto’s hadden wel degelijk een cabine, maar die was voor de eigenaar bedoeld. De chauffeur zat buiten. Niet om het sociale verschil te onderstrepen, maar omdat koetsiers nu eenmaal altijd buiten zaten (in direct contact met de paarden), en een auto gewoon een gemotoriseerde koets was. Dat het wegvallen van de paarden ook een verandering meebracht in de rol van de koetsier, drong niet meteen door. En dat was nog steeds zo toen auto-eigenaars het leuk begonnen te vinden om zelf te rijden.

De auto erfde ook de treeplank van de koetsen, hoewel hij veel lager op zijn wielen stond en die helemaal niet nodig had. Zoveel decennia na de laatste koetsen had de Volkswagen kever er nog steeds een.

En als we een voorspelling mogen doen: het zal nog jaren duren eer de auto-ontwerpers een specifiek elektrische auto ontwerpen, los van onze huidige normen. Waarom nog een motorkap als de motors in de wielen zitten? Waarom nog een zware vooras als er geen gewicht meer op rust? Wat kun je allemaal doen nu de batterijen het zwaartepunt een stuk omlaag hebben gebracht? Moet dat stuur nog een vaste positie hebben?

Het probleem is niet eens dat we behoudsgezind zijn (al zijn we dat, meer dan we willen toegeven) maar dat we onbewust ons verleden met ons meedragen, en dat projecteren op de toekomst. Hoewel het stoomschip op heel korte tijd komaf maakte met tweeduizend jaar zeilvaart, hadden de eerste stoomschepen nog steeds masten. Voor in nood, maar evengoed omdat een schip nu eenmaal masten had.

De toekomst heeft een verleden

Grappig is een afbeelding uit de jaren twintig (bovenaan dit stuk), met twee dames die hun vliegtuigje even aan de kant gezet hebben om een koffietje te gaan drinken, en vanop het terras aan het telefoneren zijn met hun liefje. Met beeld. Hun privé-vliegtuigje ziet er verdacht veel uit als een auto, met spatborden en al. In de telefoon zit wel een onzichtbaar kleine webcam, maar de microfoon heeft nog de grote spreekhoorn van de toenmalige telefoons. En hoewel het vliegtuig een futuristische gesloten carrosserie heeft, was het niet tot de tekenaar doorgedrongen dat piloten dan geen leren hoofdkap en stofbril meer moeten dragen.

De toekomst heeft een verleden
En ook op een overdekte motorfiets heb je geen kap met bril meer nodig

De telefoon is trouwens ook een mooi voorbeeld van hoe we oude ideeën blijven meedragen. Toen Alexander Graham Bell hem patenteerde vond iedereen, zijn assistent incluis, dat het om een toekomstloos speelgoedje ging. Dat was trouwens de reden dat het patent naar Bell is gegaan, want telegrafie-ingenieur Elisha Gray, eigenaar van verschillende patenten, had de telefoon een eind vóór Bell uitgevonden, maar vond het eerst niet eens de moeite om patent aan te vragen. Toen hij het dan toch maar deed, kwam hij twee uur na Bell.

De telefoon, nutteloos? Jazeker, als je denkt in termen van een openbare dienst, zoals telegrafie, waar je je boodschap gaat afgeven. Of die dan in morse of per stem wordt doorgegegeven, dat maakt toch geen barst uit? Zakenlui wilden informatie verzenden, geen gekwebbel.

Toen Bell de wereld duidelijk maakte dat de telefoon nu net voor persoonlijke communicatie was en dat hij bij je thuis hing, niet in het postkantoor, had hij nog steeds nauwelijks succes. Want je moest aan een hendeltje draaien, waarop bij de bestemmeling een bel overging, zodat die wist dat hij moest opnemen. Een bel? Niemand met genoeg geld om zich een telefoon te kunnen permitteren, was van plan om zich te laten commanderen door een bel. Een bel was voor bedienden! Bell heeft geluk gehad. Hij was nog niet failliet toen het publiek uiteindelijk toch doorkreeg dat die telefoon eigenlijk wel nuttig was. Een paar jaar later was hij miljonair.

Soms blijven we wél volharden in een fout idee. Dat een vliegtuig een staart heeft, bijvoorbeeld. Of toch dat die staart achteraan moet zitten. De gebroeders Wright, in 1903 de eersten die een gemotoriseerde vlucht maakten (korter dan de vleugel van een jumbo lang is), hadden het wel juist: bij hen zit de staart aan de voorkant van het vliegtuig. De Wrights waren dan ook pure technici, die lak hadden aan vooropgezette ideeën, en liever de feiten lieten spreken. Maar al hun concurrenten deden het ‘zoals het hoorde’, en al snel moesten ook de Wrights volgen.

 

Pas in de jaren tachtig, toen ontwerper Burt Rutan werkte aan een vliegtuig dat in één keer zonder bijtanken de wereld rond moest vliegen, en daarbij echt álles uit de kast moest halen, zette hij de staart toch maar weer vooraan. Het lijkt net of zijn Voyager achteruit vliegt, maar hij haalde in 1986 toch maar netjes de primeur binnen.

Wil je de toekomst uit de lucht plukken, laat dan je verleden los.

ONLINE ZOMERREEKS

ZOMER VAN DE TOEKOMST

Wie of wat bepaalt hoe uw zomer eruit komt te zien in de toekomst? De Standaard blikt vooruit.