Overheid worstelt met eigen energienormen
Vooral oudere gebouwen, zoals het UZ Gasthuisberg in Leuven, kunnen energiezuiniger worden gemaakt. Foto: Kristof Vadino
Ondanks een lange lijst actieplannen blijft de marge groot om publieke gebouwen in Vlaanderen energiezuiniger te maken. ‘De overheid moet een voorbeeldfunctie uitoefenen.’

Leg zonnepanelen, isoleer spouwmuren, dring uw energieverbruik terug: het is een devies dat de verschillende Belgische overheden hun burgers wat graag meegeven. En terecht. Maar hoe presteren die overheden zelf als het op energiezuinigheid aankomt?

Een op de drie publieke gebouwen op Vlaams grondgebied gebruikt meer dan 100.000 kWh elektriciteit. Hun gemiddelde verbruik ligt vijftig keer zo hoog als dat van private woningen. Hun verbruik van aardgas is gemiddeld zestien keer zo hoog, dat van stookolie elf keer zo hoog.

Die gemiddelden worden weliswaar opgetrokken door enkele uitschieters, met de zwembaden voorop. De verscheidenheid tussen de diverse types van publieke gebouwen is groot. Alles hangt af van hun functie, hun bezettingsgraad en hun omvang.

(lees verder onder de grafiek)

Keerpunt

Bekijken we de EPC-waarde – die het verbruik afzet tegen de vloeroppervlakte – dan presteren heel wat gebouwen al beter, omdat ze zo groot zijn. ‘Maar als het over de uitstoot van CO2 gaat, dan is natuurlijk het totale energieverbruik relevant en niet alleen dat per vierkante meter’, zegt professor Griet Verbeeck. Zij is hoogleraar bouwfysica aan de Universiteit Hasselt en analyseerde op vraag van De Standaard de databank van het Vlaams Energieagentschap (VEA). ‘Publieke gebouwen blijven zeer grote verbruikers van energie’, luidt haar conclusie.

Het jaar 2006 bleek een keerpunt. Gebouwen die minder dan tien jaar oud zijn, laten fors lagere cijfers optekenen dan hun voorgangers. De verklaring is het Energieprestatiedecreet van de Vlaamse overheid, dat toen van kracht werd. Het legde eisen met betrekking tot energiezuinigheid op aan nieuwe gebouwen.

‘Die eisen golden in eerste instantie uitsluitend voor schoolgebouwen en kantoren’, legt Verbeeck uit, ‘en dan nog in beperktere mate dan voor woningen’. ‘Voor 2006 werden zelfs helemaal geen noemenswaardige eisen gesteld aan de energieprestaties van nieuwe gebouwen.’

De gevolgen laten zich tot op vandaag voelen. De meeste publieke gebouwen zijn immers ouder dan tien jaar. ‘De overheid zal een veel grotere inspanning moeten doen om publieke gebouwen echt energiezuinig te maken’, zegt Verbeeck. Dat het kan, toont een aantal goede voorbeelden, zoals De Studio in Antwerpen – een gebouw uit 1900 (!) met een EPC-waarde van amper 48 kWh/m².

‘De overheid heeft een voorbeeldfunctie’, zegt hoogleraar bouwfysica Dirk Saelens (KU Leuven). ‘Maar ik vrees dat een tekort aan financiële middelen de bottleneck zal blijven, zolang men niet goed beseft hoe belangrijk het energiegebruik voor het milieu is.’