N-VA: ‘Ontwerpdecreet voorkomt delinquentie van wieg tot graf’
Foto: Wouter Van Vooren

De Vlaamse Regering keurde vandaag een nieuw ontwerpdecreet voor jeugddelinquentie goed. Vlaams Volksvertegenwoordiger Lorin Parys (N-VA), die het decreet mee onderhandelde, reageert tevreden

Parys presenteerde in september vorig jaar een gedetailleerde nota met de N-VA-visie op de aanpak van jeugddelinquentie. In het ontwerpdecreet van de Vlaamse Regering, dat vrijdag werd goedgekeurd, ‘vinden we die klemtonen ook terug’, aldus Parys. ‘Zo scheiden we de sanctie van het hulpverleningstraject en creëren we duidelijkheid voor dader en slachtoffer. We vertrekken van een herstelgericht verantwoordelijkheidsmodel, plaatsen het slachtoffer centraler en voeren de “Wat Werkt”-principes in om recidive aan te pakken. Met deze evenwichtige aanpak voorkomen we trajecten waarin jongeren van wieg tot graf in delinquentie terechtkomen.’

Parys verduidelijkt dat er een zogenaamde interventiedatabank komt, ‘die de effectiviteit van de maatregelen in het jeugddelinquentierecht monitort. Concreet betekent dit dat we voor het eerst effectieve gedragsverandering in kaart brengen en recidivecijfers gaan verzamelen. We zullen dus eindelijk weten welke maatregelen echt werken voor jongeren, slachtoffers en maatschappij.’

‘Ons uitgangspunt is dat jonge daders hun verantwoordelijkheid nemen in functie van hun maturiteit. Verzoening tussen slachtoffer en dader staan hierbij voorop. De jeugddelinquent moet daarbij de consequenties van zijn daden inzien en de schade ‘vergoeden’ op een betekenisvolle manier voor zijn slachtoffer of de gemeenschap. Maar we doen vanaf nu ook een beroep op de ouders om mee te werken wanneer dat nodig is.’

Eén van die mogelijke reacties zal in de toekomst het opleggen van voorwaarden zijn, maar ook het elektronisch toezicht. ‘De jeugdrechtbank kan vanaf nu ter ondersteuning van een sanctie een elektronische monitoring mét begeleiding opleggen. We blijven de jongere dus van zeer nabij opvolgen.’

‘De uithandengeving blijft bestaan, bijvoorbeeld voor terreurmisdrijven. Maar met de invoering van de mogelijkheid om jongeren vanaf 16 jaar een gesloten begeleiding van maximaal 7 jaar op te leggen, bouwen we een alternatief in binnen het jeugddelinquentierecht voor andere feiten (voor jongeren va 12 tot 14 jaar is dit 2 jaar, voor jongeren van 14 tot 16 jaar is dit 5 jaar). Ik ben ook blij dat er een aparte eenheid komt voor jongeren met een geestesstoornis, naar analogie met de opvang voor geïnterneerden, zodat we hen aangepaste behandeling kunnen geven.’