Dolle vlucht met STUFF.
Foto: Bruno Bollaert/Gent Jazz
'Wij zijn een collectief', zei STUFF.-drummer Lander Gyselinck. En dat bleek niet gelogen.

Hoe de vijf musici van STUFF. in elkaar haken is wonderlijk. Al die blieps en blubs, pompende en beukende beats, spacy en post-apocalyptische sounds, om van al die ondefinieerbare geluiden niet te spreken. Daarin is STUFF. uniek, in die mishmash.

Zware beats, de samples en sounds van de niet te onderschatten Mixmonster Menno, de grooves - ja, soms erg vet - van bassist Dries Laheye en drummer Lander Gyselinck, de gloeiende lijnen op de Ewi (electric wind instrument) van Andrew Claes, die erin slaagt die klanken te kneden en leven te geven. 

De muziek is tegelijk kitsch, experiment, plezier. Hoe sluw breken ze vaak niet in hun eigen nummers in, met onverwachte breaks en wendingen. Soms laten ze de muziek even ademen, klinken er lichte tikken op een cimbaal, om dan weer de lucht in te gaan. Een bis kon niet uitblijven, “’t Zal wel zijn”, zei Gyselinck in zijn beste Gents.

Vier sterren, hoewel de pletwals soms ongenadig is. Een vlucht waar je wat versuft van weer voet op aarde zet. Wel een dolle vlucht.