Antwerpen en Brussel kunnen bevolkingsgroei fiscaal niet aan
Foto: Jimmy Kets

In Antwerpen en de Brusselse gemeenten is er een sterke bevolkingsgroei, maar de fiscale ontvangsten volgen niet. Dat is een probleem, blijkt uit een studie van ING. En ook de kustgemeenten hebben iets om zich zorgen over te maken: de supervergrijzing.

Op de zevende verdieping van het hoofdkantoor van ING België in Brussel stelde ING-econoom Philippe Ledent donderdag zijn rapport voor. Hij legde de bevolkingsgroei in de 589 Belgische gemeenten naast de evolutie van hun fiscale ontvangsten, en dat voor de periode 2005-2014. Daaruit blijkt dat er 18 lokale besturen zijn die op demografisch vlak sterk groeien terwijl de fiscale ontvangsten veel trager toenemen.

Gezamenlijk tellen ze 1,5 miljoen inwoners. Opvallend is dat naast Antwerpen, 14 van de 19 gemeenten van het Brussels Gewest in deze groep zitten: Anderlecht, Brussel, Sint-Jans-Molenbeek, Schaarbeek, Etterbeek, Evere, Elsene, Ganshoren, Jette, Sint-Agatha-Berchem, Sint-Joost-ten-Node, Sint-Gillis, Vorst en… Koekelberg.

De eerste vier uit dat rijtje zagen hun inwonersaantal met meer dan 17 procent toenemen. Dat vraagt meer uitgaven, zoals infrastructuur voor kinderopvang en scholen, terwijl de financiering schaarser is geworden omdat het mediaaninkomen (de helft van de inwoners heeft een hoger inkomen dan dat cijfer, de helft lager, red.) waarop belasting wordt geheven veel trager groeit. ‘Hun socio-economische toestand evolueert niet in de juiste richting’, merkt Ledent somber op. ‘Het lijkt erop dat de mensen met een hoger inkomen wegtrekken, terwijl er steeds meer lagere inkomens instromen.’

Ook voor de sinjoren van Antwerpen valt er weinig te vieren. ‘Net als de meeste Brusselse gemeenten is veel bevolkingsgroei daar niet kwaliteitsvol’, vertelt Jan Leroy, directeur Bestuur bij de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG). ‘Ik bedoel daarmee dat het niet gaat om personen met een bovenmodaal inkomen. In de grootstad is er een buitenproportioneel aandeel van mensen met een laag inkomen, een werkloosheidsuitkering of een leefloon. Zij dragen er weinig of niets bij aan de belastingontvangsten. Nu doen steden wel moeite om andere bevolkingsgroepen zoals de modale tweeverdieners met kinderen aan te trekken en zo de financiering op te krikken, maar daar bestaat geen magische formule voor.’

Fuseren dan maar?

Kan een gemeentefusie niet helpen? Antwerpen zou bijvoorbeeld de rijkere gemeenten Brasschaat, Kapellen en Schoten kunnen inlijven. Het drietal heeft samen bijna 100.000 inwoners tegenover de 513.000 van Antwerpen. Leroy betwijfelt of het zou volstaan als oplossing. ‘Bovendien is het de vraag of een fusie puur om die ene reden wel een goede motivatie is.’

Hij wijst erop dat de gemeenten er in Vlaanderen niet alleen voor staan. ‘Met het Gemeentefonds is er een subsidiemechanisme van 2,4 miljard euro om gemeenten te compenseren voor hun lagere fiscale draagkracht. Een van de verdelingscriteria is de opgehaalde personenbelasting per inwoner. Dat zal in Antwerpen een stuk lager zijn dan in Brasschaat, en dus zal die eerste meer geld ontvangen.’

Zelfs als het niet tot een fusie komt, zou Antwerpen kunnen kijken hoe het beter kan samenwerken met de rijkere rand, suggereert Leroy. Dat is een optie die in Brussel veel minder voor de hand ligt. ‘Daar ligt het gros van de rijke rand in Vlaanderen, op Ukkel, Watermaal-Bosvoorde, Oudergem en Sint-Pieters-Woluwe na. Alleen al omwille van communautaire elementen is het moeilijk om daar te kijken naar het grotere geheel.’

De supervergrijzing

‘Er komt een revolutie op ons af door de vergrijzing van de bevolking’, waarschuwt Ledent ook nog. De verouderende bevolking zorgt er namelijk voor dat steeds meer niet-actieve Belgen leunen op de schouders van de werkenden. De impact daarvan loopt wel flink uiteen. In de Brusselse gemeenten bijvoorbeeld zal de verhouding van de groep jongeren en ouderen ten opzichte van de bevolking op arbeidsleeftijd in de komende twintig jaar maar licht stijgen van 59 tot 65 procent.

Aan de andere kant van het spectrum staan verschillende arrondissementen aan de kust, met dat van Veurne op kop. Daar bedraagt de afhankelijkheidsratio tegen 2037 een schrikbarende 139 procent, tegenover 81 procent vandaag. Anders gezegd: van elke 24 inwoners daar zouden er dan 14 ofwel op pensioen zijn, ofwel op de schoolbanken zitten.

Jan Leroy van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten wijst er op dat deze cijfers onvoldoende rekening houden met immigratiestromen – ‘toegegeven, het is moeilijk te voorspellen waar en hoeveel migranten er zullen komen, en wat hun kwaliteit is op het vlak van scholing’ – maar erkent dat de situatie zorgwekkend is.

‘De kustgemeenten moeten zich daar absoluut over beraden. Mensen spoelen er aan op hun oude dag, maar brengen weinig inkomsten uit de personenbelasting met zich mee. Die besturen kunnen dat wel wat compenseren met inkomsten uit de belasting op tweede verblijven en opcentiemen op de onroerende voorheffing. Beide nemen toe omdat er meer mensen komen wonen.’

Niet alleen dalen de inkomsten voor die gemeenten, ook de uitgaven stijgen, merkt Ledent op. ‘Een oudere bevolking vraagt meer, en andere infrastructuur. Denk bijvoorbeeld aan rust- en verzorgingstehuizen. Het gevaar bestaat dat het socio-economisch niveau gaat dalen. Bedrijven die in die kustarrondissementen actief zijn, zullen het namelijk moeilijk krijgen om voldoende werknemers te vissen uit de krappere vijver van mensen die op beroepsactieve leeftijd zijn.’