'Dit slaat me met verstomming’
Vluchtelingen komen aan in het Italiaanse Salerno Foto: Photo News

Wat de Commissie voorstelt om Italië te helpen in de migratiecrisis, is opgewarmde kost. Het gebrek aan solidariteit van de andere EU-landen frustreert Rome.

De Europese Commissie heeft een actieplan klaar om Italië te helpen bij de opflakkerende migratiecrisis. ‘We moeten allen solidair zijn met Italië in deze moeilijke situatie’, zei Frans Timmermans, de nummer 2 van de Commissie. ‘Italië verdient die solidariteit. De hele idee van de EU bestaat erin dat de lidstaten elkaar te hulp schieten als één van hen in moeilijkheden verkeert.’

Maar het plan smaakt heel erg naar opgewarmde kost. Zelf belooft de Commissie extra steun voor de Libische kustwacht, intensere samenwerking met de internationale vluchtelingenorganisaties in Libië en een plan voor de hervestiging in Europa van asielzoekers uit Libië, Niger, Ethiopië en Sudan. De lidstaten worden opgeroepen sneller vluchtelingen uit Italië op te nemen en te helpen bij het terugsturen van economische vluchtelingen naar waar ze vandaan komen, terwijl Italië zelf zijn opvangcapaciteit moet verhogen. Het krijgt 35 miljoen euro extra financiële steun.

Het zijn ingrediënten die al twee jaar geregeld opgediend worden, maar onvoldoende resultaat opleverden. ‘Als de lidstaten zouden doen waarmee ze instemden, zou dat al een wereld van verschil maken’, zei Timmermans.

Te lange kustlijn

Het grote probleem vanuit Europees standpunt is dat de deal met Turkije om de migratie over de Egeïsche Zee af te remmen, niet te kopiëren valt met Libië. ‘De kustlijn is te lang om ze te kunnen afsluiten’, zegt Eugenio Ambrosi, directeur van de Internationale Organisatie voor Migratie in Brussel. ‘Economisch is het ook niet mogelijk, want een zeeblokkade in Noord-Afrika kost een veelvoud van wat opvang kost. En er is in Libië geen overheid waarmee we een coherente deal kunnen sluiten: er zijn te veel strijdende partijen, die niet te vertrouwen zijn om afspraken na te leven.’

Partnerschappen met Niger, Mali, Nigeria, Senegal en Ethiopië om meer economische kansen te creëren en de grenzen beter af te sluiten, leveren voorlopig niet veel op. En Tunesië en Egypte geven niet toe aan Europese druk om op hun grondgebied kampen voor migranten in te richten waar asielaanvragen afgehandeld zouden worden.

Toch kunnen de EU-landen meer doen om de smokkelaars aan te pakken, zeggen Ambrosi én Vincent Cochetel, de speciale gezant van het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN: ‘Volg het geld. Het werkt in Italië om de maffia te bestrijden door te controleren waar het geld vandaan komt. Men kan de lijsten controleren van bedrijven die rubberbootjes importeren die gebruikt worden om migranten over te zetten. Men kan de bankrekeningen van smokkelaars opsporen waarop de migranten geld storten – er zijn voorbeelden van bankrekeningen in EU-lidstaten, maar ook in Nigeria en Niger.’

Bij gebrek aan snelle oplossingen rest voorlopig alleen solidariteit met Italië. Rome dringt er bij Frankrijk, Malta en Spanje op aan dat ook zij havens zouden openstellen voor schepen die migranten gered hebben op de Libië-route, maar het krijgt voorlopig geen respons. ‘Het is een schande’, fulmineerde Gianni Pittella, de Italiaanse fractieleider van de sociaaldemocraten in het Europees Parlement. ‘Italië wordt in de steek gelaten door de andere EU-landen.’ Oostenrijk stuurt zelfs zijn leger naar de grens met Italië om er de migranten tegen te houden. ‘Dit slaat me met verstomming’, zei Pittella.