Moet u bang zijn voor everzwijnen?
Foto: pixabay

Toen de 47-jarige Veerle Vanhove maandagochtend na het joggen weer aan haar auto op de parking kwam, werd ze aangevallen door een everzwijn. ‘Extreem uitzonderlijk’, klinkt het bij het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO).

Wat een ontspannende ochtendloop moest worden in de bossen van Koersel-Kapel, eindigde voor Veerle Vanhove (47) gisteren in een halve nachtmerrie. ‘Toen ik na het lopen weer op de parking kwam, stond daar een groot everzwijn dat meteen de aanval inzette’, getuigt de vrouw in Het Belang Van Limburg. Voor ik het besefte, lag dat wilde beest bovenop mij.’ Volgens burgemeester Maurice Webers (SP.A) is het al de derde voorbijganger die zo’n aanval meemaakt. ‘Maar zij is wel de enige die gewond is geraakt.’

Pas na een tijdje zette het agressieve dier enkele stappen achteruit, mogelijk omdat Veerles hond het dier beet. De vrouw maakte van het moment gebruik om weg te lopen, en diezelfde avond werd het everzwijn door een jager doodgeschoten, nadat het dier ook hem dreigde aan te vallen. ‘Echt geen normaal gedrag’, aldus wildbeheerders van De Zwarte Beek in de krant.

Dat bevestigt ook Koen Van Muylem van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). ‘De kans dat je er eentje ziet in Vlaanderen, is op zich al klein. Laat staan de kans dat ze aanvallen.’ Waarom dit dier zo’n abnormaal gedrag vertoonde, is gissen. ‘Misschien was het gewond, of misschien wou het jongen verdedigen.’

48 uur

Doorgaans maken everzwijnen zich immers snel uit de voeten als ze met mensen geconfronteerd worden. ‘Ter illustratie: een jager heeft 48 uur aanzettijd (verborgen liggen wachten, red.) nodig om een everzwijn te kunnen schieten.’ In een land als Duitsland is dat bijvoorbeeld anders. Daar zijn everzwijnen heel wat meer vertrouwd met mensen. Maar dan nog gaan ze doorgaans niet aanvallen. Stel dat er toch ooit een woest everzwijn op je komt afgestormd, dan klim je volgens expert Diemer Vercayie in Het Belang Van Limburg best ergens op of in.

Hoeveel everzwijnen in ons land precies rondlopen, is koffiedik kijken. Bij het INBO heeft men intussen al 26 meetmethoden bestudeerd, en geen enkele bleek efficiënt. Wel is geweten dat hun aantal jaar na jaar toeneemt, en dat ze zich doorgaans schuilhouden in natuurgebied met hoge flora, bijvoorbeeld bosrijk gebied of een maisveld. Oorspronkelijk vond je ze enkel in de Voerstreek, maar ze worden intussen in vele Limburgse bossen gespot, en sommige zelfs in West-Vlaanderen.