Dropkick Murphys: The boys are back, and back, and back
Foto: Geert Van de Velde

De klaver achter de groep? Check, al was hij niet groen en kleiner dan het logo van de Dropkick Murphys.

De kringen woest moshende en bier zwelgende mannen? Check, al stonden er meer meisjes vooraan dan we ons van vorige concerten herinneren, en dansten die mannen beschermend om hen heen - mooi was dat. Een punkklassieker was er niet bij: geen ‘Brixton rifles’ van The Clash, zelfs niet ‘If the kids are united’ van Sham69, maar wél de met een brede lach gebrachte traditional ‘I had a hat’. En nadat ze onze voorspellende recensie hadden gelezen, hadden Dropkick Murphys snelsnel Scruffy Wallace en zijn doedelzak gebeld, en daar voer ‘The boys are back’ alleen maar wel bij.

Het is niet moeilijk te voorspellen wat deze band gaat doen, en toch: dat platform naast drummer Matt Kelly, waar multi-instrumentalist Tim Brennan en de gitaristen af en toe opspringen, dat heeft wel wat, als je weer zo’n piramide van getatoeëerde, kilt dragende mannen ziet. In ‘Paying my way’, waarvan het publiek de maat klapte, speelde Brennan trouwens een mooi stuk elektrische piano. Dat rustmomentje tussen het gitaargeweld deed deugd.

En ja, het blijft verbazen dat een beer van een vent als Ken Casey een bijna vrouwelijke stem heeft en de veel smallere zanger Al Barr die grove grom: we letten er weer op terwijl Casey ‘Rose tattoo’ aankondigde. Geen woord over een zekere president van de VS trouwens, over wie de trotse working class en hevig antiracistische Murphys ‘Time to go’ schreven. Maar terwijl we dat bedachten, stond het publiek al ‘Johnny I hardly knew ya’ mee te brullen, en de - ongelooflijk maar waar - van plaats verwisselde ‘Until the next time’ en ‘I’m shipping up to Boston’. Ze doen niets nieuws, de Murphys, maar wat ze doen, doen ze goed.

 

Dropkick Murphys: lees nu al de recensie!


Jazeker, Dropkick Murphys beginnen pas om kwart voor drie aan hun set op het grote podium. Maar in zijn niet aflatende strijd om u nog meer service te bezorgen, en met behulp van wetenschappelijke analyses van hun vorige recensies in deze krant, hebben we voor u alvast een recensie weten te maken. Onze computermodellen zijn nog prototypes, dus gaan we die straks, met uw hulp, op hun deugdelijkheid testen. 

Om kwart voor drie trapten Dropkick Murphys voor een reusachtige vlag met een Ierse shamrock af op het grote podium. Na de miezerregen van de morgen was het publiek helemaal klaar om er in te vliegen, en zodra de groep 'The lonesome boatman' inzette, ontstonden de eerste moshkringen in de snakepit. Die was bijna uitsluitend bevolkt door mannen in jeans en groene of zwarte band-T-shirts met een geruit hemd eroverheen. 'The lonesome boatman' doet meer dan een beetje denken aan de traditionele afsluiter 'I'm shipping up to Boston', met gelijkaardige 'oh-oh-oohs' die uit volle borst werden meegezongen.

Sinds de Keltische punkers - no, nay, never nog aan toe! - 'The wild rover' niet meer spelen, moeten de meezingers even snel als Al Barr proberen te zingen in 'I had a hat'. Dat was niet voor iedereen even gemakkelijk, wat kan liggen aan de consumptie van copieuze hoeveelheden bier - cavadrinkers werden niet in het publiek gesignaleerd tijdens dit optreden. Een passionele versie, maar we missen 'Scruffy' Wallace nog altijd een beetje op tin whistle en doedelzak. Voor de even traditionele punkcovers greep de band uit Boston naar 'The guns of Brixton' van The Clash, waarin James Lynch en Tim Brennan de gitaren lieten knallen. 

Er werden uiteraard géén slows gespeeld; afsluiten deed de band met 'Johnny I hardly knew you' en 'Shipping up to Boston', alweer fors meegebruld door het publiek. Dat besloot dat de Murphys alweer niets nieuws hadden gedaan, maar dat het alweer erg geestig was geweest: op naar een zevende (7e!) beurt op Rock Werchter dan maar?

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig