“My name is Thurston Moore”, zei Thurston Moore halverwege het concert, nadat hij de andere bandleden kort had voorgesteld.

Dat vonden wij grappig, want we zijn er vrij zeker van dat er geen levende ziel in The Barn te bespeuren was die níét wist dat Thurston Moore - stichtend lid van Sonic Youth - hier stond te spelen.

Moore begon eraan met ‘Cease fire’, waarin repetitieve akkoorden uitmondden in een meeslepende gitaarjam, gestuurd door de trefzekere drums van Steve Shelley (eveneens ex-Sonic Youth). Het hoeft niet te verbazen dat dit concert één langgerekte gitaartrip was. Nu zijn wij al meermaals in slaap gevallen bij dat soort van gitaaraanbidderij, maar vandaag niet. Met dank aan Thurston, die zijn toehoorders uiterst gefocust bij de les hield.

‘Speak to the wild’ klonk dwingend en bezwerend. ‘The king has come to join the band’ klonk het daarin, en het leek alsof Moore daarmee een hogere instantie aanriep, want zoals hij die zin bracht kreeg hij haast iets Bijbels. Dat past helemaal binnen de psychedelische, ietwat zweverige lijntjes die Thurston Moore tegenwoordig graag inkleurt, muzikaal én tekstueel. Niet veel later droeg hij een song op aan de Griekse godin Aphrodite - veel gekker moet het niet worden met die ex-grungerockers die hun tweede adem gevonden hebben. Want even in alle ernst: na de split van Sonic Youth lijkt Moore bij deze band eindelijk thuisgekomen te zijn. Gitarist James Sedwards en bassiste Debbie Googe (die nog bij My Bloody Valentine speelde) vormden met Moore en Shelley een solide basis voor een rockconcert dat qua opbouw aan jazz deed denken: geen klassieke rocksongs, wel variaties op thema’s en ruimte voor experiment. Mooi en meeslepend.