Linkin Park. Tussen boyband en Tomorrowland

Je kan vinden van de nieuwe plaat van Linkin Park wat je wil (wij vinden er bijvoorbeeld geen bal aan) maar ‘in the end, it doesn’t even matter’. Net omdat ze dat soort topnummers hebben.

‘Genre’, stond er in spiegelbeeld op de rug van rapper-zanger-gitarist-toetsenist-professioneel koppeltekenverzamelaar Mike Shinoda. Het moet een statement geweest zijn. Linkin Park schipperde op de Main Stage tussen Tomorrowland-achtige EDM, platte pop en zijn goeie ouwe nu metal. Dat zorgde voor een bijwijlen verwarrende en vooral erg verdelende show.

De Amerikanen probeerden zichzelf al wel vaker uit opnieuw uit te vinden, maar met hun zevende album ‘One more light’ kiezen ze zowaar resoluut voor pop. Single ‘Heavy’ zou van The Chainsmokers kunnen zijn - gastzangeres Kiiara werkte al vaker met hen samen. ‘Talking to myself’ en ‘Invisible’ waren dan weer hemeltergend makke pop waarvoor zelfs Justin Bieber zijn neus zou ophalen. De plaat zorgde voor controverse bij puristen: op het Franse Hellfest kreeg Bennington vorige week nog een emmer naar zijn hoofd. ‘Move the fuck on’, sneerde Bennington als reactie naar fans die ‘de oude Linkin Park’ terug wilden.

Die was op de Main Stage ver te zoeken. Bij ‘Castle of glass’ - gebracht in een technoremox - gingen we zoeken of Dimitri Vegas en Like Mike niet achter het podium verstopt zaten. Wanneer in een drop ook nog eens een flard uit het anders beenhard rockende ‘A place for my head’ verstopt zat, voelde dat echt als een stamp in de maag van wie met de band opgroeide.

Want het contrast was groot: zo lauw als de avontuurlijke uitstapjes werden onthaald, zo uitzinnig werd gereageerd op originele versies van ‘Somewhere I belong’, ‘Breaking the habit’ of ‘One step closer’. Daarin bleek Bennington nog altijd goed bij stem: hij klapte dubbel als een knipmes bij elke diepe schreeuw. Als er al iets ‘about to break’ was, was het wel die kloppende ader op zijn voorhoofd.

Om die ader rust te gunnen had Bennington nog een andere truc: hij ging in het publiek hangen voor een duo tedere pianoballades. Het nieuwe ‘One more light’ en doorbraakhit ‘Crawling’ zong hij recht in het gezicht van een meisje dat ging huilen van geluk: misschien wel het meest tedere moment dat we zaterdag op de Main Stage zagen. Eat your heart out, Harry Styles.

Maar: als Radiohead hier ‘delightfully weird’ mag komen doen, waarom zou Linkin Park dan niet ter plekke een nieuw genre mogen uitvinden, op de kruising van metal en EDM? Een nieuwe weg inslaan is één ding, je oeuvre herwerken en gemakkelijke scoremomenten opofferen iets anders. Dat beaamde ook Corey Taylor van Slipknot onlangs: ‘you may not like it, but there’s people out there who will. At least they’ve got the balls to try something new.’

Voor een band in volle identiteitscrisis speelde Linkin Park overigens bijzonder vlekkeloos, en bij een triomfantelijk ‘In the end’ werd oerend luid gezongen: System of a down had de meeste moshpits, maar luider dan bij Linkin Park werd het dit weekend nog niet. Afsluiter ‘Faint’ vatte hun houding treffend samen. ‘Hear me out now/ you’re gonna listen to me, like it or not’. Ook een statement. Wie zichzelf heruitvindt als Werchterheadliner, heeft stalen ballen.

Linkin Park. Tussen boyband en Tomorrowland