Royal Blood: met de wei als springkasteel
Foto: Koen Bauters

I’m Mike, and this is the rest of the band’, zei Mike Kerr terwijl hij naar drummer Ben Thatcher wees. Royal Blood is maar met twee, maar het klonk alsof ze met tien waren.

‘Mensen zeggen me soms: geef toe dat jullie gewoon een lading extra muzikanten achter het podium verstoppen’, vertelde Mike Kerr ons bij de release van Royal Bloods tweede album ‘How did we get so dark’. ‘Maar eerlijk: meer dan Ben en ik hebben we niet nodig.’

Dat bevestigden ze op de Main Stage, waar de band uit Brighton een resem moordende rocksongs boven haalde. ‘We make love to your music’, schreef iemand op een bordje. Dat baart ons zorgen, want het Britse duo ramde zo hard dat de zon zich weer achter de wolken verschool. Hun schaarse bezetting laat veel lege ruimte in hun nummers: dat geeft ze een lekkere groove, en laat altijd een tel om je hoofd helemaal in je nek te leggen alvorens hem brutaal naar voor te hameren. Dat deed het publiek veelvuldig: bij ‘Little monster’, ‘Loose change’ en ‘Come on over’ ging de wei hossen alsof ze geen gras, maar een springkasteel onder de voeten hadden.

U merkt dat we enkel oude songs noemen. En de nieuwe? Laat ons zeggen: hun tweede album versterkt de set van Royal Blood vooral in de breedte. ‘Hook, line and sinker’ is gewoon meer van hetzelfde - maar wel op niveau - en de piano in ‘Hole in your heart’ brak de set net wanneer de verwrongen bas van Kerr monotoon begon te worden. En dan was er nog ‘Lights out’, waarbij we een jongen in een wall of death vol tegen een elleboog aan zagen lopen. En toen, euh, ging het licht uit.

Royal Blood is het soort band waarbij de drummer even het podium verlaat om een nieuwe Cuba Libra te gaan halen. Of tijdens een bassolo even onder Kerr gaat liggen. Of in het publiek op iemands schouders gaat staan, en dan naar zijn drumkit moet spurten om zijn cue te halen. Ondertussen speelt Kerr met één hand op de hals van zijn als een gitaar klinkende bas, de andere priemend naar de hemel. Dus ja: Royal Blood zijn patserige poseurs. Maar Dave Grohl, Jimmy Page en Lars Ulrich vinden hen de toekomst van de rock ‘n roll. Wie zijn wij om hen tegen te spreken? Nog één goeie plaat, en ze mogen hier na zonsondergang opdraven.