Arcade Fire: Canadezen die alles geven
Foto: Koen Bauters

Het is geen gelukkig jaar geweest tot nu toe, 2017, maar om kwart voor negen vergaten duizenden in Werchter dat totaal.

De zon ging rechts van het podium onder, Arcade Fire stond met een man of negen op datzelfde podium, iedereen zong lalala mee met de nieuwe single ‘Everything now’, als hadden we de nieuwe Abba ontdekt. De vergelijking is niet ironisch bedoeld: net als Abba stoppen de Canadezen diepe lagen onder aanstekelijke melodieën. Als ze pop maken, dan maken ze pop voor volwassenen.

Soms maken ze andere muziek, zelfs in één song: ‘Here comes the night time’ begon als elektro met veel echo op de stem van Win Butler, kreeg dan een symfonische brug, en eindigde als calypso. Welke band durft dat? En welke band krijgt zijn publiek zo gek om de belletjes uit het calypsostuk (allicht hadden ze geen steel drums bij, als een van de weinige instrumenten die ze niet mee hadden) mee te zingen? ‘Month of May’ was trouwens de punkste versie die ik ooit van Arcade Fire heb gehoord.

Arcade Fire is namelijk niet bang om stevig aan de slag te gaan met hun nummers, zelfs met de ‘hits’: ‘Reflektor’ kreeg een stukje ruis dat er ons aan herinnerde dat ook dat disco anthem niet zo vrolijk is als het klinkt. En ‘The suburbs’, dat Win Butler opdroeg aan David Bowie - ‘we fucking miss him’ - klonk droeviger, ingetogener dan op plaat. De terzijdes waren er des te bijtender door. We hebben de indruk dat de nieuwe plaat, die er over een paar weken aankomt, behoorlijk grimmig van thematiek zal zijn. Daarop wijzen ook de logo’s die de bandleden dragen op hun blousons, als waren ze werknemers van de firma Everything Now.

Maar wat was de ontlading groot toen Regine Chassagne, achter een van de drie drumstellen, aftelde naar ‘Ready to start’, en hoe glimmend van trots gooide de band zich in elke song. Wat was de glimlach van de drummer breed toen Chassagne ons in ‘No cars go’, met een zware accordeon op de buik, voordeed hoe we moesten springen - en wij dat allemaal deden. Niemand heeft vanop dat podium geroepen dat we elkaar moesten omhelzen, maar geen enkele band bracht vandaag zoveel mensen zo dicht bij elkaar. Als u dat wat melig vindt, citeren we graag Win Butler, die vanavond verbazend grofgebekt was: ‘Wij kunnen maar teruggeven wat jullie fucking geven.’